'De huizen leken op tuinen, na een regenbui plotseling opgekomen uit het zand. Vormen van zuivere kleur - stralend, los van elkaar - waren op de wit glanzende muren geschilderd, als knipsels van Matisse. Patronen van kaneel, roest, staalgroen, roze, Antwerps blauw, oker, room, meekraprood, lampzwart, siena en antiek oker, misschien het oudste pigment ter wereld. Elk een vreugdekreet. De witgekalkte muren waren ingelegd met versieringen in felle kleuren, zo fel dat het haast pijn deed aan de ogen - geometrische patronen, planten, vogels en dieren, mozaïeken sieraden in het pleister; slakkenhuizen en glimmende steentjes. Boven de deuren zaten rijk beschilderde porseleinen borden, wel dertig of veertig per huis; als edelstenen in een halsketting staken ze af tegen de witte huid van het pleister - poreus, ademend, koel. Dit was een liefdesverklaring van mensen aan een plek, zo speels, zo rijk aan betekenis; de huizen gingen qua materialen en ontwerp zo naadloos op in hun omgeving dat ze nooit verplaatst konden worden. Een volmaakt samengaan van kunst, huiselijk leven, landschap - een schoonheid waarvoor je niet in eerbied wilde buigen, maar juist van vreugde opspringen.'
(uit Anne Michaels Het Wintergewelf, 2009)
'Ik kom uit de streek van de grote Aswan-dam. Ik was in New York toen de dam voltooid werd. Ik verloor mijn dorp. Toen ik terugkeerde en mijn volk elders zag, begreep ik in het diepst van hun ogen de ernst van dit verlies. Ik zag dat mijn volk verloren was. Ze verhuisden naar een half woestijngebied. Bij mijn terugkomst was ik zelf verloren. Ik speelde op mijn instrument zonder ophouden dezelfde zin herhalend. Ik zat op het waterwiel, de oudste machine van ons land. Iedereen die op het wiel gaat zitten raakt gehypnotiseerd door het geluid.'
(Hamza el Din over Escalay/Waterwheel) 'This is a duo composed and performed by Hamza himself. The constantly repeated ostinato at the bottom of the oud's range is intended to represent the rotations of a gear.'
(toelichting bij Oud Duo - de oerversie van Waterwheel - van Hamza el Dim)
Escalay/Waterwheel op Kronos Quartet: Pieces of Africa
Morgen vertrekken we, bestemming New York. Twaalf uur vliegtuig in het vooruitzicht. Om onduidelijke redenen gaan we over Washington. Ieders wegen zijn ondoorgrondelijk. Belangrijk is goede lectuur mee te nemen voor tijdens de vlucht. Sommigen lezen dan Delirious New York van Rem Koolhaas, anderen weer Laagland van O'Neil of ze bereiden hun reis ernstig voor met een reisgids en tijdschriftenknipsels. Ik heb goede herinneringen aan Maigret in de mist tijdens één of andere lange vlucht. Momenteel echter leven andere dingen. Ik bekijk het stapeltje boeken op mijn werktafel. Henry David Thoreau: Automnal Tints. Dat zou nog iets kunnen zijn, een intieme kleurenleer om bij het geluid van straalmotoren te lezen. Ik heb het boekje van Thoreau niet in het Engels, ik heb het in Franse vertaling met een voorwoord van Kenneth White die veel voor mij betekent, dan heet het Couleurs d'automne. Ook mogelijk is van Elaine Scarry: On Beauty and being just. Een serie eitjes op de cover. Iemand zei dat het zijn leven veranderd heeft en Coetzee getuigt op de achterzijde dat 'beauty fosters the spirit of justice'. Een knappe dame, een activiste, die Elaine Scarry, een beauty. Houdt zich ook met mysterieuze vliegtuigongelukken bezig. Of van H. W. Longfellow: Het lied van Hiawatha. , de indiaan die gezonden was om de vrede te onderwijzen. Of Du Fu: De verweesde boot, klassieke Chinese gedichten, eventueel ook in het Engels, daar is dat Tu Fu, The Selected Poems of Tu Fu, Chinese gedichten op weg naar New York lezen, why not? Li Po, een andere Chinees., ook mogelijk. Of wat ook nog kan: van de Japanse dichter Basho De smalle weg naar het noorden, ook daar staan dingen in over kleur en over het aangezicht van de geliefde, over de steen van Shinobu en over het hart dat zo verward is als het grillige verven van stoffen met herinneringsgras. Basho, de poëtische pelgrim, de schrijvende reiziger. De verdichter ook, je moet zijn authentieke verslagen soms met een korreltje zout nemen. Ook een mogelijkheid: Aldus sprak Heraclitus. Of van Jachim Topol: Het gouden hoofd, dit omdat de typografie mij aanstaat en wellicht ook omdat ik van mongoolse keelzangen hou. Of Vano en Niko van Erlom Achvlediani, ook omwille van de mooie typografie, en omdat het Georgisch is en omdat Zdanevitch en Pirosmani Georgiërs waren en omdat ik mij een mooie film over Pirosmani, de Georgische Giotto, herinner en omdat Zdanevitch naast typograaf en weet ik veel ook alpinist was en op de Kachkar ging gelouterd door de pure lucht en het lichamelijk bewogen denken. Ik kan niet beslissen.
Is het lijstje pedant? Ze liggen op mijn tafel en wachten aanwezig. Het kan trouwens Maigret en de binnenwateren geweest zijn in plaats van Maigret in de mist, zo goed weet ik het niet meer.
Binnenwippen bij De Boekuil. Daar vind ik De roman van de schaatsenrijder van Cyriel Buysse. De Leie en de wijsheid van bevroren rivieren. Ja, de rivieren en curven tekenen op het ijs. Ik twijfel geen moment. (Ik las recent van Joris van Parys de erg knappe nieuwe biografie van Cyriel Buysse.)
We vertrekken naar New York en ik zoek op het internet Schotse bestemmingen: Crianlarich, waar men geen twee keer in dezelfde koude rivier kan duiken zonder te sterven, of waar de tenten in de rivier vliegen behalve de onze, Killninver waar men roeiend zalm vangt, en waar iets tot zijn kleinste betekenis beperkt kan worden, waar het denken doen wordt, waar de tent bij eb te drogen ligt op de keien, uitgespreid zeil, de stormlijnen als uitstralende ledematen tot aan de rode keien reikend, en Oban waar de tijd stilstaat en de toekomst kans krijgt geboren te worden, Ullapool waar op aangespoelde viskisten gezeten wordt en waar de schaduwen 's nachts over de fjord reiken, waar we Lord Franklin, en the fate of Franklin no tongue can tell, zongen en waar we als zijn galante bemanning mooi bestek te voorschijn toverden, of Cape Wratt waar de schepper slechtgeluimd was en de afgrond een confrontatie. Herinneringen aan reizen van vijfendertig jaar geleden. Hoe dichtbij met de nieuwe technologie. Alles krijgt meer namen en betere aanknopingspunten. Toen hadden de rivieren nog geen naam, zij waren slechts stromen onbekende emotie. Boomgaarden bij Canterbury. Avondluchten over Newcastle. Kristalheldere rivieren. Oude stenen bruggen. Regenvlagen en getrotseerde stormwind. Kampvuren. Extase. Wandeling naar de brug over de Atlantische Oceaan. Het aarzelende meisje. ('s Ochtends zat ze met naakte borsten een sigaret te roken). De lokale adel was uiterst gastvrij. En een boerendochter bracht taart en hoevekaas die wij accepteerden met een bedeesde glimlach en met ongeschoren gezichten.
