10/02/2018

PETER WEIBEL

"Zodoende is cultuur duidelijk noch geopolitiek, noch nationaal, noch door de staat geleid, noch te definiëren in termen van etniciteit, maar kan ze eerder worden gezien als een van generatie op generatie doorgegeven netwerk, een taak van overdracht die politieke grenzen overschrijdt."

Peter Weibel 1996

9/24/2018

KURT SCHWITTERS

Kitsch en dilettantisme
We kennen hem, hij omgeeft ons overal. Maar zeldzaam zijn zij die hem herkennen, de meerderheid identificeert hem niet. Nog zeldzamer zijn zij die lijden onder zijn aanwezigheid: de kitsch.
Om kitsch te herkennen is geen speciaal ontwikkelde gave nodig, een aandachtige omgang met de dingen volstaat.

Om kitsch te herkennen moet het denken een zekere kwaliteit hebben. Waaruit blijkt dat kitsch een gebrek aan kwaliteit is. Maar het dilettantisme is ook een gebrek aan kwaliteit. Het verschil tussen kitsch en dilettantisme berust hierop dat kitsch het resultaat is van een manier van denken zonder kwaliteit, daar waar het dilettantisme het gevolg is van gebrek aan manuele vaardigheid. U ziet dat een werk zowel kitsch als dilettantisme kan verraden. Wanneer kitsch gemaakt wordt door een mens zonder persoonlijkheid, dan zal het dilettantisme voortkomen uit het werk van iemand begaafd met sterke persoonlijkheid maar zonder manuele vaardigheid.

Het dilettantisme laat de massa mensen die geen opinie hebben op hun honger, want ze bemerken de gebrekkige handvaardigheid en voelen die aan als een gemis, daar waar ze niet in staat zijn de persoonlijkheid in een werk, of de ernst van de inspiratie, te onderkennen. Daarentegen behaagt de kitsch over het algemeen de naïeve, die de vaardigheid, die hemzelf ontbreekt, bewondert, maar die de afwezigheid van persoonlijkheid die hemzelf ontbreekt in het werk niet opmerkt, aangezien de notie persoonlijkheid voor hem geen betekenis heeft.

Nu opnieuw naar de kunst. Meer nog dan het dilettantisme laat zij de simpelen van geest, die er hoegenaamd niets in kunnen herkennen, op hun honger. Zij nemen voor slecht werk de creatieve kundigheid, aangezien zij niet in staat zijn de persoonlijkheid en dus de grondslagen van de creatieve deformatie te herkennen. Ziedaar waarom de kitsch bloeit en de hoogste prijzen haalt terwijl haar vervaardigers onder eer bedolven zijn.

Kurt Schwitters
(vert. Dirk Verhaegen)

afb. 'Merzbau mit Fromme Helene'

9/17/2018

MUZIEKTHEORIE

"We durven te stellen dat het de 15e/16e-eeuwse humanistische muziekwetenschappers zijn geweest die het synergetische samenspel tussen theorie en empirie hebben blootgelegd en doorgegeven aan de Nieuwe Wetenschappers van de 17e eeuw die het weer op hun eigen manier uitwerkten. Galileo, Kepler, Beeckman en Huygens: allen hebben dit uiterst vruchtbare samenspel overgenomen en toegepast op de muziek, de geluidsleer alsook op andere aspecten van de natuur. Mede vanwege haar wiskundig-empirische onderbouwing lijkt de muziekwetenschap -meer nog dan de filologie - de 'missing link' te zijn tussen humaniora en de Nieuwe Wetenschappen."

citaat uit: 
Rens Bod, De vergeten wetenschappen: Een geschiedenis van de humaniora,
2010 Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam
ISBN 978 90 351 3485 0
 

9/12/2018

CITAAT

"Je ne m'intéresse guère à l'histoire de l'art. Ce qui m'intéresse, c'est la géographie de l'esprit."

citaat uit L'idée géométrique (in Géométrie-Géographie, Géopoétique)
Kenneth White

9/04/2018

MICHEL SEUPHOR

L'homme achevé 
Tu as lu tous les livres et tu sais maintenant que ce qu'ils t'ont appris tu l'avais en toi déjà. Mais sans les livres tu ne l'aurais pas su. Le chemin est trop long, beaucoup trop long. Honore donc tes révélateurs. Ils t'ont émancipé, ils t'ont donné un domaine tout à toi, chacun t'apportant un massif, une pelouse, une fleur de ton jardin, enfin ce qu'ils avaient eux-mêmes découvert. Aucun d'eux n'a fait le chemin tout seul, aucun d'eux n'a tout dit. Et tu portes en toi des secrets qui sont encore à dire, si tu arrive à les déchiffrer. Il faut plusieurs hommes pour faire un homme complet. En mettant bout à bout Sénèque, Erasme et saint François tu as peut-être un homme achevé. Je fais un homme de Tchouang-Tzeu avec Gracian et La Fontaine. Mais combien faut-il d'humains pour faire un de ceux-là ?

