2/21/2019

OUD KASTEEL

OUD KASTEEL

Er was eens een oud kasteel
Bij nacht was het blauw
Bij dag was het geel
In het land woonde niemand
Enkel in dat oud kasteel
Woonden er veel
Veel, veel, veel,
Dat zegt niet veel
Waren het luizen of muizen?
Of waren het mensen?
Ja en neen
Ja en neen wat?
Luister:
Ooit waren het mensen
Nu gaan ze door muren
Op zoek naar geburen
Die vroegere mensen
in dat oud kasteel
Meer weet ik niet
Over dat oud kasteel
Ja, dat het oud is
en ook dat geel overdag
soms als goud is
Ik weet, dat is niet veel
Dus enkel dit
Bij nacht is het blauw
Bij dag is het geel
En onthou ook dat het oud is
Dat oude kasteel


Dirk
18 II 2019
 



































illustratie Hélène Van Everbroeck

12/20/2018

SAADI

"Het begon allemaal met een koningsmoord. Op 16 januari 1793 stemde de Nationale Conventie in Parijs voor de doodstraf van Lodewijk XVI. Een van de diepere bronnen van de wetenschap is wellicht de ordening van de aanwezige dingen niet te accepteren. Onder de leden die een fatale stem uitbrachten bevindt zich Lazare Carnot, een vriend van Robespierre. Lazare is verzot op de grote Perzische dichter Saadi uit Shiraz, die door kruisvaarders in Akko gevangen werd genomen en tot slaaf werd gemaakt, en wiens schitterende verzen ingeweven in een tapijt op het hoofdkwartier van de VN hangen:

De zonen van Adam delen hun ledematen,
zijn gemaakt van dezelfde essentie.
Als de rampspoed van de tijd één lidmaat raakt
kunnen de anderen geen rust vinden.
Als je niet openstaat voor de pijn van anderen,
ben je het onwaardig Mens genoemd te worden.

Een van de diepere bronnen van de wetenschap is wellicht de poëzie: kunnen zien voorbij het zichtbare. Carnot noemt zijn eerst zoon Sadi, naar Saadi uit Shiraz. En zo staan rebellie en poëzie aan de wieg van Sadi Carnot."

(uit Het Mysterie van de Tijd van Carlo Rovelli)

uitg. 2018 Prometheus Amsterdam
ISBN 978 90 446 3500 3

12/15/2018

SEURAT EN AUTRICHE 2003-2018


                                       Dirk Verhaegen: 'Seurat en Autriche'

12/06/2018

LES GOÛTS ET LES COULEURS



 
Les goûts et les couleurs…
voor Carl en Marijke

Is kunst expressie of is het communicatie? En wie communiceert met wie? Of wat communiceert met wie? Is het de kunstenaar die met het publiek communiceert of is het eerder het kunstwerk? In het eerste geval zou hij hopeloos falen, ook al zou dat falen met opzet zijn. Vaak is de kunstenaar kampioen in het dubbelzinnige, geheimzinnige, paradoxale, hij serveert ons het verbijsterende, onbegrijpelijke. Een al te duidelijke uitleg ontgoochelt ons dikwijls. Laat het mysterie zegevieren, zo denken velen. Maar ook de kunstenaar kan vol onbegrip de eigen creatie bekijken of beluisteren. Het kunstwerk communiceert dan met de kunstenaar. Of de kunstenaar met de kunstenaar. Introspectie. Hij zoekt de boodschap zoals bij een droom. Of is het kunstwerk een object, dat sensoriële signalen naar de kijker of luisteraar stuurt? Stimuli en reflexen? Een soort vibrator, repliceert in dat geval de schampere scepticus. Het publiek ervaart, reageert, interpreteert. De kunstenaar voelt zich al dan niet begrepen. Hij hoort appreciaties die wellicht misverstanden zijn en die hij zich in begrijpelijke ijdelheid toe-eigent. Uiteindelijk gaat hij de misverstanden zelf geloven zoals opgestookte herinneringen.

We kennen het geluk wanneer we samen iets appreciëren. We houden echter niet allemaal van hetzelfde, integendeel, we onderscheiden ons graag. En toch snakken we naar eensgezindheid. In kleine groepen zoeken we liever de grens van de eenzaamheid, zoals vrienden en geliefden. We begrijpen niet dat anderen ons enthousiasme niet delen, tegelijk blij met dat isolement.