Hélène maakt zich meer dan zorgen. De berichten over de swine flu houden ons bezig. We proberen te relativeren. De echte pandemie, dat zijn de media. Maar toch. Pessimisten hebben ongelijk: de werkelijkheid is vaak erger. Hélène onderging een zware operatie. Ze was lang herstellende. Of ze wel naar New York mocht? Stuur een kaartje, zei de chirurg. Haar dochter is pas gescheiden, het laat haar niet los, ze lijdt mee. En haar oudere broer is pas overleden. Een gouden hart minder op de wereld.
Sonja levert de apothekerij. Sonja is weduwe. Zij is de zus van Myriam.
We vliegen met een boeing 777, vlucht 951 van American Airlines. Ik heb zitje 36H naast Hélène. Stipt vertrokken om twaalf uur. Zicht op rangeerstation van Schaarbeek, het kanaal Brussel-Willebroek, het viaduct van Vilvoorde. File op de ring.
Het vliegtuig duikt in Friedrichs zee zonder de monnik en komt uit boven zijn ijszee zonder wrak.
Dertien uur. Blauwe hemel. De jeugdige ijspret van Buysse wordt verstoord. Hélène toont mij een overlijdensbericht in de krant. Godelieve Peeters, de dochter van kunstschilder Jozef Peeters en Pelagia Pruym. 'De burgerlijke rouwplechtigheid met asurn, waarop u vriendelijk wordt uitgenodigd, heeft plaats in de Aula "Aster" van het crematorium van Antwerpen, hoek Jules Moretuslei- Legerstraat te Wilrijk, op vrijdag 8 mei 2009 om 13. 15 uur. De asverspreiding geschiedt aansluitend op de begraafplaats "Schoonselhof". Dit bericht geldt als enige kennisgeving.' De goede Godelieve, de dochter van één van onze eerste abstracte kunstenaars. Hélène en ik betreuren dat we niet aanwezig kunnen zijn. We bewonderen Jozef Peeters, als kunstenaar en als mens. Zijn werk prijkt in onze huiskamer. Godelieve hebben we met sympathie persoonlijk gekend. Ik heb haar met vrienden bezocht in de vroege jaren zeventig. Hélène en ik bezochten haar meermaals, ontmoetten haar op tentoonstellingen, zagen haar op mijn eigen vernissage. Ze was bescheiden en een beetje wereldvreemd. Haar vader had haar thuis zelf onderwijs gegeven, daar hij de scholen wantrouwde. Hijzelf had zijn schilderen een hele tijd terzijde geschoven om zijn zieke vrouw te verzorgen. We scheuren het bericht zorgvuldig uit de krant en ik berg het achter in Buysses schaatsenrijderroman.
Blik in de diepe blauwe zee. Tussen de restjes wolk zijn sterren in zee gevallen. In de verte wolken als geribbelde stranden. Walking the Coast. Wolkennmodulaties, wolkenmodificaties, hemelse continentendrift.
Een duistere lijn vergezelt ons in de diepte. Ook het reizen heeft zijn schaduw. 14. 15 uur. Vlieghoogte 11582 meter. Wind mee 20 km per uur.
15. 50 uur. De ikpersoon is verliefd op cafédochter Tieldeken.
16 uur. Buysse overtroeft de boerenpummel in het schaatsen en transformeert voor de ogen van honderden toeschouwers in het mythische boerke van Meileghem. Buysse: 'En al de sterren bloeiden in het donkerblauwe uitspansel.'
Wollige verdichting, de diepe sterren zoek.
16. 30 uur. Wind tegen: 79 km per uur.
Hélène wisselt Jeroen Brouwers Geheime kamers voor een sudoku. De rechtervleugel raakt de S van St. Johns. Buitentemperatuur -60° Celsius.
Buysse: 'De oevers droomden in een grijsachtig, als het ware rook-omneveld onbestemde weg. Een bos stond zwart gelijk een hoge muur van bazalt en de glooiende sneeuwvelden tintelden soms, alsof zij met zilveren stuifmeel werden overpoeierd.'
Buysse citeert Pascal: 'Les fleuves sont des chemins qui marchent.'
Joanna, Veerle. De koorts van het reizen. Patagonië, Mongolië, Mali, Syrië, Egypte… Veerle zag de Ararat.
Een collega tot mij: ‘Jij hebt het niet nodig om te reizen, jij reist in je verbeelding.’
Buysse: 'Hoe is het mogelijk thuis te blijven zitten, of zich op een en hetzelfde plekje op te houden, terwijl men weet dat zich alom de vreugdewegen uitstrekken, dat kanalen en rivieren dichtgevroren zijn en dat men zich maar heeft te laten gaan, om spoedig en gemakkelijk te komen, waar men anders niet komt, om taferelen te aanschouwen en gebeurtenissen bij te wonen, die men anders niet zal zien en niet zal bijwonen!'
Pascal: 'Alle ongeluk ontstaat door dat wij niet in een kamer alleen met onszelf kunnen zijn.'
17 uur. Wolkenveld zonder horizon.
19 uur. Witte wolligheid zonder blauw. Hélène ziet de strakke vleugel: een zee met op de horizon een reeks containerschepen. Buysse geruild voor Henry David Thoreau. (Ik heb die toch ook maar meegenomen.) Ik lees de introductie van Kenneth White. Kenneth White: 'Dans un monde de plus en plus fantastique (en Amérique encore plus qu'en Europe), on revient à Thoreau comme au champ réel.' Thoreau: 'Quand je réfléchis, je découvre qu'il y a dans le monde bien autre chose que moi. Pour la philosophie qui m'intéresse, l'Homme est un phénomène du passé.'
We landen in Washington. Ons vliegtuig voor New York heeft een uur vertraging. Als de tijd stilstaat wordt de toekomst geboren. Sonja, ongerust: ‘Maar die schrijft alles op!’ Ik verklaar: schrijven in real time. Klink goed, vindt het gezelschap. Ik verzet mijn horloge, Hélène laat het hare op West-Europese tijd staan. De controles zijn streng maar uiteindelijk probleemloos. Het colablikje moet weg. Vingerafdrukken. Bril af. Foto. Onze man kan lachen. Myriam wordt aan een ander loket strenger, intimiderend, grof aangepakt.
