3/25/2020

KENNETH WHITE: KRAAI

KRAAI MEDITATIETEKST

van de nachtegaal
kent ieder wel
het droef verhaal
maar als de kraai gaat krassen
hard en hees
is dat toch iets anders

kraai, jongens opgepast, is een verdachte gast

kraai is een geest
een vogel met verleden

van zijn maffe wereld
is kraai krassend
krasse koning

kraai kent geen gehoor

maar als je vriend
de ijsvlakte zoekt
en hij je brieven schrijft
over een akelig treffen met kraai
in de sneeuwvelden
en wanneer je even later
in Montparnasse je kamers betreedt
en in 't deurgat
je blik valt op een brok kraai
die 't kraaien verging
maar die de indruk wekt
één en ander te weten

dan ga je denken

je vraagt je af
wat er te kraaien valt

waarom krast kraai ?
waar gaat kraai ?
wat weet kraai ?

eerst en vooral
kraai is polyglot dus overal

kraaientaal is dubbel diets
mengelmoes van eskimo
Russki, Nahuatl
Sanskriet, Chinees, Snohomisch
en vele soorten Engels

kraai kwam overal

Edgar Allan Poe was een kraai

en de antropoloog Enyerbado
eindige als kraai

ik veronderstel
dat alle Kraaien
kraaien waren

eens wou ik een academie stichten
van meeuwen
(naar oud chinees model)
met slechts dit voor ogen:

lever de wereld opnieuw
ochtendspraak

spraakkunst van regen, boom, steen
bloed en been

'k stel mij zwarte meeuwen voor
en witte kraaien
(racisten zijn geen kandidaat)
ik bedoel kraai kan net zo goed
van de meeuwenacademie
kraaiend lid zijn

maar 't plan is weggewaaid
en met gebroken vleugel
eindigde ik op
een koud eiland

het gras rokend van mijn geest

hoe dan ook
een feit is
vogelmensen lopen nog steeds
te denken in gevederde dromen
krassend, schreeuwend, krijsend
allen toch wel zwaargewichten
geen gekweel of getsjilp

't is een taaie wereld
en je moet het kunnen
in sneeuwstormen gaan

drink koud water
leef van steen en been
fit en 't hoofd erbij

ver en alleen
verbonden
in lange-afstandscommunicatie

wat kraait kraai ?
waar gaat kraai ?
wat weet kraai ?

vraag het valk
die hoog in stilte zweeft

vraag het de witte uil

vraag het de grote jager
en de roze meeuw

alle vogels
spreken ochtendspraak
elk in hun jargon

Kenneth White
(vertaling Dirk Verhaegen)

de antropoloog Enyerbado ('hij die weed rookte') is Carlos Castaneda,
leerling van Yakui shamaan Don Juan

Kenneth White schreef het gedicht met een pen genaamd Old Crow

Nahuatl: oorspronkelijke taal van Azteken en Tolteken

Snohomisch: Noordwestelijke indianentaal

12/06/2019

BRUSSEL


VENETIE


STUDIEREIS BIËNNALE VAN VENETIË
oktober 2019
atelier Beeldhouwkunst en Ruimtelijke vormgeving ABK Mortsel
begeleiding Filip Vervaet en Roeland Tweelinckx

1e dag

In de wolken met Magritte en gezagvoerder Hilde. Wolkendekens en lappendekens. Alpen en gletsjers. Lagunepatronen. Landing. Alilaguna. De zoute geur van de zeewind die ons verwelkomt. De eilanden herschikken zich in hun nevelige verten. Sfumato. Witte visioenen. Koepels en campaniles. Tegenliggers trakteren ons op extra golven. Aanmeren, afmeren. Schokken. Hardnekkige motoren. Evenwichtsoefeningen. Alle zintuigen worden wakker.