Lagere school, het spelletje op de speelplaats. Friet? Hmmm! Rode kool? Hmmm! Spinazie? Eèèè! Camembert? Eèèè! Chokolade? Hmmm! Later werd het Adamo. 'Tombe la neige, tu ne viendras pas ce soir…'. Mijn vader maakte die sentimentaliteit belachelijk. Hij hield van Brassens en dat nam ik dan over. Mijn schoolkameraden moesten daar dan op hun beurt mee lachen: daar kun je toch niet op dansen? Bob Dylan maakte mij echt eenzaam: zowel mijn vader als mijn schoolkameraden vonden zijn stem afschuwelijk. Toen iedereen van Bob Dylan ging houden werd ik hautain: Soft Machine of Janis Joplin, dat was kaliber. Inmiddels sloeg mijn vader mij te pletter met de free-jazz van Albert Ayler. Ik sprak niet met mijn vader, maar met het Albert Ayler Album Nuits de la Fondation Maeght werd een heimelijke band in stand gehouden. Misschien was het boven bieden. Aylers partner Mary Maria Parks zong het aangrijpende Music is the Healing Force of the Universe. Kenners verweten Ayler dat hij met deze soul afdwaalde naar het commerciële. Mary Maria was de boze verraadster. Kort voor de dood van mijn vader sprak ik met hem enthousiast over Sonny Rollins Tenor Madness. Wij spraken ook over een concert op Jazz Middelheim. Dat was voor hem, het einde naderend, onbereikbaar geworden. Schoonheid en emotie als onbereikbaar verlangen. Afscheid nemen. Weemoed. Tijden van verzoening. Ook Moessorgsky’s Beelden uit een tentoonstelling heeft met die band te maken. Leen kan het niet horen. Wij luisteren veel naar Cohen. Who by Fire en Teachers zijn mijn favorieten. En The Story of Isaac.

Vandaag luister ik naar Jordi Savalls Esprit d’Arménie. Ik lees de volumineuze bijsluiter -muziek is toch een medicijn? Hijzelf vond troost in de Armeense muziek na de dood van Montserrat Figueras.
Zijn ensemble Hespèrion speelt samen met Armeense muzikanten, die ook vrienden van Montserrat waren. Ik hoor de muziek, lees tegelijk de tekst, herinner mij wat ik las over Armenië, over de verzamelende musicoloog Komitas, en verder over Ossip Mandelstam of ook over dat wat… mijn vader mij leerde over de Armeense genocide. Lezen en luisteren tegelijk? Contaminatie? Een stoorzender? Een versterker? Synergie?

Muziek, het is alsof ik geen schilder zou zijn. Ik hield van Rembrandt, mijn vader van Vermeer. Hij lachte met de Nachtwacht, of toch met het oosterse tapijt dat extra eerbied wou afdwingen. Inmiddels hou ik ook van Vermeer, en nog altijd van Rembrandts Joodse bruidje. De modernen bekoorden meer, intrigeerden, fascineerden. We werden kieskeurig en vraatzuchtig tegelijk. Mmms, èès en eeuhs. Primair en gesofistikeerd met de seizoenen mee. Ik schilderde en besefte dat schilderijen niet moesten ontroeren zoals muziek dat doet. Wie dat wil slaat de bal mis. Maar de ontroering bij goede kunst voel ik soms fysisch en paradoxaal genoeg bij zogenaamde koele kunst.

Toen ik 16 was kreeg ik een pocket over 20-eeuwse kunst. Eigen keus. Mijn nonkel doorbladerde het: wat een lelijk boek!  Sedert de oudheid zoeken filosofen wetmatigheden in schoonheid en kunst. Zij stellen vast en schrijven uiteindelijk de regels voor. Reeds in de oudheid zijn er ook filosofen die tot de conclusie komen dat kunstenaars juist uitzonderingen maken en overtreders zijn van die regels. Regels kunnen de ene keer verstikkend zijn en de andere keer een productieve uitdaging. Goede kunstenaars bedenken hun eigen regels, niet volgens willekeur maar volgens inzicht. Zij leren van hun werk, van het publiek en van het leven.

Angst voor emotie. Instinctrepressie? Plato was op zijn hoede voor de kunst. Hij verwierp de mimesis want het was schijnwereld van schijnwereld. En muziek was gevaarlijk, dat vond ook Tolstoj. Ik ken dat verzet, dat op mijn hoede zijn. Vandaar dat lezen of vertalen van teksten als tegengewicht. Kon ik maar partituren lezen. Mijn visuele werken zijn misschien partituren, would-be partituren. Kunst en intellect, voor velen taboe. Er bestaat niet uitsluitend instinctrepressie, er bestaat blijkbaar ook intellectuele repressie. Men houdt de kunstenaar dom, bête comme un peintre.

Schone schijn, ook de wetenschap waarschuwt ons voor de illusoire wereld. Tenzij het de wetenschap van de waarneming is, want daarmee kunnen we een stukje liefde voor dat wonderlijke stukje schijn weer binnenhalen. Het begon bij Goethe: slechts de schijn bedriegt niet.