'Heeft u vrienden in de V.S.?' 'Ja.' 'Wat doen ze daar?' 'Ze werken in New York.' 'Waarom werken die daar? Hoe komt het dat je die kent?' 'Wij zijn tolken.' 'Wannneer heb je ze het laatst bezocht?' 'Twintig jaar geleden.' 'Hoe komt het dat je sedertdien niet naar de V.S. gekomen bent? Hebben wij iets verkeerd gedaan?'
Myriam kan niet schaatsen, wel langlaufen. Joanna leest Laagland van O'Neil.
Myriam heeft vrienden:
(Nieuwsblad, 13/05/2009
Belg klaagt over vertraging op Amerikaanse vlucht... en belandt in cel.
Een Belg die zich erover beklaagde dat zijn vliegtuig vertraging had, is daar in de VS voor in de cel beland. 'Sinds 9/11 kunnen Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen zich blijkbaar alles permitteren', zegt het slachtoffer, Nicolas Cantisani (61). Brusselaar Nicolas Cantisani, die vanaf zijn geboorte blind is, is een gereputeerde vertaler die jarenlang voor de Europese Commissie in Brussel werkte. Morgen komt zijn zaak voor de rechtbank in Philadelphia. De man staat terecht voor wangedrag en verzet bij zijn arrestatie. Hij riskeert twee jaar celstraf, maar in de praktijk wordt hij mogelijk enkele jaren de toegang tot de VS ontzegd.)
Obama lacht op de stylo’s. Amerika blijft Amerika. Chomsky leest men in Europa.
De vlucht is overboekt. Men vraagt drie vrijwilligers om een latere vlucht te nemen, met als compensatie een gratis ticket voor een binnenlandse vlucht met eender welke bestemming behalve Alaska. Als er geen drie kandidaten gevonden worden, wordt bij toeval beslist.
Ik tot het gezelschap: ‘Als Alaska niet meetelt hoeft het niet voor mij’.
De gang is eindeloos. Frisheid lokt in het verschiet. Massages mits betaling. Eén enkele Aziatische vrouw met mondmasker. Pandemie? Hysterie?
Het vliegtuig, een Embraer ERJ 145 van Chautauqua Airlines, ziet er wat oud uit met zijn verweerde snoet. De deur van de stuurcabine staat open, we zien de bemanning en de instrumenten met vele lichtjes en knopjes. Men kondigt een onrustige vlucht aan. We vertrekken om 16. 19 uur.
Wat betekent Chautauqua?
18. 38 uur. Grijze luchtlagen vol landschappelijke uitgestrektheid als zeeën en kusten. Schaatsenrijden op het wolkendek. Dolfijnwolken. ijszeewolken, miereneterwolken. We vliegen door regenvlagen.
Kenneth White over Thoreau: 'Et pour lui, le plaisir des yeux, c'est d'abord la couleur. Parmi les couleurs c'est le rouge.'
Myriam heeft de ogen gesloten.
Jamaïca Bay. Goose Island. Een bootje. Duizend vogels. Brakwater. Biesboslanding.
20 uur. We wachten op de shuttle die ons naar het hotel brengt. Mondriaaninvloed. Op weg naar Manhattan: Wim Rietdijk heeft een nieuwe god gezien in de miljoenen lichtjes van de grootstad bij nacht. In de shuttle Fransen en Mexicanen.
Het hotel is basic maar proper. Het is er erg warm op de kamer. We zoeken in de directe omgeving iets om te drinken. In de eigen straat is de Ierse pub even lawaaierig als de Australische bar met cricket en boksmatch op de televisie. Bier. Wijn. Wijn.
's Avonds in bed. Daverend straatlawaai, de nieuwe god is nog wakker, is een slaaptergende sadist. Ik lees. Er zijn geen leeslampjes, de hele kamer moet verlicht zolang we lezen. Buysse schaatst in de winter. Thoreau heeft ook wel een Winterwandeling geschreven maar houdt vooral van de overgangsseizoenen. Als de tijd blijft stilstaan wordt de toekomst geboren. Thoreau heeft geen enkele nostalgie naar het verleden, en zeker niet naar de kindertijd. De herfst is het echte begin. Het is in de maand oktober dat het genie van het woud en dit van het bestaande zich in al zijn schittering manifesteert. We zijn in de maand mei. Nagenoeg het hele gezelschap heeft een bejaardenpas.
Lawaai. Grootstadrazernij. Lichtstrepen glijden de hele nacht over muren en plafond. De redeloze rede verwekt monsters in haar slapeloosheid. Hélène overgevoelig voor dat alles, slaapt voortreffelijk met een slaappil. Ik maak foto's door de jaloezieën, zicht op de kleine synagoge en het elektronica winkeltje. Om zes uur ben ik de deur uit. Voor de deur één van die glimmende karretjes waar je cheese-on-beagle kan kopen. Op de hoek Bryant Deli waar snacks en drank te koop zijn. Fresh Tossed Saladbar. Create your own salad. Ik maak kennis met mijn lievelingsreclame: Jack's worth every penny. Donkerrood veld met zwart kader. Letters wit op zwart. Centraal het muntstuk. Daarachter verbindt een groene brug de twee straatkanten. Ik wandel op 6th avenue tot Broadway, keer op 5th avenue terug, maak foto's van Empire State Building met de spits in de ochtendnevels, loop langs de New York Public Library, ga langs Bryant Park met zijn paviljoentjes en zijn nog natte stoeltjes -de meeste groen en enkele in rood, geel of blauw- en keer terug naar het hotel. Ik drink met Myriam en Sonja koffie bij Giossepe's.
(Mijn eerste verblijf in New York was in oktober 1978. De vliegtuigreis heen en weer kostte toen 13280 BF, tax inbegrepen. Met de Greyhound reisde ik naar Montréal waar ik een individuele tentoonstelling had in galerie Gilles Gheerbrant. Begin november keerde ik weer, eveneens over New York. De Greyhound kostte 54.10 dollar. Eén dollar was toen 36 BF. Ik logeerde twee keer in President Hotel, een goedkoop en vrij lawaaierig hotel met 400 kamers.)
(Indrukken van toen: uit de torens stijgt meer rook op dan wij in Europa vermoeden, verkeerslichten zijn eerder adviserend dan imperatief en de deuren gaan naar buiten open. Queensboro Bridge stond gedeeltelijk in de menie.)
(In 1988 was ik opnieuw in New York, ditmaal met Hélène. Toen logeerden we een week bij computerkunstenaar Manfred Mohr en zijn vrouw Estarose. Het verblijf was een onderbreking binnen een maand Montréal. We aten zwaarvis en appelsienen. Groenten al dente.)
