7/04/2019

POLYFONIE

POLYFONIE

Ik maak allerlei nota’s. Ik schrijf ze in kleine boekjes of op losse stukjes papier. Het kunnen zinnen zijn die me treffen, citaten, fragmenten… Soms zijn het titels van schilderijen of namen die ik wil onthouden. Muziek die ik op de radio hoor, iets om in het hart mee te dragen. Het kunnen ook eigen invallen zijn of uitspraken van mensen in mijn gezelschap. Hoogdravendheid en banaliteit. Het staat er de ene keer keurig, de andere keer slordig en nauwelijks leesbaar. Potlood. Bic. Stift. Drukletters. Op mijn schoot. In een rammelende autobus. Handschrift. Gekrabbel. Recht. Schuin. Ondersteboven. Alles door elkaar, als lagen. Een beetje graffiti. Lagen van tijd en ruimte. Lagen van herkomst. Het is niet altijd geordend volgens tijd of gelegenheid. Meerdere reizen of uitstappen kunnen door elkaar lopen. Zuinigheid bij gelegenheid, hoekjes opvullen. Een adres. De naam van wie was dat ook weer? Ik weet na verloop van tijd dikwijls niet meer wat het betekent, noch wat van mij, van een tante of van een of ander genie is. Dat is vervelend. Het is echt niet om weg te gooien, dat zou zonde zijn. Het is als leven en vraagt respect. Moet het wel geordend worden? Het is polyfonie, primitieve polyfonie, niet de mathematisch geconstrueerde polyfonie, neen, de ontspoorde orde, de valse noot die verwondering wekt, de liedjes die elkaar overstemmen, de humus, de droomarbeid. Een wedstrijd van fanfares.

Zo’n geniale uitspraak. Bij vergissing of voorzichtigheidshalve denken dat ze niet van jou is. Jammer toch?

(Dirk Verhaegen)

2/21/2019

OUD KASTEEL

OUD KASTEEL

Er was eens een oud kasteel
Bij nacht was het blauw
Bij dag was het geel
In het land woonde niemand
Enkel in dat oud kasteel
Woonden er veel
Veel, veel, veel,
Dat zegt niet veel
Waren het luizen of muizen?
Of waren het mensen?
Ja en neen
Ja en neen wat?
Luister:
Ooit waren het mensen
Nu gaan ze door muren
Op zoek naar geburen
Die vroegere mensen
in dat oud kasteel
Meer weet ik niet
Over dat oud kasteel
Ja, dat het oud is
en ook dat geel overdag
soms als goud is
Ik weet, dat is niet veel
Dus enkel dit
Bij nacht is het blauw
Bij dag is het geel
En onthou ook dat het oud is
Dat oude kasteel


Dirk
18 II 2019
 



































illustratie Hélène Van Everbroeck

12/20/2018

SAADI

"Het begon allemaal met een koningsmoord. Op 16 januari 1793 stemde de Nationale Conventie in Parijs voor de doodstraf van Lodewijk XVI. Een van de diepere bronnen van de wetenschap is wellicht de ordening van de aanwezige dingen niet te accepteren. Onder de leden die een fatale stem uitbrachten bevindt zich Lazare Carnot, een vriend van Robespierre. Lazare is verzot op de grote Perzische dichter Saadi uit Shiraz, die door kruisvaarders in Akko gevangen werd genomen en tot slaaf werd gemaakt, en wiens schitterende verzen ingeweven in een tapijt op het hoofdkwartier van de VN hangen:

De zonen van Adam delen hun ledematen,
zijn gemaakt van dezelfde essentie.
Als de rampspoed van de tijd één lidmaat raakt
kunnen de anderen geen rust vinden.
Als je niet openstaat voor de pijn van anderen,
ben je het onwaardig Mens genoemd te worden.

Een van de diepere bronnen van de wetenschap is wellicht de poëzie: kunnen zien voorbij het zichtbare. Carnot noemt zijn eerst zoon Sadi, naar Saadi uit Shiraz. En zo staan rebellie en poëzie aan de wieg van Sadi Carnot."