Kijken we naar werken, of kijken we naar herinnering aan werken? Rustig kijken, het bestaat. Op een zetel naar Gustave Van de Woestijne of Eugène Laermans. Werkloos en tijd zat. Of met Hélène naar Quinten Metsijs. Gedeelde rust en conversatie. Ik herinner het mij omdat het zo zeldzaam is. Als we over kunstwerken spreken hebben we die maar zelden onder ogen.

Wat communiceert kunst? Emoties? Ideeën? In elk geval kan het medium nooit bijzaak zijn. Kunst is creatie, is maken. Het kunstwerk toont hoe het gemaakt is. Het kunstwerk toont inventie, procédé, werkproces. Schikking, worsteling met de elementaire werkzame bestanddelen. Het kunstwerk spreekt over zichzelf. En dat is in alle tautologische beperktheid onuitputtelijk.

Sluit de boeken zegt Wordsworth. Hij zegt het in een gedicht, een gedicht in een boek. Vogels in gedichten, in dichterlijke vlucht aan het denken voorbij.

Hartelijke groet,
25 8 2018
Dirk




11/26/2018


KONSEPTREIS OKTOBER 2018 (UNNA, ERFURT, LEIPZIG)

4 OKTOBER

Busreis op weg naar Unna. Leeslichtjes, slaaplichtjes en de lichtkunst in het vooruitzicht. Ik lees verder in Driemaal bij dageraad van Alessandro Baricco. Het onmogelijke wordt in dat boekje met drie verhalen geloofwaardig gemaakt. Gelezen, uitgelezen. Reisdocumentatie ter beschikking: een boterham inspirerende deskundigheid. Kruimeltjes op de schoot. Plasstop.

Het is even zoeken in Unna. Nipte manoeuvres in al te smalle straten. Een boze fietser ontwijkt. Een wandeling brengt ons bij het Zentrum für internationale Lichtkunst. Op de voorgevel in kapitalen: "Mehr Licht". Het museum is gebaseerd op een bestaande private collectie en wordt aangevuld met nieuwe aankopen en specifieke tentoonstellingen. De werken die we te zien krijgen zijn van bekende hedendaagse kunstenaars en zij hebben meestal een spectaculair karakter. Het museum is gesitueerd in een voormalige brouwerij: een gigantisch complex van labyrintische gangen, trappen, koelruimtes en vergaarbekkens. Ongewenste nattigheid blijkt een terugkerend probleem. We worden verwittigd: het parcours zal enige fysieke moeite kosten. Er zijn geen vensters, het is immers vooral de duisternis die de lichtkunst verwelkomt. "Wijds schitterend, diep onder de aarde stralend”, zo prijst het museum zichzelf aan. Dat kan trouwens ook over de prehistorische rotskunst gezegd worden, indertijd in onderaardse duisternis bij schimmig fakkellicht gemaakt. Niet afdwalen. Een zigzaggende metalen passerelle leidt ons over een werk van de conceptuele kunstenaar Joseph Kosuth. De tekst in neonletters is van Heinrich Heine: "Der Mensch braucht nur seinen Gedanken auszusprechen, und es gestaltet sich die Welt, es wird Licht oder es wird Finsternis, die Wasser sondern sich vom Festland, oder gar wilde Bestien kommen zum Vorschein. Die Welt ist die Signatur des Wortes." Het woord dat de wereld creëert: zowel bijbelse echo’s als romantisch idealisme. Fragmenten en spiegelingen: dat is dan weer hedendaagse verwarring. Heine, geassimileerde jood, protestant, wereldburger, profeet. De Deen Olafur Eliasson evoceert met hoogtechnologische middelen romantische natuurervaringen: watervallen, regenbogen, licht. Mijn voorkeur gaat naar het magistrale Tunnel of Tears van Keith Sonnier. Een wirwar van e-vormige lussen hangt onder de tongewelven boven onze hoofden, eerst in warme en vervolgens in koude kleuren gegroepeerd. De gids maakt ons attent op het wonder van de complementaire en successieve contrasten. Onze ogen en hersenen die de wereld en het kunstwerk mee scheppen. Dat is ook duidelijk bij de mysterieuze, objectloze kleurruimtes van James Turrell. Het licht als een diffuse, desoriënterende nevel. Feit en fictie. Na de aan het minimalisme en de monochromie verwante James Turrell trakteert Christian Boltanski ons met zijn kinderlijk-speelse schimmenspel op een figuratieve Dodendans. Angsten uit de kindertijd, artistiek tot nieuw leven en tot loutering gewekt. Rebecca Horn haar Lotusschatten is een mechanisch kronkelend buizenstelsel van rood koper, glas, staal en licht. Het via conische monden geprojecteerde en gereflecteerde licht vergezelt en herschept het levende kunstwerk op de omgevende wanden. De boventonen van componist Hayden Chisholm, die het kunstwerk begeleiden, komen de overigens uitstekende gidsbeurt niet ten goede. Blendid is de naam van een Nederlands artiestenduo. Hun TouchMe nodigt de bezoekers uit om het kunstwerk mee tot stand te brengen. De verticale glazen wand kan als een grote fotokopieermachine onze houdingen, gezichten en handen registreren en de resultaten toevoegen in een continue, immer aangroeiende voorstelling. We merken dat vooral heldere kleren en handen goed tot hun recht komen. Hedendaagse handen, ook dit zijn echo’s van prehistorische rotskunst. 