(Oktober 1978
Eerst zat ik alleen in de Greyhound maar tegen het vertrek kwam een blond meisje naast mij zitten. Het regende en de lucht was grauw. We verlieten Manhattan langs Lincoln Tunnel en dan redden we over een draaiend viaduct waarbij we een mooi zicht op de wolkenkrabbers en de Hudson hadden. In het begin was de weg niet zo bijzonder, laat ons zeggen een soort Amerikaanse Boomse Steenweg. Om 9.50 uur noteerde ik dat we al een hele tijd door bergen reden met loofwouden in herfstkleuren.)
Myriam heeft een Zwitsers pennenmes. Het zat in haar valies. Hélène moest haar aardappelmesje inleveren. Het zat in haar handbagage. Ik mocht mijn silvercutter behouden, het mesje had ik tijdig in de vuilbak gegooid. Een heel complot, die mesjes. Ze brengen je op ideeën.
We voltooien ons ontbijt bij Pax. Eat in, take out, breakfast, lunch, dinner. Ik hou van de gele zakjes en de typografie. We zitten aan een tafel bij de restroom. Je kan er gemakkelijk te kakken zitten. Sonja en Myriam vertellen over de toiletten in Suriname. De drollen plonsen in de rivier. Hoor daarbij die duizend zangvogels en brulapen! De indianen varen met hun bootjes voorbij. Verhalen over Frans wc’s. Van Franfrijk naar de Britten. Ik herinner mij een boekrecensie van Gerrit Komrij over de exentrieke gids How to shit in the Woods.
In Bryant Park zit een zware, bronzen Gertrude Stein met haar handen op de schoot. Ze hield van schilderijen, vooral van olieverfschilderijen, en ze hield van vrouwen. Het park is een aangename oase. Perspectieven met platanen en verspreide donkergroene klapstoeltjes. Paris meets New York.
We gaan ons informeren bij Times Square. De lichtreclames overweldigen zonder dat hun boodschappen doordringen. De man achter de infobalie neemt alle tijd om ons met uiterste nauwkeurigheid en vriendelijkheid te informeren over excursies, ferry's, musicals, gospeldiensten en jazzclubs. Black is beautiful, vooral met witte tanden. Veerle doet haar best, Myriams ogen tintelen. De dames zijn in de wolken. 'You can always call me for more information. This is my phonenumber.' Ik hou mij op het achterplan. Als de tijd stilstaat wordt de toekomst geboren.
Myriam kijkt in de riching van een stem. Harry Belafonte.
We nemen de subway richting downtown. We nemen de ferry heen en weer naar Staten Island. Het vrijheidsstandbeeld blijft klein ondanks de spectaculaire afmetingen. Daarna wandelen we langs East River met zicht op Brooklyn Bridge. We wandelen langs Wallstreet en zo verder naar Ground Zero. Dan terug naar East River. Uitblazen op de banken met een biertje en met zicht op de oude zeilschepen. Ik maak een schets, zeilboten die net zo goed bij de Oostendse havengeul getekend kunnen zijn. We eten bij Hsin Wong in China Town. Avondwandeling over Brooklyn Bridge. Terug met de metro. In de Cubaanse Bar in de straat van ons hotel ronden Hélène en ikzelf vroeger af. De anderen worden later met ruzie buitengezet.
Donderdag. Koffie bij Giussepe's. Ontbijt met spek en eieren bij Pax.
Ik vertel Myriam over Schotland en over Italië.
‘Door onverstand geen hemd meer aan het lijf, Ten einde raad op steun van vrienden levend-’ (Du Fu)
Myriam vraagt van welke stad ik het meest hou. Ik zeg Sienna. en Edinburgh, en Praag, en Boedapest, en Lyon. Zoveel heb ik nu ook niet gereisd. En Lübeck en Hamburg. Berlijn. O ja , Berlijn dat vindt ze een fantastische stad, zoveel groen!
Ik bel naar Manfred Mohr en Estarose. We spreken af dat Hélène en ik de volgende dag tegen vijf uur komen. 20 North Moore Street. Lijn 1, afstappen in Franklin. Ik ben erg blij met dat vooruitzicht.
We wandelen richting Central Station en Chrysler Building. We nemen de subway tot de 59e straat en vergezellen Myriam en Sonia tot aan het Lighthouse. Joanna, Veerle, Hélène en ikzelf gaan tot Central Park. In het park rusten we op het stenen muurtje. Saxofoongeluiden. De wand met torengebouwen is als een decor. Penthouses met dakterassen. Hélène vertelt ons over Merlyn French die hier ergens woont. Feministe, inmiddels oud en met kanker. Op dat ene torengebouw woont, aan de architectuur te zien, een kleine zonnekoning. Een duif schijt op mijn regenjas. Joanna herstelt het euvel met verpleegstersliefde. We vinden Sonja en Myriam terug, al zijn we iets te laat op de afspraak. Het Lighthouse bracht geen licht. We nemen een autobus richting Cloisters. De zwarte chauffeur zingt de straatnamen en hun nummers zo uitbundig dat hij de hele bus aan 't lachen krijgt: ninty eight, one-o-one, one-o-two. Beetje gospel, beetje James Brown. Hijzelf lacht het hardst van allemaal.
Cloisters. Vochtige warmte. We houden het bij de dode monniken in Bourgondië en in Normandië. Zicht op de Hudson. Washington Bridge in de mist. We raken elkaar kwijt binnen handbereik. Zo dicht de mist, de oevers uitgewist, de wegen goed verloren.
(regels geschreven in restaurant New Leaf:)
Miles Davis met plensbui en donderslagen. Veerle in tegenlicht bij het open raam. Japanse kersenblaadjes op de vensterbank. Een duistere lijn vergezelt het reizen.
Veerle gaat zelfstandig. Bloemen geuren in de regen. Wij verdwalen in kronkelwegen, eindigen klauterend en dalend in de Ardennen en in Luxemburg en bij ondoordringbare plassen.
Wandeling in het park, wandeling in het water. Subway richting downtown. Chelsea Hotel. Utrecht, een winkel met schildersgereedschap. Amerikaans katoen. Een Mac winkel. Myriam koopt audio. Om de stilte te beluisteren? We zitten met zicht op de scherpe hoek van Flat Iron Building. De ijzeren stoeltjes nog nat. Pauze. Het geluk van steden.
Op 5th avenue lopen we Veerle op het lijf. Bryant (die van ons park): 'He who from zone to zone,/ Guides through the boundless sky thy certain flight,/ In the long way that I must tread alone,/ Will lead my steps aright.' Joanna en Sonja gaan op Empire State Building. Myriam, Hélène en ik drinken koffie in Starbucks. Een paar tafels verder leest een Aziatisch meisje Interaction of Colour van Josef Albers. Een klacht of een kleurenleer. De steen van het goede geluk. De steen van Shinobu. De lavendelkleuren van de Gengi Monogatari. Murasaki. Affiniteit. Ik vertel Myriam over mijn cursus. Bestaat er interactie van geluiden, van geuren, van tasten?