(uit Het Mysterie van de Tijd van Carlo Rovelli)

uitg. 2018 Prometheus Amsterdam
ISBN 978 90 446 3500 3

12/15/2018

SEURAT EN AUTRICHE 2003-2018


                                       Dirk Verhaegen: 'Seurat en Autriche'

12/06/2018

LES GOÛTS ET LES COULEURS



 
Les goûts et les couleurs…
voor Carl en Marijke

Is kunst expressie of is het communicatie? En wie communiceert met wie? Of wat communiceert met wie? Is het de kunstenaar die met het publiek communiceert of is het eerder het kunstwerk? In het eerste geval zou hij hopeloos falen, ook al zou dat falen met opzet zijn. Vaak is de kunstenaar kampioen in het dubbelzinnige, geheimzinnige, paradoxale, hij serveert ons het verbijsterende, onbegrijpelijke. Een al te duidelijke uitleg ontgoochelt ons dikwijls. Laat het mysterie zegevieren, zo denken velen. Maar ook de kunstenaar kan vol onbegrip de eigen creatie bekijken of beluisteren. Het kunstwerk communiceert dan met de kunstenaar. Of de kunstenaar met de kunstenaar. Introspectie. Hij zoekt de boodschap zoals bij een droom. Of is het kunstwerk een object, dat sensoriële signalen naar de kijker of luisteraar stuurt? Stimuli en reflexen? Een soort vibrator, repliceert in dat geval de schampere scepticus. Het publiek ervaart, reageert, interpreteert. De kunstenaar voelt zich al dan niet begrepen. Hij hoort appreciaties die wellicht misverstanden zijn en die hij zich in begrijpelijke ijdelheid toe-eigent. Uiteindelijk gaat hij de misverstanden zelf geloven zoals opgestookte herinneringen.

We kennen het geluk wanneer we samen iets appreciëren. We houden echter niet allemaal van hetzelfde, integendeel, we onderscheiden ons graag. En toch snakken we naar eensgezindheid. In kleine groepen zoeken we liever de grens van de eenzaamheid, zoals vrienden en geliefden. We begrijpen niet dat anderen ons enthousiasme niet delen, tegelijk blij met dat isolement.

Lagere school, het spelletje op de speelplaats. Friet? Hmmm! Rode kool? Hmmm! Spinazie? Eèèè! Camembert? Eèèè! Chokolade? Hmmm! Later werd het Adamo. 'Tombe la neige, tu ne viendras pas ce soir…'. Mijn vader maakte die sentimentaliteit belachelijk. Hij hield van Brassens en dat nam ik dan over. Mijn schoolkameraden moesten daar dan op hun beurt mee lachen: daar kun je toch niet op dansen? Bob Dylan maakte mij echt eenzaam: zowel mijn vader als mijn schoolkameraden vonden zijn stem afschuwelijk. Toen iedereen van Bob Dylan ging houden werd ik hautain: Soft Machine of Janis Joplin, dat was kaliber. Inmiddels sloeg mijn vader mij te pletter met de free-jazz van Albert Ayler. Ik sprak niet met mijn vader, maar met het Albert Ayler Album Nuits de la Fondation Maeght werd een heimelijke band in stand gehouden. Misschien was het boven bieden. Aylers partner Mary Maria Parks zong het aangrijpende Music is the Healing Force of the Universe. Kenners verweten Ayler dat hij met deze soul afdwaalde naar het commerciële. Mary Maria was de boze verraadster. Kort voor de dood van mijn vader sprak ik met hem enthousiast over Sonny Rollins Tenor Madness. Wij spraken ook over een concert op Jazz Middelheim. Dat was voor hem, het einde naderend, onbereikbaar geworden. Schoonheid en emotie als onbereikbaar verlangen. Afscheid nemen. Weemoed. Tijden van verzoening. Ook Moessorgsky’s Beelden uit een tentoonstelling heeft met die band te maken. Leen kan het niet horen. Wij luisteren veel naar Cohen. Who by Fire en Teachers zijn mijn favorieten. En The Story of Isaac.