Op weg naar Erfurt: een ongewoon lange tunnel brengt ons uit de tijdelijke duisternis in een onverwachte, dichte mist. James Turrell blijft ons volgen. Aarzelend zonlicht. Opklaring.

Ons hotel ligt aan de Juri Gagarin Ring. We krijgen onze kamer op de elfde verdieping en er zijn er dertien. De liften zijn wat onwillig. Na het avondmaal is er tijd voor een wandeling richting Altstadt. De zon staat reeds laag, het wordt stilaan schemerig. Gildehuizen, patriciërswoningen. Trapgevels en halsgevels. Het oude gotische stadhuis. Een kermismolen en een groot rad. Reeksen kermislichtjes in het donker. Rommelige straatwerken. Knus aanhangen, struikelangst. De Krämerbrücke, bebouwd met een prachtige schakeling vakwerkhuizen. Ons gezelschap bevestigt: de Gera is hier een beetje de Dijle in Leuven en onder de Ponte Vecchio vloeit de Arno in Firenze. In elke reis leven eerdere reizen mee. Spaarzaam licht onder de bogen. Tijd voor een nachtelijk terrasje bij dit zomerse oktoberweer. Hier en daar installeren buren of vrienden zich met hun drankjes bij de eigen voordeur: echte cultuur. Gezondheid!


5 OKTOBER

Op weg naar Leipzig. Heuvels, akkers, zonnepanelen, formaties hedendaagse windmolens. Oude kastelen op een berg. De geometrie van een oude fabriek: Qualitätsmehle. Leipzig, 10 uur 's morgens. Grassi Museum. De geschiedenis van het museum gaat terug tot de negentiende eeuw. Het huidige uitzicht in sobere art deco dateert van 1925-29. Tijdens de tweede wereldoorlog werd het museum grotendeels vernietigd; in 1946 werd het getrouw herbouwd tot "Culturele lichtbaken”. Hoekige arcaden, binnenpleinen, rozige hardsteen. Wisselende perspectieven. Trapzaal met achttien vensters naar ontwerpen van Josef Albers. Reeds in de vroege jaren twintig maakte hij als student aan het Bauhaus verrassende assemblages met glas dat hij verzamelde op het stort van Weimar. De glasramen in de trapzaal dateren van enkele jaren later en passen in de rationalistische sfeer van het latere Bauhaus te Dessau waar hij inmiddels "Meister" was. Glasplaten worden in lagen versmolten en met sjablonen in wisselende variaties bewerkt tot ritmische patronen. Wat we zien zijn getrouwe reconstructies. Ook de zogezegde originelen werden door gespecialiseerde bedrijven vervaardigd, naar Albers exacte werktekeningen. We moeten ons beperken, het museum is immens. Ik heb zeer goede herinneringen aan de etnografische afdeling die we elf jaar geleden bezochten. We kiezen vandaag voor de afdeling toegepaste kunst. Aardewerk, textiel, glas. Romeins glas, Boheems glas. Flonkerende transparantie en kleurig email. Ter afwisseling een anonieme vijftiende-eeuwse Corpus Christi in lindehout. Tijdloos expressionisme. De belichting zorgt voor extra distorsie. De verkrampte esthetiek van het lijden. Een grappig intermezzo: een zestiende-eeuws houten ledenpoppetje wordt als object getoond en komt tot leven dank zij een speelse videoanimatie. Een volledige zaal met de ernst van Piranesi: van documentair en archeologisch tot fantastisch visionair met de unieke reeks Carceri. Even verder herkennen we het fascinerende Denkmal für Haubold Ludwig Wergen van Adam Friedrich Oeser. We zagen het met Konsept op de tentoonstelling Hinter dem Vorhang in Bonn. Het is de marmeren buste van een gesluierde vrouw, symbool van treurnis en weemoedig terugdenken. Op de zandstenen sokkel verwijst Plato’s boek Phaidon naar de onsterfelijkheid van de ziel. Het kunstwerk overtuigt zowel door de verbluffende technische krachttoer -gebeeldhouwde schijntransparantie!- als door de emotionele intensiteit: gedachten aan de krachten der vergankelijkheid zowel als aan de krachten van liefdevolle herinnering. We zoeken vervolgens de modernen, die willen we niet missen. Christopher Dresser is als pionier van het moderne industriële design met meerdere vitrines vertegenwoordigd. Hij was in Glasgow geboren, studeerde botanica, reisde en studeerde in Japan, ontwierp porselein, behangpapier en vooral baanbrekende metalen huisraad. Het is Bauhaus avant la lettre. Een greep in de vlucht: Konrad Geldmacher met Schreibtischgarnitur gedateerd 1915. Oscar Schlemmer zijn kleurige dansmens in de ruimte, nu gereduceerd tot speelgoedformaat. Een wandbehang in Bauhausstijl van Erwin Hahs. In de afdeling Deens Design ontmoeten we alweer een oude bekende: Bodil Manz. Haar werk bestaat uit flinterdun transparant porselein, met zowel aan de buiten- als aan de binnenkant fragiele geometrische decoraties, die zich in transparante mengingen laten lezen. Technische perfectie, teder licht, sublieme poëzie. We zagen haar op een vorige Konseptreis in Sèvres met dezelfde bewondering.