We vervolgen onze weg op 5th avenue. Myriam betast de souvenirs: Empire State Building, Chrysler Building, Vrijheidsstandbeeld. Op straat een groter formaat. Alles door de vingers bezocht: tenen, ketting, de voet achteruit die verbazing wekt, de gedrapeerde kleren. Op haar tippen bereikt ze de stralenkrans. Ik bespaar haar de kingkongversies.
Avondlijke picknick in Bryant Park. Empire State Building roodwit verlicht. De volle maan komt om het hoekje kijken. Veerle heeft haar eigen avondprogramma.
Vrijdag. Cheese on beagle met Myriam en Sonja. Koffie, cappuchino. Samenkomst in Bryant Park. Ik heb een tasje met een tekening voor Manfred die we 's avonds zullen ontmoeten. Samen naar het gebouw van de Verenigde Naties. De controle is al zo streng als op de luchthaven. We zien af van verder bezoek. Enige besluiteloosheid. Veerle: 'Als we met z'n allen eens een kakske gingen doen?'
Hélène en ik zoeken East River met zicht op Queensboro Bridge. Tuintjes, een zwarte passerelle. Dan naar het Moma. Hélène signaleert voorzichtig keelpijn. Ze installeert zich bij een sculptuur in de tuin, in de ijle metalen stoeltjes. Ze leest een oude Guide Michelin over New York. Iedereen kent zijn eigen omwegen. Ik bezoek drie uur lang de vaste collectie en de tijdelijke tentoonstellingen. Af en toe ga ik haar opzoeken met respect voor de afgesproken tijdstippen. Ik breng verslag uit. Een Seurat van Port-en-Bessin., een plaats die we kennen, een meester die we vereren. De geest van de plek. Een Monet met een Japans bruggetje, Pollock nadert met rasse schreden. De vlinderstoel met een lederen zitting. Thuis bij ons een gele en een witte. Een vroege Mondriaan. Delaunay, kunst in de regenboog. De knapste suprematistische schilderijen van Malevitch. Schrifturen van Leon Ferrari. Collages van Leon Ferrari. Met collages herleest Ferrari de bijbel, de engelen van Piero della Francesca's Madonna del Parto houden het gordijnen open voor een paddestoelwolk. Maquettes van architecturale landschappen. Papierkunst. Een half uurtje voor een kleine lunch bij het vijvertje en de sculptuur van Calder. Drugstore. Hélène koopt keelspray.
Om half vier zijn we opnieuw in het hotel. We reclameren over de airco. Het is abnormaal warm op de kamer. 'Please sir, my lady is sick.' We krijgen een nieuwe kamer. Daar werkt de airco maar er is geen commode. Men kan niet alles willen. Ik bel Manfred Mohr dat we een uur later komen, Hélène moet recupereren. Ik twijfel of die afspraak niet helemaal in het water valt.
We zijn vroeg. Gevel met de typische brandladders. We wandelen in afwachting North Moore street uit richting Hudson. Er is meer lucht dan in Uptown. Hélène voelt zich al iets beter met een perdolan. Op het einde van de straat is er een drukke verkeersweg. Langs de rasterafsluiting fietsers, joggers en wandelaars. Ik maak foto's door de mazen.
We worden hartelijk ontvangen. De lift geeft rechtstreeks toegang tot de dubbele loftruimte op de achtste verdieping. We waren hier eenentwintig jaar geleden. Veel is er niet veranderd. De boeken die eerder op de grond stonden hebben een sobere horizontale bibliotheek gekregen. Op een diagonaal geschikt rek bij de ramen aan de straatkant staan cactussen, liggen steentjes en andere prularia. Het ziet er relatief knus uit, vergeleken bij het hyperrationele werk van deze pionier van de computerkunst. De salontafel is een rommeltje waar de doorsnee constructivist zich over zou schamen. Manfred kent mijn belangstelling en waardering, aarzelt niet om mij meteen rond te leiden in zijn heiligdom. Er is werk uit alle periodes. Vroege hard-edge werken met fictieve elektronische symbolen. Werken met geroteerde kubusfragmenten. Laserglyfs. Grafische wandelingen op het netwerk van de hyperkubus. Dimensies en hun astronomische mogelijkheden. En dan de kleur, 'dedicated to colourfull Estarose'. Schilderijen, wandinstallaties en recentere bewegende programma's op zelfgemaakte beeldschermen. We besluiten te telefoneren naar onze gemeenschappelijke vriend en vroegere galerist Gilles Gheerbrant die in Zuid-Frankrijk woont. We telefoneren met drie toestellen tegelijk. De simultaneïstische kakofonie in het Frans en in het Engels moet Gilles uit zijn somber schimmenrijk doen ontwaken. C'était vachement dada. We drinken een glas Spaanse wijn met stukjes kaas en olijven. We besluiten inkopen te doen voor een avondmaal thuis. In de buurt een immense zaak met gezonde voeding. We kopen Chileense baars en boontjes.
Een dubbele loft in New Yok. Het hutje van Tu Fu in gedachten.
De witte tafel is nog steeds de oude. Estarose schikt het bestek en de groene servetjes met constructivistische knipoogjes. Ik heb zicht op een witte laserglyph, vier van de 23040 diagonaalwegen in de 6-dimensionale hyperkubus. Ik hou van die licht nerveuze geometrische dynamiek. Het doet niets af aan mijn tafelvreugde. Hélène: 'Dirk is a great admirer of your work.' Ik ken het werk van Manfred Mohr van begin jaren zeventig. Ik kocht toen en computerwerk A formal Language, wit op zwart. Het wit is inmiddels wat gelig geworden, het zwart bruinrood. Doesn't matter, it's all in the mind.
Het werk van Manfred heeft wortels in de gestuele kunst. Hij houdt bijvoorbeeld van Sonderborgh. Manfred is ook muzikaal gevormd, leerde hobo en tenorsax . In zijn vroege jaren speelde hij freejazz en zelfs rock & roll.
Op de vensterbank staat een theepot ontworpen door Kasimir Malevitch. Manfred heeft door het venster één van de vliegtuigen gezien die zich in de torens boorden. Het vliegtuig vloog abnormaal laag en onmiddellijk volgde een baf. Het was ook gauw duidelijk dat het geen ongeluk was, daarvoor was het te doelgericht. Een normale piloot doet alles om zoiets te ontwijken. De buurt werd geëvacueerd want er was ontploffingsgevaar en kans op gif. Het vliegtuig dat een noodlanding maakte in de Hudson, dat was ook vlakbij. Ze hebben de evacuatie zien gebeuren.
Rode wijn uit Spanje. Witte wijn met Chileense baars.