Lido. Verdeling over twee hotels. Sleutels met kwast. Op het stemmige tuinterras geeft Filip richtlijnen voor de namiddag. Het is zonnig en warm, een T-shirt volstaat. Snackje op de Gran Viale Santa Maria Elisabetta, de hoofdweg. Cappuccino met dubbel suiker voor de energie. Nieuwe kennismakingen. We kijken met verwondering naar het imposante Ausonia Palace Hotel aan de overkant dan de laan. Het is een voorbeeld van de Italiaanse variant van wat bij ons Art Nouveau heet: de Liberty Style. Die Liberty sloeg aanvankelijk niet op vrijheid maar op een familienaam. De gevels van het imposante gebouw zijn volledig bekleed met majolica-tegels. Figuren, florale motieven en letters. We verzamelen. Met de vaporetto gaat het naar de wijk Dorsoduro. We bezoeken de Chiesa de Santa Maria della Visitazione met de opstelling van The Death of James Lee Byars: Zad Moultaka in Dialogue. Gouden schittering met vocale schaduwen van componist Zad Moultake. Visuele tekens. Auditieve tekens. Oostenwind, westenwind. Recyclage als hiernamaals. Hemel en hel. De kerk zelf is een vroeg voorbeeld van Venetiaanse Renaissance. De zoldering van het kerkschip bestaat uit achtenvijftig cassetten met scènes uit het oude en het nieuwe testament. We vinden kloostergangen en andere collaterale evenementen. Soms is het zoeken zelf nog interessanter dan het tentoongestelde. Steegjes, kanalen, brugjes. Gondelgedoe. Selfies en zoenende koppels.

De Academia di Belle Arti. Bij elke tentoonstelling krijgen we een korte, duidelijke inleiding. Verder zijn we vrij. In het schaarse licht wachten de middeleeuwse meesters met hun byzantijnse bladgoud. In de strakheid verschijnen voorzichtig de vroege experimenten van de renaissance: volume, perspectief, aards licht en leven. En dan Giorgione, leerling van Bellini, leraar van Titiaan. Wellicht, want de gegevens zijn schaars en niet altijd betrouwbaar. Toch kan Giorgione voor ons een goede focus zijn. Hij bedacht de Slapende Venus in een landschap en Titiaan liet haar ontwaken in een paleis. De betekenis van Giorgione’s La Tempesta blijft tot op heden raadselachtig. Het schilderij produceert betekenis in onze verbeelding. Schrijvers en geleerden waagden zich aan de nodige speculaties: bijbelse, mythologische, literaire. Het schilderij spreekt ons aan omdat het paradoksaal is. Het lieflijke tafereel en het dreigende onweer. Het is landschap en het is scene. Wellicht door dichters geïnspireerd en zeker muzikaal gestemd: een Ricercar, een speelse intro op de luit. Licht en donker, afwisselend vloeiend en scherp begrensd. Lieflijk en erotisch, schaduwen en vlees. Gebladerte. Heerlijk penseelwerk. Huid. De herder is een edelman, een wachter, een vader, een minnaar, een verdwaalde, een dichter. De vrouw is Eva, Maria, zigeunervrouw, moeder, minnares, courtisane, vroedvrouw, min. De herder waakt. De vrouw kijkt ons onbevangen aan. Het is Arcadië, het is de tuin van Eden. Het onweer is banvloek, Sodoma en Gomera, kindermoord, pest en oorlog. Maar boven dat alles is het de betovering van de kunst. En er is ook nog het Portret van een oude vrouw, wellicht zijn moeder. In elk geval onverbloemd realistisch. Col Tempo. De ruige factuur doet reeds aan Rembrandt denken. Giorgione leefde ongetwijfeld in interessante tijden.