Tijd voor een voorlopige, vluchtige stadswandeling. Het Kroch-Hochhaus met horloge en klokkenluiders. "Omnia Vincit Labor”. Het dateert uit 1928 en was daarmee het eerste torengebouw in Leipzig. Universiteitswijk met Paulinumkirche, Neus Augusteum en Schinkelpoort. Nashmarkt. Mädlerpassage. Auerbachs Keller waar Goethe graag wijn dronk en inspiratie vond voor zijn Faust. Bezoek aan het Altes Rathaus, voor de gelegenheid half verpakt voor restauratiewerken. Een rondkijk in het Stadtgeschichtliches Museum. Bach, hier vijftig jaren oud, geschilderd door Elias Gottlob Haussmann, de officiële portrettist van Leipzig. Honger en dorst. Terrasje op de Nashmarkt bij het Goethe-monument.

Stalinistische woonblokken: werkmanspaleizen. Rüssische Gedächtniskirche: oosterse schittering. De bus brengt ons naar het Völkerschlachtdenkmal. De architect is Bruno Schmitz. Granietporfier en beton. Het kolossale monument werd voltooid in 1913, honderd jaar na de Slag bij Leipzig. Het staat op de plaats waar Napoleon zijn troepen aanvoerde. Het herdenkt de meer dan honderdduizend doden en pretendeert een monument te zijn voor vrede, vrijheid, internationaal begrip en Europese eenheid. Voor mij is het vooral luguber. Het weer is zomers. Met de lage zon is het oppassen geblazen.





De BMW-fabriek. Het centrale gebouw staat op scheve poten. De architectuur van Zaha Hadid verbindt de verschillende bestaande productiezones. Functie en representatie gaan hand in hand. De onvoltooide BMW-karkassen, verlicht met blauw led-licht, passeren in de hoogte op transportbanden op weg naar verdere afwerking. Eenmaal voorbij de hal is fotograferen uit den boze. We krijgen koptelefoons en volgen de gids. Een educatief filmpje toont de uitzonderlijke kwaliteiten van Hadids bekroonde ontwerp. We moeten onze tassen achterlaten, de deur wordt afgesloten. We krijgen het nieuwste BMW-model te zien. Eén iemand durft de prijs vragen: moeilijk te zeggen, te bepalen na personalisatie. We komen niet in de productiezones, de rondleiding blijft beperkt tot Hadids architectuur. We krijgen een stuk experimentele betonwand te zien met onvolkomenheden: er moest eerst geoefend worden. Van de lastdragende wanden, bodems en niveaus is al het beton ter plekke gegoten, en naar Hadids welbekende signatuur is het nergens gelijk. Het dak bestaat uit stalen balken en ruimtelijk rasterwerk terwijl de buitenwanden van glas zijn of van golfplaat. De transportbanden verbinden zones, de architectuur verbindt bedienden en arbeiders. De burelen mochten oorspronkelijk geen planten bevatten. Men heeft die conditie niet helemaal gevolgd. Alles is open. De auto’s passeren als in een hypnotische slaap. Het personeel ziet ze zelfs tijdens de maaltijd passeren. Geen carwash maar brainwash. Het hangertje van de koptelefoon mogen we houden.