Vandaag luister ik naar Jordi Savalls Esprit d’Arménie. Ik lees de volumineuze bijsluiter -muziek is toch een medicijn? Hijzelf vond troost in de Armeense muziek na de dood van Montserrat Figueras.
Zijn ensemble Hespèrion speelt samen met Armeense muzikanten, die ook vrienden van Montserrat waren. Ik hoor de muziek, lees tegelijk de tekst, herinner mij wat ik las over Armenië, over de verzamelende musicoloog Komitas, en verder over Ossip Mandelstam of ook over dat wat… mijn vader mij leerde over de Armeense genocide. Lezen en luisteren tegelijk? Contaminatie? Een stoorzender? Een versterker? Synergie?

Muziek, het is alsof ik geen schilder zou zijn. Ik hield van Rembrandt, mijn vader van Vermeer. Hij lachte met de Nachtwacht, of toch met het oosterse tapijt dat extra eerbied wou afdwingen. Inmiddels hou ik ook van Vermeer, en nog altijd van Rembrandts Joodse bruidje. De modernen bekoorden meer, intrigeerden, fascineerden. We werden kieskeurig en vraatzuchtig tegelijk. Mmms, èès en eeuhs. Primair en gesofistikeerd met de seizoenen mee. Ik schilderde en besefte dat schilderijen niet moesten ontroeren zoals muziek dat doet. Wie dat wil slaat de bal mis. Maar de ontroering bij goede kunst voel ik soms fysisch en paradoxaal genoeg bij zogenaamde koele kunst.

Toen ik 16 was kreeg ik een pocket over 20-eeuwse kunst. Eigen keus. Mijn nonkel doorbladerde het: wat een lelijk boek!  Sedert de oudheid zoeken filosofen wetmatigheden in schoonheid en kunst. Zij stellen vast en schrijven uiteindelijk de regels voor. Reeds in de oudheid zijn er ook filosofen die tot de conclusie komen dat kunstenaars juist uitzonderingen maken en overtreders zijn van die regels. Regels kunnen de ene keer verstikkend zijn en de andere keer een productieve uitdaging. Goede kunstenaars bedenken hun eigen regels, niet volgens willekeur maar volgens inzicht. Zij leren van hun werk, van het publiek en van het leven.

Angst voor emotie. Instinctrepressie? Plato was op zijn hoede voor de kunst. Hij verwierp de mimesis want het was schijnwereld van schijnwereld. En muziek was gevaarlijk, dat vond ook Tolstoj. Ik ken dat verzet, dat op mijn hoede zijn. Vandaar dat lezen of vertalen van teksten als tegengewicht. Kon ik maar partituren lezen. Mijn visuele werken zijn misschien partituren, would-be partituren. Kunst en intellect, voor velen taboe. Er bestaat niet uitsluitend instinctrepressie, er bestaat blijkbaar ook intellectuele repressie. Men houdt de kunstenaar dom, bête comme un peintre.

Schone schijn, ook de wetenschap waarschuwt ons voor de illusoire wereld. Tenzij het de wetenschap van de waarneming is, want daarmee kunnen we een stukje liefde voor dat wonderlijke stukje schijn weer binnenhalen. Het begon bij Goethe: slechts de schijn bedriegt niet.

Kijken we naar werken, of kijken we naar herinnering aan werken? Rustig kijken, het bestaat. Op een zetel naar Gustave Van de Woestijne of Eugène Laermans. Werkloos en tijd zat. Of met Hélène naar Quinten Metsijs. Gedeelde rust en conversatie. Ik herinner het mij omdat het zo zeldzaam is. Als we over kunstwerken spreken hebben we die maar zelden onder ogen.

Wat communiceert kunst? Emoties? Ideeën? In elk geval kan het medium nooit bijzaak zijn. Kunst is creatie, is maken. Het kunstwerk toont hoe het gemaakt is. Het kunstwerk toont inventie, procédé, werkproces. Schikking, worsteling met de elementaire werkzame bestanddelen. Het kunstwerk spreekt over zichzelf. En dat is in alle tautologische beperktheid onuitputtelijk.

Sluit de boeken zegt Wordsworth. Hij zegt het in een gedicht, een gedicht in een boek. Vogels in gedichten, in dichterlijke vlucht aan het denken voorbij.

Hartelijke groet,
25 8 2018
Dirk




Blogarchief