We komen bij Titiaan. Zijn majestueuze Opdracht van Maria volgt de grillen van muur en deuren. Zijn Johannes de Doper zoekt de essentie van het thema in een prachtig Jordaanlandschap. De Piëta zou zijn laatste werk zijn: schilderwerk dat vingerwerk wordt met de vrijheid van een onbetwiste grootmeester. Er ontstaat een nieuwe schilderkunst. De factuur spreekt een eigen taal, zij bestaat niet langer exclusief in dienst van de voorstelling. Schilderen wordt lust en gevecht. De formaten wedijveren. Veronese die de inquisitie ontloopt door zijn Laatste Avondmaal om te dopen tot Een feest bij Levi. Het blijft vooral een feest van grootse, luxueuze architectuur en van extravagante kleurencombinaties. God schept de dieren en Tintoretto schept het vrije schildergebaar. Het mirakel van de Heilige Marcus: duikvlucht van ingewikkelde houdingen en van picturale verbeelding. Lorenzo Lotto’s Portret van een jonge geleerde: in de donkere kleuren de witte wiggen van kraag en boek. De kleuren van de voorgrond herhalen zich in het vensterlandschap. Ook de Nederlanden zijn vertegenwoordigd met Memling en verrassender nog: Hieronymus Bosch. Een triptiek met een Terechtstelling van de Heilige Juliana, een andere met Een heilige kluizenaar en verder drie paneeltje met voorstellingen van Hemel en Hel. De witte tunnel van een bijna-doodervaring. Recente restauratie toont de weergaloze kleurenpracht en onovertroffen verbeelding van deze mysterieuze meester. Sluitingsuur, we moeten haast maken. Canaletto en al de anderen kunnen wachten. Eerste gezamenlijk avondmaal. Pasta, lasagne, zwaardvis, inktvis. Kennismakingen en nabeschouwingen. En welkom de wijn. Geroezemoes. Waar blijft de schilder van dit feest?

2e dag

Biënnale. Arsenale. In de overvloed aan beelden en indrukken is selecteren noodzakelijk. Ik beperk mij dus tot enkele persoonlijke -wellicht al te subjectieve- voorkeuren. De Koreaanse Suki Seokyeong Kang toont een zeer fijnzinnige ruimtelijke installatie waar hofdansen, rastersystemen en muzikale notatiesystemen uit de traditionele cultuur een eigentijds statement worden. Bij de grote foto’s van de Japanse Mari Katayama hebben we te maken met een heel andere esthetiek. Het eigen lichaam, tegelijk bevallig en door amputaties verminkt, krijgt gezelschap van gelijkaardige poppen of wordt geplaatst in met sentimentele verzamelobjecten overladen decors. Het werk van de Oostenrijkse Ulrike Müller -wandtapijten en schilderijen in email- is heel wat koeler. Haar kleurvelden roepen herinnering op aan collages van Arp en Matisse, of aan de Pop Art van Allen Jones en Andy Warhol. De Chinees Liu Wei toont met Microworld een imposante dichtgevulde scene met glimmende metalen curves en bolvormen. De schaalvergroting van de microwereld werkt dramatisch. Men kan zich acteurs binnen de setting voorstellen of de sculpturale elementen kunnen in onze verbeelding ook zelf tot leven komen. De in zwarte latex gedrenkte figuren van de Duitse Alexandra Bircken hebben eveneens iets uitgesproken scènisch. Opvallend is het verschil tussen de huidige halfduistere opstelling en deze in een witte galerie zoals afgebeeld in de catalogus. De Japanner Ryoji Ikeda is zowel componist als beeldend kunstenaar. Zijn indrukwekkende videoprojectie  combineert minimalistisch reductionisme met inhoudelijk maximalisme. Data van de Nasa, het Cern en het Genoomproject worden verwerkt in een verrassend gearticuleerde montage. Sommige kunstwerken ambiëren -uiteraard tevergeefs- om de hele werkelijkheid te bevatten. De Libanees Tarek Atoui verbindt muziek met hedendaagse kunst en mensen en culturen met elkaar. Zijn werk is ambitieus, collectief gedragen. Een opstelling van schalen, schijven, texturen, technische apparatuur en klanken maakt het vreemde vertrouwd. Het zijn maar specifieke aandachtspunten voor mijzelf. Zij hebben gemeen dat zij haast allen multimediaal en transcultureel zijn. Ook For, in your tongue, I cannot fit van Shilpa Gupta combineert klank, beeld en taal. Het is een symfonie van gesproken en gezongen verzen van honderd, omwille van hun werk of politieke standpunten, dichters in gevangenschap. Sprekende microfoons en gepinde teksten vormen in het gedimde licht een indrukwekkende manifest.