6 OKTOBER

Thomaskirche. Buiten kijkt Bach ons van op zijn voetstuk met een frons aan. Wat komen jullie hier doen? In de oude Thomasschule, die in Bachs tijd vlak bij de kerk stond, woonde en componeerde hij. Het was er bouwvallig, lawaaierig en ongezond. Naar het schijnt had hij bij het componeren wel mooi uitzicht op lusthoven, siertuinen en boomgaarden. Bij het kerkportaal hangt op de zijgevel een banier: "Motette: Worte in Musik, Musik in Worten". Met andere woorden: hoogtepunten van westerse polyfonie, twee keer per week voor 2 Euro. De gotische Thomaskirche is meermaals herbouwd. Ik heb een boontje voor de gepolychromeerde kruisribgewelven. Simpele polychromie ontmoet complexe polyfonie. Ook de sobere glasramen -discrete variaties- genieten mijn appreciatie; daarentegen ben ik niet de enige die dat ene hedendaagse glasraam volkomen misplaatst vindt. Bach was in de Thomaskirche cantor van 1723 tot aan zijn dood in 1750. Cantor, dat was in de eerste plaats voorzanger zijn. Bach had ook heel wat andere taken: hij had de leiding over meerdere koren en stond in voor de opleiding en selectie van zangers en muzikanten. Hij componeerde in opdracht kerkelijke en profane muziek. Hij was onwaarschijnlijk productief, vooral wanneer men bedenkt dat een aanzienlijk deel van zijn werk verloren ging. Zijn orgelspel en vermogen tot improvisatie werden gewaardeerd en geprezen. Het blijft echter de vraag in welke mate men ook zijn genialiteit besefte. Bij zijn aanstelling was hij derde keus. De eerste opvoering van de Matthäus-Passion in deze Thomaskirche maakte blijkbaar geen bijzondere indruk. Zelfs zijn latere Musikalisches Opfer, opgedragen aan de verlichte despoot Frederik de Grote en nu beschouwd als een hoogtepunt van "absolute muziek”, bleef indertijd zonder respons. Bach was ook voortdurend slachtoffer van beledigende rivaliteiten. Reeds in zijn tijd was zijn ernstige, gecompliceerde muziek ingehaald door nieuwe modes: emotie, eenvoud en natuurlijke expressie kregen tijdens zijn leven de voorkeur. Hij kreeg soms vernietigende kritieken. Bachs mathematische schoonheid, aan wetenschap verwant, was in zijn tijd zowel te oud als te nieuw. Bach laat ons goed nadenken over creativiteit. Het methodische creëren, de balans tussen theorie en praktijk, het omgaan met opdrachten en beperkingen schijnen bij hem de creativiteit nergens in de weg te staan. Voor ik het vergeet: in Bachs tijd waren er in Leipzig reeds straatlantarens.




We vervolgen onze wandeling. Steegjes, passages, winkelpanden. De Joodse Synagoge werd in 1938 door fascisten in brand gestoken. Een sober monument herhaalt het grondplan en 140 lege bronzen stoelen zijn stille getuigen. Dit monument is de antipode van het Völkerschlagtdenkmal. We komen bij de Alte Nicolaïschule waar Leibnitz en andere beroemdheden studeerden of les gaven, en vervolgens bij de classicistische Nicolaï Kirche met haar witte banken en pastelkleurige zuilenvegetatie. Buiten staat eenzelfde zuil als symbool voor vrede en geweldloze revolutie. Hij schraagt het hemelgewelf van de hoop.