Michel Seuphor: Ambulando,
imprimerie Rougerie, Mortemart, 1989
  

8/28/2018

WORDSWORTH





"(...) want een deugdelijke smaak met betrekking tot de poëzie en met betrekking tot alle andere kunstvormen is (...) een talent dat moet worden verworven, en dat alleen door denken en door langdurige en constante omgang met de beste compositiemodellen kan ontstaan."


Wordsworth en Coleridge: Lyrische balladen
citaat uit het voorwoord van Wordsworth 1798 
Atheneum - Polak & Van Gennep
Amsterdam 2010
ISBN 978 90 253 6782 4 

8/06/2018

JAWLENSKY

De lievelingskleuren van Jawlensky

Begin jaren zeventig, in de tijd van de algemene bouwhausse, heerste in Wiesbaden de kaalslag. Dorpen van rond de eeuwwisseling werden gesloopt en betonnen meergezinswoningen kwamen in de plaats. In een van deze gebouwen werd de stilte in de gangen van de ingewikkelde doolhof iedere keer onderbroken. Een oudere vrouw, mevrouw Schaak-Matje, waggelde met een blauwgroene flikkering over het gezicht de trappen af. Ze kraste met duister-schorre rokersstem, belde woest bij de buren en zwenkte met een fles in de hand, wijn, cognac, whisky, rum, als het maar alcoholisch was. Bezopen leek ze goedmoedig. Dat veranderde echter wanneer haar de geschiedenis van haar erfenis voor de geest kwam. Dan zwol ze op in onverwachte woede als een aanvalsklare cobra, wiens doel de dodelijke beet is. Ze vertelde op giftige toon de geschiedenis van haar gereduceerde erfenis. Het feit dat ze in dit gemeenschappelijke woonblok moest leven, was uitsluitend de schuld van haar tante. Had haar tantetje maar een vonkje fatsoen gehad, de erfenis bijeen te houden, dan woonde zij niet hier, aldus mevrouw Schaak-Matje.

Tantetje werd op zeventienjarige leeftijd de verloofde van nonkel, waarmee ze later een gelukkig, zij het kinderloos huwelijk had. De man zou wel graag kunstenaar geworden zijn, maar het ontbrak hem aan talent en moed. Hij had een goed oog voor echte kunstenaars en ondersteunde ze zo goed als hij kon. Het meest vertrouwd was hij met de schilder Alexej Jawlensky, met wie hij een vertrouwelijke vriendschap onderhield. De nonkel kocht van zijn vriend af en toe een olieverfschilderij in gloedvolle kleuren, waarbij zij beiden een zekere voorliefde vertoonden voor de kleuren blauw en groen.

Het gebeurde meermaals dat de schilder verleid werd tot een kosteloze vakantie in de vooralpen, waarbij als wederdienst de helft van de tijdens het verblijf ontstane schilderijen bezit werd van de nonkel. Ze vulden wanden, gangen en zolders en maakten tantetje, die zich, zoals zij het noemde, aan dat bonte geklieder niet warmen kon, radeloos.

De schilder stierf, de nonkel stierf, tantetje overleefde. Ze werd mummie-mager en zichtbaar zonderling. In plaats van aan haar, haar nicht, te denken, zo vertelde mevrouw Schaak-Matje, viel ze als 82-jarige voor de flair van een 36-jarige gymnasiumdocent. Tantetje overleefde door „vertroostingen”, zoals ze dat noemde. Voor een nacht met een mummie, zo zou de docent zich hebben uitgedrukt, was een schilderij van Jawlensky een correcte prijs. Voor haar dood moest tantetje in het geheel meer dan vijftig „vertroostingen” ontvangen hebben en de trooster evenzovele Jawlensky’s van haar in ontvangst hebben gekregen. Als de vraag kwam, met hoeveel Jawlensky’s de docent zich uiteindelijk versliep, sloeg mevrouw Schaak-Matje steeds van woede alcoholische voorraad naar binnen. Het was een bodemloze onbeschaamdheid, de totale erfenis, op twee onder de vloer ontdekte schilderijen na, verbrast te hebben. Het walgelijkste was, dat tantetje, aangesproken op haar onwaardige activiteit, zich in geen geval de nachtelijke diensten van de docent ontzeggen kon.