We verlaten de wat duistere lokalen en komen bij de open ruimte van de dokken. Blauwe hemel, spiegelend water. Ver weg een duikboot op het droge. Een elegant zeiljacht. Een oude kraan. En dan, met onze neus op de feiten, de geladen schoonheid van Barka Nostra van Christoph Büchel. Verderop dokken en oude loodsen. Arcaden in veelvoud. Een gammele Terminal Outpost van Ludovica Carbotta hekelt de al te aanwezige en nutteloze controle. Haar fictieve monumenten, zo vertelt de bijhorende tekst tenminste, herstellen de rol van de verbeelding bij het construeren van kennis. Ik wandel langs de oude overdekte dokken. Rondbogen, spiegelingen. Tijd voor reflectie. Galileo was hier adviseur. Via de ervaring van de scheepsbouwers kwam hij tot het concept van een nieuwe wetenschap met betrekking tot kracht en weerstand van materialen. Ook de muziek -zijn vader was componist en kunstfilosoof- had invloed op zijn wetenschap. Wisselwerking tussen disciplines, tussen theorie en praktijk, tussen kunst en wetenschap. Grensoverschrijdingen. Transculturele excursies.  

Italië. Neither Nor: The Challenge of the Labyrinth combineert in een gezamelijk project oud en nieuw werk van drie kunstenaars. Het geheel refereert aan een essay van Italo Calvino en toont een parcours zonder begin of einde. Ik waan mij in een elegant warenhuis maar de intellectuele en poëtische kracht van Calvino lijkt ver te zoeken. Meer dan eens wordt de postmoderne esthetiek banale kitsch. Ik vraag mij ook af of er niet meer nood is aan eenvoudige concentratie dan aan multimediale desoriënterende overdaad. Indrukwekkende opstellingen met geluid en beeld kunnen slechte kunst of slechte journalistiek zijn. En als het goed is dit alles met open geest te bekijken, dan blijft de vraag waar de plaats van de kritiek is. We gaan op zoek naar het Litouwse Paviljoen voor de performance Sun & Sea. Het wordt een lange wandeling door steegjes en over bruggetjes op zoek naar de Calle de la Celestia. Ann is een uitstekende gids, zij lijkt hier elk hoekje, elk pleintje, elke kerk te kennen. Ik raak inmiddels meer en meer gecharmeerd door de vele waslijnen met bonte kleuren tegen de oude gevels. Kleurakkoorden, visuele muziek. In gedachten alweer de hersenschim van een oorspronkelijke eenheid van alle kunsten. Ik maak ongeremd kiekjes. Picturale gulzigheid. Zaligheid. Toe-eigening. Het wordt lang aanschuiven maar ook dat brengt rust en focus. We worden met mondjesmaat binnengelaten. We beklimmen de trap terwijl de zang weerklinkt. Het is immers een continue voorstelling. Boven vinden we elk een plaatsje bij de leuning en krijgen zicht op de grote rechthoekige strandscène. Het is een zonnig tableau vivant met lome zonnekloppers. Zij zingen live, individueel of in koor. De teksten zijn op papier ter beschikking. De boodschap is resoluut ecologisch en onheilspellend. Bedrieglijk licht. We krijgen nog een extra uitzicht op het Arsenale.

We vervolgen met aangenaam gemoed onze wandeling. Pleinen en zuilenrijen in rode aardkleuren. Campo San Francesco. Kloostergangen. Een winkeltje met ambachtelijke geïllustreerde kinderboeken. Campo dei Santi Giovanni e Paolo. Hoog verheven op zuilen Verrochio’s bronzen ruiterstandbeeld van de Condottiere Bartolomeo Celloni: incarnatie van de macht en alle kracht van de Italiaanse renaissance. De basiliek San Zanipolo: gotisch baksteen, renaissance voorgevel met prachtig witmarmeren portaal. Binnen en buiten meerdere witte graftombes. Schilderijen waaronder een polyptiek van Bellini. Tijd voor terrasje. Gelateria Rosa Salva. Café glacé. We vervolgen de wandeling op weg naar San Marco, dat mogen we toch niet missen. Het vredige Campo San Maria Formosa. De avond valt, het water wordt stilaan duister. San Marco. Extase. En de lagune lokt met zicht op de witte gevel van San Giorgio Maggiore. Terug naar Restaurant Combo bij de Campo dei Gesuiti en de Santa Maria Assunta. We verpozen in de kloostertuin. Medereizigers brengen bevlogen verslag uit over het interieur van de Jezuïetenkerk. En Tintoretto man! Tijd voor ons wereldse avondmaal. De zaal die we voor de volledige groep toegewezen krijgen is indrukwekkend met haar zuilen en gedecoreerd plafond. Het eten smaakt, de wijn stemt lyrisch. Buiten in de nacht leven Nietzsches verzen in
mijn gedachten:

VENEDIG
An der Brücke stand
jüngst ich in brauner Nacht.
Fernher kam Gesang:
goldener Tropfen quoll’s
über die zitternde Fläche weg.
Gondeln, Lichter, Musik –
Trunken schwamm’s in die Dämmrung hinaus ...

Meine Seele, ein Saitenspiel,
sang sich, unsichtbar berührt,
heimlich ein Gondellied dazu,
zitternd vor bunter Seligkeit.
– Hörte Jemand ihr zu? ...

En Nietzsche licht verder toe: “Wanneer ik een ander woord voor muziek zoek, dan kom ik bij Venetië. Een gedicht over Venetië moet een gedicht over muziek zijn.” En bij de steiger lokt de nacht met Torcello en zijn muzikale mozaïeken.

3e dag

Boottocht naar de Giardini. Parken, paviljoenen. Ik moet onwillekeurig aan de Antwerpse zoo denken. Exotisme, art deco, modernisme, koloniale trekjes. We ontmoeten kunstenaars van de vorige dag. Ik ben zeer onder de indruk van de collage-schilderijen van de Nigeriaanse Njideka Akunyili Crosby. Haar werken spelen met vlakheid en ruimtelijkheid, met kadrering en vervlechting van uiteenlopende architecturale contexten. Het is volkomen oorspronkelijk werk waarin toch heel wat artistieke cultuur voortleeft. Ik moet bv. aan Bonnard of Matisse denken. Het slaande hekwerk van de Indische Shilpa Gupta behoort ook tot mijn favorieten. Het toont dat het esthetische in hedendaagse kunst actueel blijft. Het heeft met symmetrie te maken, met reliëf, met grafische patronen, met ritme en tijd. Tegelijk slaat het bressen en wordt het teken aan de wand. Destructie. Alweer Suki Seokyeong Kang, nu met stapelingen. De robot van Sun Yuan en Peng Yu, geprogrammeerd rakelen en spatten. Bloedige action painting. Paniek. Vergeefse inspanning. Hij vraagt en krijgt in elk geval aandacht. Omdat ik graag in perspectief kijk moet ik ook aan Michael Snow denken die een robot at random filmbeelden liet maken van de desolate landschappen van Noord-Canada. De Amerikaan Anthony Hernandez toont grote gerasterde foto’s die hij Screened Pictures noemt. Je kan wel aan Roy Lichtenstein denken, aan Sigmar Polke of aan het pointillisme van Seurat, maar in dit geval zijn het de reële rasters van bushokjes die als een abstraherend scherm dienen. Deze werken overtuigen zowel door hun eenvoud als door hun interne complexiteit. Ik maak sprongen, ik moet selecteren. Finland heeft een prachtig paviljoen van Alvar Aalto. Het getoonde ontgaat mij grotendeels. Met meer plezier ontdek ik in het Tsjechische paviljoen het werk van Stanislav Kolibal: Former Uncertain Indicated. Sculpturen uit de jaren zestig, wandinstallaties uit de jaren zeventig. Het is conceptueel minimalisme met kritisch revisie. Het gaat over de spanning tussen perfectie en imperfectie, tussen stabiliteit en instabiliteit, zekerheid en onzekerheid. De curator, Dieter Bogner, en ook zijn echtgenote Gertraud, leerde ik persoonlijk kennen tijdens een congres in Dordrecht waar hij met vuur over de architect Friedrich Kiesler sprak. Later leerden Hélène en ik het door hen beheerde Kunstraum Buchberg kennen in Oostenrijk. Het is een authentieke middeleeuwse Burcht met installaties en interventies van moderne en hedendaagse kunstenaars. Dieter Bogner is ook de initiatiefnemer van het Weense Museumkwartier. Ook nog dit: hij verdedigt reeds decennia lang dat niet Arnold Schönberg maar Matthias Hauer in theorie en praktijk de ware uitvinder is van het dodecafonische toonstelsel.