We komen bij het Museum für Bildende Kunst. Glazen wanden, vergelijkbaar met ons MAS. Gekleurde stoeltjes binnen en buiten, een vriendelijk welkom. Hout, beton, glas. De al te grote ruimtes blijven iets 19e eeuws hebben. We ontmoeten de oude bekenden die nooit vervelen: Courbet metselt de rotsen waartussen de rivier haar weg zoekt (en ook dit kan een origine du monde zijn…), Daubigny laat wasvrouwen en wolken atmosferisch rijmen en J. F. Millet schildert kliffen ter ere van zijn geboorteplek. Een Storm van Rubens heeft iets van een anamorfose. Een Woelige zee bij avondlicht (1670!) van Ludolf Backhuysen doet zonder meer denken aan C. D. Friedrich. Verdiepingen, tijdperken. De Neue Leipziger Schule met reusachtige doeken van Neo Rauch: hij vertelt geen officiële waarheden, hij ondervraagt eerder zichzelf. De outsider en vervolgde Gil Schlesinger spreekt me met intiemer werk meer aan: bijvoorbeeld met het gammele Joods kerkhof. Het is wat heen en weer in soms al te grote zalen. Opnieuw oude meesters. Een Biddende man van Jan Van Eyck, een zoveelste naakte nimf van Cranach en van Guardi een zicht op Venetië dat aan alle clichés ontsnapt. En last but not least van El Greco een Annunciatie. De schaduw van de Engel wil wellicht het lijden van Jezus voorspellen. Twee imponerende zalen met werk van Max Klinger. In de grootste zaal staat centraal de monumentale Beethoven-figuur. In 1902 was het beeldhouwwerk het middelpunt van een Beethoven-tentoonstelling van de Wiener Secession. Het was een ruimtelijke schepping, een hulde aan de harmonie en de schoonheid. De Weense kunstenaars hadden grote bewondering voor Max Klinger, voor zijn werk en ook voor zijn geschriften die in hun eigen kunstbeschouwing klaarheid brachten. De samenwerking van alle beeldende kunsten kwam overeen met wat Wagner in zijn muzikale drama’s nastreefde, aldus Max Klinger. Op diezelfde Weense expo in 1902 was ook de beroemde Beethoven-fries van Klimt te zien, en, helemaal anders, twee witte, volledig abstracte, geometrische gipsreliëfs van Josef Hoffmann. Mathematische soberheid. Witte fuga’s zo men wil, voorbij de pathos, in hun absoluutheid eerder een hommage aan Bach dan aan Beethoven. Terug naar onze zaal in Leipzig. Max Klingers grote schilderij Het blauwe uur wordt als een meesterwerk beschouwd. Tegenover het mysterieuze blauw de warme gloed, oplichtend op het staande naakt en beneden vulkanisch smeulend onder de rotsen. Klinger raakte in de vergetelheid. Al te hoogdravende pathos? Overdreven materiaalweelde? Kitsch? Arische soft porno? De surrealist Max Ernst had in elk geval grote waardering voor die dichterlijke halfdromen.








 
Baumwollespinnerei. Recyclage van industriële gebouwen. Ik hou het kort: in deze discrete melancholie zou ik graag wonen. In de winkel voor kunstenaarsbenodigdheden kies ik een blok Hahnemühle Burgund 250g rau, en dat is meteen een aanbeveling. De tuin van de vroegere fabrieksdirecteur kan even de onze zijn. Zicht op de achtergevel met veranda. Herfstlicht in de wijn. Op weg naar Erfurt een onwaarschijnlijke zonsondergang.

7 OKTOBER

Op weg naar Kassel. Vaag zonlicht. Herfstkleuren. Heuvels, glooiingen, bosjes. Bomen langs de beken. Kale, rozige akkers. Hooirollen. Een brug in aanbouw. Een afgedankt treinstation. Kassel: Neue Galerie, in neorenaissancestijl, gelegen aan het zogenoemde Schönen Aussicht. Werken uit de 19e, 20e en 21e eeuw. Schilderijen, beeldhouwwerk, nieuwe media. Een oude verzameling aangevuld met moderne en hedendaagse werken tijdens de vele Documenta’s. Van Carl Rottmann een indrukwekkende Apollotempel in avondgloed. Iemand noemde hem indertijd “een Titaan als Beethoven". Lodewijk I van Beieren was zijn opdrachtgever en sponsor. Hij schilderde met geschiedenis beladen landschappen, klassiek geschoold en romantisch doorleefd, zonder echter de picturale bravoure van een Turner. Het is het vermelden waard dat er bij de landschapschilders heel wat theorie hoorde. Sommigen vonden dat landschappen de aarde en de cultuur wetenschappelijk in beeld moesten brengen. Effectbejag met stormen en vulkaanuitbarstingen werd daarbij als misplaatst beschouwd. De romantiek van zijn kant gaf wel de voorkeur aan het sublieme en gevoelsmatig doorleefde. Met de school van Barbizon kwam het intieme landschap. Alweer een Courbet: een somber-sobere Weidehelling bij Ornans. Landschap zonder geschiedenis of anekdote, realisme op de helling van het abstracte. Bild mit Gittermotiv (1914) van Georg Muche is een vroeg abstract werk, opvallend kleurrijk en krachtig. In dezelfde zaal een patchwork-achtig, vurig rood-bruin schilderij van de "kosmische communist" Otto Freundlich. Dat zijn abstracte werken op glasramen lijken is geen toeval. In 1914 werkte hij in een toren van Chartres mee aan de restauratie en bestudeerde er aldus de middeleeuwse glaskunst. Als Jood en ”ontaard kunstenaar" werd de zeer vredelievende Freundlich in 1943 vermoord in Sobidor. Heel wat minder abstract is een flink gevorderde Amor en Psyche van Auguste Rodin. Picturale bravoure krijgen we in extremis bij de heftig geschilderde Walchensee, Landschaft mit Kuh van Lovis Corinth. Het behoort tot de toppers van het museum, evenals Josef Beuys Das Rudel. Uit een afgedankt VW-busje vertrekt een formatie sleden voorzien van warme, helende en oriënterende attributen. Met de nodige opwinding ontmoeten we enkele persoonlijke artistieke vrienden. In de regionen van het bijna wit, in gezelschap van Raimund Girke, Ben Nicholson, Antonio Calderara en Jan Schoonhoven een schilderij uit 1973-74 van de abstracte, gestuele impressionist Thomas Kaminsky. En in een verdere zaal, in de nabijheid van Günter Fruhtrunk, Mario Merz en Alf Lachauer een sterke paars-witte Malatesta, diptiek van de uit Roemenië afkomstige Nürnberger Diet Sailer. Reeds in de jaren zestig was zijn geometrische "concrete” kunst de antipode van het van staatswege opgelegde sociaal realisme. Het geprogrammeerde toeval speelt, net als bij François Morellet of John Cage, een kapitale rol in zijn werk. Van 1980 tot 1990 organiseerde hij in Nürnberg een reeks tentoonstellingen onder de noemer KONKRET. In 1987 was ik een van de deelnemende kunstenaars. Diet Sailer stelde ook meermaals tentoon in de Antwerpse galerie Jeanne Buytaert.