Eigenaardig, mevrouw Schaak-Matje scheen zich over tantetjes gereduceerde nalatenschap niet te verheugen, terwijl het nog altijd een begerenswaardig vermogen vertegenwoordigde. Haar woede over tantetjes verkwiste nalatenschap had groeven van teleurstelling in haar gezicht gekerfd. Het scheen alsof de lievelingskleuren van Jawlensky zich op haar toornige gezicht hadden uitgesmeerd: ze had zich groen en blauw geërgerd.
 

anoniem document, opgenomen in:
Helga Lukowsky: Jawlenskys Abendsonne, der Mahler und die Künstelerin Lisa Kümmel
Ulrike Helmer Verlag ISBN 3-89741-050-8




 

GEDICHT

    UILENHOEK

   
    Veldsteen, in ruwe lagen
    Wijs gestapeld tot herleven.
    Het zonlicht zoekt. Zinnig, lichtzinnig.
    Herinnering aan verlangen
    Woont in de voegen.

    Rimpeling, bewogen spiegeling:
    Sprankelend spel van geven en nemen.
    De lelies luisteren met open monden.

    In de notelaar leven Perzen en Hellenen.
    Zijn vruchten vertrouwd met aarden schalen:
    Jade en nachtblauw, vurig verkleuren.

    Het discrete welkom van verdwaalde stoelen.
    Zwervers met rust: en in hun hoofden
    Nog de bossen, de dreven, retabels, kantelen.

    De talige dans van bijen. Hun delicate leven.
    De kleurenpracht van bloemen en kasten.
    De kruiden tot spiraal geordend
    En wild de hop rond zijn spaken.

    Als de tijd stilstaat wordt de toekomst geboren.
    En met de dichter woont de mens
    Ook nu weer dichterlijk op aarde.


   
    Dirk Verhaegen  (zomer 2018)



7/04/2018

WENEN

































































KUNSTRAUM BUCHBERG AM KAMP









 (afb. van boven naar onder: (1) Michael Beutler, (2) Dan Graham, (3) Heimo Zobernig, (4) Hartmut Böhm, (4) Thomas Kaminsky, (6) Gary Woodley, (7) Dora Maurer. Het werk van Beutler behoort tot de tentoonstelling "Yesterday, Today, Today", een gemeenschappelijk project van Kunstraum Buchberg en mumok (Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig Wien). De overige werken behoren tot de permanente ruimtelijke installaties in Schloss Buchberg. 


6/01/2018

KENNETH WHITE

HEGEL EN ZHANG SANFENG

Hegel beval, als ik mij goed herinner, als eerste "belangrijke" taak voor de ochtend aan (ik veronderstel dat hij toestond dat men zonder wroeging tevoren eerst een goed kakje mocht doen) de ochtendkranten te lezen - om vertrouwd te blijven met de wereldevenementen in een toestand van mentaal realisme. Dit nu lijkt mij het toppunt van vervreemding. Tegenover het historische ontwaken van Herr Hegel, verkies ik veruit de attitude van de Eeuwig Ingeslapene Zhang Sanfeng:

Slapend op een oorkussen van steen
De kalender, de seizoenen vergeten
Komt de chi in de buik
Dan wordt de spirituele natuur werkelijkheid.
De chi stijgt in de mysterieuze leegte.
Elke zucht, elk in- en uitademen, natuurlijk en licht
Niet verward niet gescheiden
Kalme mens, zo lijk ik lui, slapend heel de dag,
Maar ik slaap zonder slapen,
Ik beoefen de ware Chan


Met andere woorden, ik verkies de Tai Chi (het absolute principe) boven het dagblad.
Het is Zhang Sanfeng die de reeks oefeningen bedacht (die we kennen onder de naam Tai Chi Chuan) waarvan de praktijk ons bij de Tai Chi brengt. Zhang Sanfeng was magistraat in het Chong San district (ambt dat hij opgaf om kluizenaar te worden in de bergen), toen hij op een dag, thuis in stilte gezeten, geruis hoorde onder het venster. Hij keek buiten en zag een slang in gevecht met een kraanvogel. Hun bewegingen fascineerden hem. Hij noteerde ze zo goed als mogelijk en dat bracht hem bij verwante bewegingen: de wolken aan de hemel, de loop van het water, de bomen in de wind. Hij codificeerde die bewegingen in een systeem van oefeningen. Wat verklaart waarom ik,
vanochtend op weg naar de aanlegsteigers, een parking voorbij liep waar een man De kraanvogel die zijn vleugels spreidt beoefende; enkele stappen verder deed er een andere De slang die schuifelt - terwijl op een pier, afgetekend tegen de ochtendhemel, een groep arbeiders De handen bewegen als wolken, Goudhaan op één poot, Schrijlings op de tijger tot in de bergen uitvoerde. Alle andere beschouwingen daargelaten ("deze oefeningen bezorgen diegene die ze beoefent gezondheid, geluk en lang leven"), is dat oneindig aangenamer om te bekijken dan een sigarenrokende vierkante kop achter De kaakslag van de dag, zelfs al is die kop, wat niet altijd het geval is, de olympische kop van Hegel.

Kenneth White
Le visage du vent d'est: Errances asiatiques
Espaces libres Albin Michel
ISBN 978-2-226-17835-0  
(vert. Dirk Verhaegen)

Blogarchief