Tijd voor iets anders. Hélène en ik opteren voor een boottocht op het Canal Grande. Het weer is prachtig met deze gevorderde herfst. Eindeloze reeksen paleizen met vaak oosters getinte decoraties. Gondels, taxi’s maar ook scheepjes met winkelwaren. We verlaten de Vaporetto bij Piazzale Roma en wandelen op goed geluk richting San Marco. Kerken, bruggen, steegjes en pleintjes. We bezoeken het interieur van San Marco net op de valreep. Venetië behoorde tot de westerse kerk maar de stijl is Byzantijns en dat had met handelsbetrekkingen en diplomatie te maken. Oorspronkelijk was het een basiliek. Door toevoeging van dwarsbeuk ontstond de kruisvorm. Het veelvoud aan koepels en de prachtige mozaïeken binnen en buiten bepalen het huidige uitzicht. Het vierspan boven het hoofdportaal stamt uit de oudheid. Opnieuw naar de Lido. We verkennen de stemmige kanalen in de buurt van ons hotel. Een net niet toevallige ontmoeting met de kleinzoon van mijn vroegere Antwerpse galleriste Jeanne Buytaert. We eten met enkele reisgenoten in restaurant Gran Viale en wisselen de dagindrukken uit in gemoedelijke stemming. Niets dan lof over Filip Vervaet en Roeland Tweelinckx. En over het hele gezelschap.

4e dag

Via het San Marcoplein komen we bij de Espace Louis Vuitton. We betreden met enige schroom de exclusieve modezaak terwijl het personeel ons verrassend vriendelijk toelacht. Op de tweede verdieping een installatie van de Franse kunstenaar Philippe Parreno. Fosforescerend geel behang, een bioscoopluifel en een wand met mechanisch gestuurde spiegelende lamellen. De toeschouwer is tevens acteur. De verandering van licht en lamellen wordt gestuurd door reacties van micro-organismen. Elders in het gebouw een zeer kleurrijke in situ installatie van luifelstrepencorifee Daniel Buren. Op een andere verdieping maak ik een foto van een 'in Stijl’ geklede modepop. Mondriaan van zijn kant hield het bij een keurig pak.

Palazzo ver Grassi. Luc Tuymans toont zijn bedrieglijk lichte schilderijen in dit prachtige paleis. Ze lijken ten onrechte gemaakt om te accorderen met de rozige marmers, de florale decoraties en het reflecterende water van het Canal Grande. Het behoort tot de omwegen en schijnvertoningen waarmee de kunstenaar zijn beladen onderwerpen benadert. Wie de prachtige mozaïekvloer betreedt loopt over oorlogsgruwelen en een beetje over San Marco. De beeldhouwers die ons gezelschap uitmaken tonen zich aandachtige kijkers van wat tegelijk ook zuiver schilderkunstig genot wil zijn.