Boven de theepot van Malevitch een vliegtuig richting Architectonics.
Een noodlanding op de Hudson. Pete Seeger zingt de Hudson schoon.
Ik informeer waar de zeefdruk van Josef Albers is gebleven, een Hommage to the square in grijzen (in die tijd was de rationalistische Manfred Mohr een beetje kleurenschuw). Hij vertelt dat de Albers van de muur viel, het glas sneed de prent onherstelbaar stuk. Wat doe je ermee?
Grauwe Albers maakt plaats voor colourfull Estarose.
(Guggenheim:
... want Wright is natuurlijk de architect van dat merkwaardige New Yorkse museum. Het is een mooi gebouw, maar of het museaal echt geschikt is weet ik niet zo goed. Toen ik het bezocht, heb ik er een overzichtstentoonstelling gezien van het werk van Josef Albers. Daar ben ik een grote fan van, ik hou vooral van die eindeloze variaties vierkanten-in-elkaar die door het wijze kleurgebruik geheimzinnig tot leven schijnen te komen. De geometrie van Albers staat haaks, stabiel, maar de kleur bedwelmt en desoriënteert ons. De grens tussen illusie en realiteit vervaagt. De zintuiglijkheid van Goethe komt aan het rationalisme van Descartes knabbelen. Maar wat doe je met die haakse werken in een museum met niets dan hellende vloeren? Ze een beetje scheef hangen met de vloer mee? Of tegendraads als dalende wandelaars op hun hakken? Zou dat museum toch niet eerder geschikt zijn voor skaters?)
Estarose plant honderduit. Ze wil iets met onze andere reisgezellen regelen. We krijgen ook tips voor enkele tentoonstellingen: op 21st street een Picasso-tentoonstelling, in Gagosion Gallery, 555 West 24th street, is er de outsider kunstenares Yayoi Kusama . Estarose zoekt de uurregeling om met de Hudson Line naar Dia: Beacon te reizen. Meer dan een uur trein maar zeer de moeite waard.
'Just a 80-minute train ride from Grand Central Terminal, you'll discover one of the jewels of the Hudson River Valley, the Dia Art Foundation. Located in the historic Nabisco factory in Beacon, New York, Dia boasts breathtaking display spaces on a scale that other museums can only dream of. Dia:Beacon's expansive galleries have been featering the work of new and established artists since 1974, along with a magnificent permanent collection that spans from the 1960s to the present.'
Manfred houdt het simpel. Meer dan negentig procent van de tentoonstellingen in de galeries is pollutie. Zo'n winkels waar we de vis kochten, dat is belangrijk om te leren kennen. Leon Ferrari: mooi maar veel te laat. Ferrari had alles eerder gezien. De tentoonstelling rond papierkunst, die was erg mooi. Hélène wil vroeg afronden. Je kan niet helemaal een perdolan worden.
We filosoferen. Manfred: ons brein is slimmer dan wijzelf. We prijzen een bepaalde luiheid, deze nodig om creatief te zijn. Amsterdamse studente op een congres tot Manfred: 'Ben je altijd systematisch?'- Manfred: 'Neen, alleen in mijn werk. Dat is de reden waarom ik een computer gebruik. Als ik naar het strand ga ben ik niet systematisch.'
Ik: ‘Ik werk niet systematisch. Mijn werken zijn systematisch.’ Manfred en Estarose verbazen zich erover dat wij ons zoveel herinneren van vroeger.
Estarose doet mij een beetje aan Janis Joplin denken. Beetje mollig, kleurig, bril op de snoet, iets in haar stem. Ik heb haar nog niet horen zingen.
Hélène ziek in het MOMA. Leen en Myriam zagen even veel.
Vrij naar Nietzsche:
Als de kunst ondraaglijk wordt hebben we nog altijd het leven.
Manfred en Estarose brengen ons naar metrostation Franklin.
Thuis op de kamer is het weer zwoel. De airco wordt opnieuw aangezet.
Ochtend. Hélène slaapt nog en snurkt een beetje. Op 6th avenue heeft men de hele nacht gewerkt: graafmachine, puinstorten, flikkerlicht. Buysse: 'Ik bleef slechts enkele dagen in New York dat mij overweldigde en benauwde.'
Buysse die af en toe een beetje Henry Toreau is: 'O, die vuurrode oevers van glanzende en stralende voorjaarspracht met de woedende stroom en de diep azuren hemel breed er overheen gewelfd!'
Hoe zou het in 't schone Nevele zijn, met Liesje, met Nicolas, en Lucas? En in Aalter met Hilde -tante zussie- en Frank -nonkel Frank- en met bieke Eva en Maja de bij? Het gaat slecht met de bijen. Eva heeft als jongste imker van België een zware taak voor de boeg. Ze heft een kast in de Ardennen en een angel in haar vinger.
Nevele, waar de vaart ‘s morgens zo glad is dat de reiger poten omhoog onder de brug vliegt.
We zoeken het Frick Museum. Bij de uitgang van de metro een sculptuur van Tony Smith. Mijn reisgenoten en voorbijgangers verbazen zich over mijn aandacht. Het museum is een protserige parvenutoestand maar de collectie is schitterend.
Myriam is dol op audiogidsen. Ze sluit haar tintelende ogen van genot. Ik mag haar ook een beetje gidsen, bij Whistler, bij Turner, bij Vermeer. Een Zicht op Antwerpen van Turner, manoeuvrerende zeilschepen, duistere golven, lichte accenten, zonnestralen priemen door de wolken, de kathedraal een lichtende Empire State Building in de nevels. Hoe maak je haar de zwarte frottages van Goya duidelijk? Of bij Veronese de kleurenpracht van Hercules keuze.
Corot: het herfstig penseel dwarrelt bij de vijver.
Vroeger hoorden wij de voetbalmatchen 's avonds op de radio. Hoe groot waren die velden in onze verbeelding.
Parabel van de blinden: help ze niet te pas en te onpas. We kiezen kaartjes. Een Stierengevecht van Manet. Van Titiaan een Man met de rode muts. Meesteres en meid van Vermeer. De oceaan van Whistler.Vétheuil in de winter van Monet. De vijver van Corot. Van Bellini een herdertje met schapen, een detail uit zijn prachtige Sint-Franciscus in de woestijn. Sint-Franciscus, vriend van de dieren en rotsvast. Het detail lijkt uitvergroot wat expressionistisch; op het schilderij echter valt het nauwelijks op.
Myriam is in de wolken. Zo'n mooie stem, die audio. Het hoogtepunt van de reis!
Op de trappen voor Frick Museum spreken we verder af: om 18 uur op Washington Square bij de boog.