In het Museum Folkwang te Essen bezoeken we de tentoonstelling Unheimlich real: Italienische Malerei der 1920er Jahre, een tentoonstelling met 80 schilderijen die tot het Magisch Realisme worden gerekend. Realistische tendensen duiken na de eerste wereldoorlog zowat overal op. In Italië geven Giorgio de Chirico en Carlo Carrà de toon aan, de eerste met zijn metafysische schilderkunst met bevreemdende lege pleinen, de tweede met een terugkeer naar de traditie. Ook Gino Severini heeft de eerdere futuristische experimenten op zijn manier ingeruild voor scènes met pierrots en harlekijns. Pablo Picasso kijkt hier om het hoekje. Bij Felice Casorati zijn Silvana Cenni ligt de klemtoon op geometrie en formele klaarheid. Hij schildert met tempera, wat een mat effect geeft, en inspireert zich nadrukkelijk op Italiaanse meesters als Piero della Francesca. Dat blijkt uit de monumentale symmetrie, het eivormige hoofd, de gesloten ogen en bovenaan de doorkijk op een berglandschap met middeleeuwse architectuur. De absolute klaarheid schept paradoxaal genoeg een bevreemdende wereld. Het schijnbare realisme brengt hem in feite bij het metafysische. Al even bevreemdend zijn van dezelfde kunstenaar de Scholieren en een klein, nagenoeg abstract stilleven met Citroenen en pijpen. Een boek over Casorati vat het met de titel Depingere il Silenzio (De stilte schilderen) goed samen. De wasvrouwen van Antonio Donghi lijken van hun kant een tijdloos ritueel te beoefenen. Zoals de meeste hier tentoongestelde kunstenaars was Donghi een onbekende naam voor mij. Op het internet zie ik van hem Il Duce, te paard als een middeleeuwse hertog. De verwikkeling met het fascisme roept vragen op en remt het enthousiasme. Maar de realiteit blijkt niet zo eenduidig. Er waren ook radicale anti-fascisten bij en sommigen stierven zelfs in een concentratiekamp. Catalogus en begeleidende debatten pretenderen opheldering in plaats van versluiering. In haar geheel is deze tentoonstelling schitterend. Opmerkelijk is de kwaliteit van voor ons nagenoeg onbekende namen.





De vaste collectie in het Museum Folkwang verdient tot slot een zoveelste rondgang. Een allermooiste Paul Cézanne, de abstractie nabij. De vlijmscherpe regenboog van Caspar David Friedrich. Lichtspel boven en onder de boog. Ik hou het kort en beperk mij nog verder tot twee lichtende voorbeelden. Van Max Ernst de blauwe hulde aan de Duistere goden. En van Robert Delaunay een schitterende Cirkelvormen uit 1912-1913. De zon die rond is, de maan die rond is, het oog dat rond is, de horizon die rond is, de regenboog die rond staat. Kunst in de regenboog. En weken later, na Scheveningen en Rotterdam, de maan met geel-blauw halo in de koude nacht. Licht in de duisternis, in de ijle nevels van ijskristallen. Fysisch licht. Metafysisch licht. En Antje Weithaas speelt nu op Klara een Partita van Bach. Er is geen twijfel, het is maar dank zij onze reis dat ik dit zo intens ervaar. Ik denk dat Bach nu glimlacht op zijn sokkel in Leipzig.

Dirk Verhaegen
oktober-november 2018


Blogarchief