Fondaziona Prada. We bezoeken de tentoonstelling van Jannis Kounellis. Het is een retrospectieve hulde. Kounelllis startte als schilder. Zwarte letters en pijlen op witte achtergrond schilderde hij met gewone huisverf. “Al mijn schilderijen maakte ik al zingend - ik zong mijn schilderijen.” Sedert 1967 introduceerde hij concrete en natuurlijke materialen in zijn werk: kolen, vuur, staal, planten. Het zijn de materialen zelf die spreken: hun kleur, hun gewicht, hun formaat. Hij beeldt geen werkelijkheid af, hij toont ze in hun kwaliteit. Oude kasten hangen aan de zoldering. Opengevallen deuren worden zolderluiken voor onze verbeelding. Gasbranders zijn gevaarlijk en energiek. Toch wordt het strikt fysische overstegen, de materialen worden inspirerende attributen of partituren voor dansers en performers. Het zware, industriële is in contrast met het lichte, kwetsbaar organische. Soms keert de schilderkunst weer: een palet als symbolisch attribuut of een schilderij met een geschilderde partituur. Toegevoegd een stoel voor een vioolspeler. Een statement bevestigt: hij is schilder, een samensteller van taferelen. Bij de vaak duistere werken bekoren plots de lichte kleuroefeningen op de wanden. Het doet mij aan fundamentele schilderkunst denken. Ik waag de vraag aan een suppoost: behoren ze tot de expo? Het antwoord is even banaal als betoverend: het behoort tot de testen en voorzichtige ingrepen van de restauratoren van het gebouw. Men maakt mij attent op het subtiel reliëf in de pleisterlagen. Een lichte nagalm van Shilpa Gupta’s slaande hekwerk. De verbeelding is vrij.

Tijd voor een snakje. Stemmig pleintje met afgebladderde gevels en alweer muzikale waslijnen.

We komen bij de Basilica Santa Maria Gloriosa dei Frari. Een Maria hemelvaart van Titiaan. Een drieluik van Bellini. Enige verwarring over een Donatello. Vage fresco’s: een engeltje houdt het gordijn even opzij. Tip van de sluier. Graftomben en zerken. Titiaan, Monteverdi.

In de late namiddag komen we bij de Punta della Dogana. Luogo e Segni (Plaats en tekens). De plaats is schitterend: een verbouwing door de Japanse architect Tadao Ando. Bij de tekens blijf ik op mijn honger, het grondplan schept verwarring. Een video van de Albanese Fransman Anri Sala en daarbij sobere partituur in harmonica. Uitzicht over de lagune. Een reusachtig cruisseschip, het schip van de anderen. Een zoveelste betoverend zicht op San Giorgio Maggiore.

Avondmaal op de Lido in Risorante Andri. Ik moet aan Picasso’s Nachtelijke visvangst bij Antibes denken. Ik heb het over de gerechten en niet over de pseudoschilderijen. Muranokannen. Wijn en de snaps. We ronden op tijd af want we hebben ervaring. Kanalen bij nacht.

5e dag

Ochtend. Valiezen vertrekkensklaar. We besluiten om de tijd die rest op de lido te blijven. Het wordt een wandeling richting strand. We wandelen op het natzand en zitten op de witte rotsblokken van de golfbreker. In de verte turen we naar boten die eilanden zijn. Zicht op het Grand Hotel des Bains. Een laatste alweer niet zo toevallige groet aan onze Venetiaanse connectie. We komen in de tuin van de oude belle-époque villa. Ook daar een waslijn kleurakkoorden. We kijken op het eiland San Lazzaro degli Armeni dat hier slechts een paar honderd meter verwijderd is. We krijgen historische toelichting. Met zijn strakke schijnbaar vierkante omtrek kan het eiland enkel door de mens gemaakt. Oorspronkelijk was het veel kleiner en was er een Benedictijnenklooster. In de middeleeuwen werden er melaatsen ondergebracht. In de achttiende eeuw kwam er een door de Turken verdreven Armeense gemeenschap die daar relatieve vrijheid genoot. Zij bouwden het klooster. De uitbreiding van het eiland volgde een eeuw later. Het is een belangrijk cultuurcentrum. De huidige gebouwen zijn redelijk recent, het oude klooster ging in de vlammen op. We keren terug naar het hotel om onze bagage op te halen. Bij het vertrekpunt voor het boottransport naar de luchthaven nog een broodje op een bank. Boottocht langs de Giardini en door het kleurige Murano. Waslijnen, geteerde palen, oude villa’s. Luchthaven. En verder dromen van melodische waslijnen, vloeiende mozaïekvloeren en Armeense kloosters.

Dirk Verhaegen
Mortsel, okt. - nov. 2019

   





















      

        

 


 

             






Blogarchief