Hélène en ik gaan alleen op stap, de rest kiest op ons aanraden de Circle Line, een boottocht rond Manhattan met fantastische wisselende perspectieven. We deden dit eerder, kiezen daarom zelf Central Park. We blijven zitten bij een groepje jazzmusici. Blanke drummer, blanke bassist, zwarte sax, zwarte trompettist. Chaotische momenten, energieke stiltes. Echt rustig is het hier niet. We wandelen van chaotische jazz langs aerobic gedreun om bij de vijver uit te komen waar een oude Chinees ons éénsnarig in de Shang dynastie leidt. Hij krijgt een dollar van mij en niet van mij alleen. Duiven zitten op de vleugels van de engelen. We vinden het Boathouse Terrras bij de vijver, bestellen kippensoep, griekse sla, fruitsla, koffie. Hélène kan weer genieten, drukt het meermaals uit. New York is soms een beetje Venetië: gondels op de vijver. We raakten de richting kwijt. De karakteristieke vormen van bepaalde buildings worden herkenningspunten. Hélène ligt op een bank te slapen. Het aerobicdreunen en de saxofoongeluiden zijn vervaagd. Volwassen mannen voetballen ernstig met minigoaltjes. Er is wat wind. Hélène zegt dat ze het koud heeft. Ik drapeer mijn fluwelen hemdje over haar en ze nestelt zich behaaglijk. Hoe mooi haar rode bril afgetekend op dat blauw. Plassen van nachtelijke regens. Rond de bank verfrommelde papiertjes. Shungacodes. Een vuilnisman komt de papiertjes oppikken.
Hélène slaapt. Ik lees. Buysse: 'Zo ging ik vele dagen wandelen en bewonderde de wilde schoonheid van de ietwat verwaarloosde, Amerikaanse natuur. De natuur op zichzelf verwaarloost niets, is harmonieus en volmaakt in haar eigen essentie. Alleen de wijze waarop de mens van de natuur gebruik maakt, de manier waarop hij er zich neerzet en vestigt, kan die harmonieuze schoonheid verstoren.' En verder: 'De appels bloosden rood als vuur tussen het bruin en geel van de bladeren; de mooie peren schitterden als goud; en onder elke stam lag het kortgroen gras ermee bezaaid, alsof bij ieder boompje speelse kinderen daar hun volle mandjes hadden omgekeerd.' Een schrijver die zowel het rauwe realisme van Het recht van de sterkste als dit lieflijke proza aankan, die moet wel heel groot zijn.
We vinden met de subway Forth Street - positively? -en Washington Square. Ik zing de Dylan uit mijn puberjaren. In het park wordt duchtig geschaakt. Blank en zwart en joods en chinees en met de klok en zonder de klok en tegen de klok. Hélène is in goeie mood met behulp van dafalgan. Thompson Street lacht ons toe: boompjes, vintagewinkels, restaurants die even gezellig zijn als schappelijk van prijs. We zoeken de Checkershop en kopen stukken voor ons stenen schaakbord in de tuin. De schaakwinkel is een gezellige rommel. We twijfelen tussen onyx en plastic. We kiezen goedkoop, 't is om de merels en de eksters schaakmat te zettten. Op een foto speelt de koning met zijn koningin. Met verliefde ogen kijk ik in het uitstalraam van een winkeltje aan de overkant van Thompson Street naar een kleurige, handgeschilderd peruviaanse schaakset. Ik zing uit volle borst: 'You just want to be on the side that's winning.'
We wachten aan de noordkant van het park met zicht op de boog. Een informeel bandje verdient ieders aandacht. Op onze bank krijgen we gezelschap van een zwarte travestiet. Hélène zegt hem dat hij mooi is. 'Thank you mam.' Ik vraag of ik een foto mag maken. Hij: 'I'm shiny you know.' - 'Me to.'- Hij poseert gewillig. Ik toon de foto's. 'Is that me? Yes, so tall...'
20.20 uur. Terras van restaurant Garage. Ik zal voor Nicolas Tenor Madness kopen. Sonny Rollins en Coltrane die in mijn gedachten uit de bol gaan. We zoeken het in Arthurs Tavern. Heel toffe sfeer. Hélène kan niet tegen het lawaai van de muziek tussen de acts. We verhuizen van tafeltje, dichter bij de hel. Ik begrijp niet dat men zulke muziek speelt tussen de acts, luider dan de optredens.
Zondagmorgen. Veerle is niet van de partij. Myriam vertelt over Italië, over haar lievelingsplaatsje Lucca. Daar kent ze ieder straatje, ieder steegje. Geen raster zoals New York. Ze oriënteert zich op de geuren. Ik reageer: 'Een hondenleven, het jouwe!'
Café Martinique. Stijlvol, beetje chique. Broadway. Herald Square. De uilen waken over de tijd. Zoals het klokje daar tikt. Verspilde tijd is de sleutel tot het paradijs, het paradijs dat volgens Thoreau gedefiniëerd kan worden als de plaats die de mensen mijden. Goose Island.
Obstructie. Joanna verpleegt Veerle professioneel met een lavement. Myriam en Sonja vertellen over Santa Fé: galerijen, natuurvoeding, acupunctuur. Santa Fé, ik ken het slechts uit de verhalen van William Saroyan. Voor mij is de Santa Fé een trein, een stoomfluit, rijdt hij naar Armenië, naar de vergeten genocide, naar de geometrie van oude kerkjes, naar de archeologische zwerftochten van Zdanevitch en naar de meditatieve muziek van Gurdjieff.
Bryant Park zondagmiddag. Prachtig weer. Veerle benen bloot op de donkergroene klapstoel. Het zonnetje is heet. Er wordt moeizaam gecijferd want de rekeningen moeten vereffend worden. Veel volk in het park. Op het gazon ligt men half bloot. Op de stoelen. Met hapjes, met drankjes. Het kermismolentje draait.
Ik moet opzoeken op welk eiland Walt Whitman schreef en hoe dat eiland evolueerde. Obama met Walt Whitman. Marketing.
Buysse die soms een beetje Goethe en zijn Farbenlehre is:
'Ik weet niet meer hoe lang we zo gereden hebben. De tijd hield geen rekening meer. Ik herinner mij slechts, dat de sneeuw rondom de vijver van lieverlede mauve tinten kreeg, dat de droge bladerkruinen van het rode eikenbos gans purper werden en dat de ramen van het hotelletje tintelend vuur weerkaatsten.'
'De zon was onder, haar rode nagloed kleurde nog het ganse westen, als voor een schimmenspel van reuzen, en de verlaten vijver kreeg vale metaalglanzen, terwijl het eikenbos langzamerhand tot zwarte nacht versomberde tegen het strakke wit van de sneeuw.'
Als de tijd stilstaat wordt de toekomst geboren. De uilen bewaken de tijd. Intieme kleurenleer. Farbenlehre. Goethe daalt de Brocken af.
'Dezelfde schone avondzon die al die laatste dagen mijn geluk beschenen had, ging met ons mee langs de besneeuwde weg, verlichte met haar laatste, oranjegouden stralen het weeldepad van al mijn zaligheid.'
Buysse: 'Een bende wintervogels wiekte hoog, met fijne, schrille kreten het glanzend water in.' Stil! Stil! Hoor die duizend vogels!
Veerle ligt in het gras. Veerle heeft 'touch' in Bryant Park. Veerle krijgt bezoek van een zwarte man. Black is beautiful. Buysse schaatst met Maud.
We nemen de metro tot Canal Street. We bewonderen de castiron industriële architectuur. In een uitstalraam ligt een boek dat mij toelacht: Fifty Miles of Tomorrow: A Memoir of Alaska and the Real People van William L. Iggiagruk Hensley. Het voert me in gedachten naar Brody’s De achterkant van het paradijs, en naar zij die zichzelf 'echte mensen' noemen, 'rendiermensen' en 'kustmensen'.
Subway naar Brooklyn. Een erg vriendelijk meisje helpt ons Carroll Gardens en Gowanus te vinden. Ik maak seriële foto’s van mijn voetstappen en hun scherpe schaduw. Desolate stukken en overgangen naar vriendelijker buurten. Vintage. Soms doet het mij erg aan Montréal denken, de straten met bomen en trapjes op naar de voordeur.
We bereiken East River, de wandeling gaat langs chaotische wegen, bouwsels en werven. Ruig en lawaaierig. Ik raak achterop, de chaos lokt om mij fotografisch uit te leven.
Bij Brooklyn Bridge uitzicht op Manhattan. Grijzen, okers en groen. Ik probeer voor het eerst de telelens. Dappere boten op weg naar de brug. Chinese trouwpartijen . Satijnen kleurtjes.
Italiaans restaurant. Hels lawaai de straten, hels lawaai de bars, hels lawaai de restaurants. Hélène bij de bar. Lichamelijke nabijheid. Montepulciano en Corvina. Flessen- en proeverijkomedie. Het eten smaakt. Ik kies penne puttanesca. De inrichting aangenaam. Het lawaai ondraaglijk. Ik snap plots waarom hier in New York de minimalistische muziek geboren werd.
Myriam weet waar we zijn. Ze voelt het. Manhattan: een flinke penis. De wolkenkrabbers: duizend roeden. Een zigeunerinnetje met knalrode lippen: je mag ze volspuiten. Krakend ponton. Radkraak mij niet. Het bed zal toch geen lawaai maken?
Reisgids over Rockefeller Plaza: 'Leuk om in de winter te schaatsen en de enorme kerstboom te bekijken.'
Met Hélène op stap. Postgebouw. Tempelzuilenrij. Zegels kopen. Kaartjes schrijven. We volgen Brodway. Madison Square Park: een mus fladdert belangstellend voor het verantwoordelijke gezicht van William H. Seward, governor. Broadway, even voorbij Flat Iron Building. Boekenstalletje. Een kaart van de beide polen. De autobiografie van Benjamin Franklin voor 5 dollar. De cover een mooie kleurenkribbeltekening van Milton Glaser. De verkoper een Joegoslaaf die zegt dat hij boeddhist is. Grapt wijzend naar de cover: 'That's my grandfather.' Turgot: ‘He snatched the lightening from the sky and the scepter from tyrants.’ Prometheus vliegerend. Het snoer in de war, de wind dol en het geluk volmaakt. Ik informeer naar de kaart met de beide polen. Hij: 'Would you like to go there?' - 'Not really. I like to read about it, at home by the fireplace.' Benjamin Franklin is Lord Franklin niet. The fate of Franklin no tongue can tel. C'est facile pour trouver North Moore Street, tu prends la ligne 1 et tu descends à Franklin. Only the Eskimo was the one who ever came through. Fifty miles of tomorrow. Als de tijd stilstaat wordt de toekomst geboren. Ik las eens over een verdwaalde eskimo die in zijn kano de kust van Ierland bereikte. Raafman in zijn kajak jaagt op het walvisachtig monster. En Arthur Cravan, waar peddelde die naartoe? Naar de horizon.
Strand Bookshop. Opwinding. The Abode of Snow: Observations on a Journey from Chinese Tibet to the Indian Caucasus through the Upper Valleys of the Himalaya. Zes maand in 1873. Als de tijd stilstaat wordt de toekomst geboren. Hélène vindt dit voor mij: An Episode in the Life of a Landscape Painter van César Aira. Het gaat over de 19e eeuwse Rugendas die op aanraden van Humboldt naar Argentinië trok om daar 'fysiognomische' landschappen te schilderen. Thoreau, Humboldt ... Het aanbod is eindeloos. In de rekken bij de poëzie een rapversie van de Canterbery Tales. Hélène koopt voor haarzelf The Catcher in the Ry.
Fysiognomische landschappen. ‘Erdtheorie or La Physique du monde, a kind of artistic geography, an aesthetic understanding of the world, a science of landscape.’
aanknopingspunt:
Carus verzon de term Erdlebenkunst. Hij en Rottmann schilderden de geschiedenis der aarde, landschappen gevormd door de natuur en de cultuur. In feite ging het dus om een nieuwe vorm van historieschildering.
hysterisch reizen:
Waren we maar naar Brooklyn Red Hook geweest. Hadden we die wandeling met de straten met kinderkopjes maar gedaan. Hier zullen we geen cadeautjes vinden. Waren we maar op Rockefeller gegaan. Hadden we de treinreis langs de Hudson maar gekozen. Had ik dat Fifty Miles from Tomorrow maar gekocht.
César Aira over Rugendas: ‘He felt a vague, inexplicable nostalgia for wat had not happened, and the lessons it might have thaught him.’
Rockefeller. Top of the Rock. Indrukwekkende perspectieven. Het is warm. ‘…endless cascades of detail’. De strakke rasters verdwijnen in schimmenspel.. Water aan alle kanten. Veel is herkenbaar, haast vertrouwd. Hélène wil een SMS-je naar het thuisfront sturen. Gaat niet. Ik heb de GSM verkeerd opgeladen. Hoogtepunten, dieptepunten.
Een reuzenblaar op de kleine teen.
'My tired feet, my tired feet My tired feet My tired, tired feet My tired feet Oh my tired feet My tired feet brought me to that red boat So still and foreign waters
And although i've never been here Although i've never been here I know that here i've swam before Here i've swam before
And soon i came Oh so soon i came Soon i came Oh so soon i came Soon i came to the silent place of choir voices'
(Alela Diane)
De anderen verdwaalden in Brooklyn. Myriam: het ruikt er naar China, mottenballen en kamfer zoals het in China ruikt. 's Avonds in Tower 45. De porties zijn extra groot. Myriam: 'Sorry, mijn oren waren weer groter dan mijn buik.' Myriam moet ons vaak de weg wijzen. Veerle;: 'Myriam is zeer intelligent.' Ze heeft goede papillen en ook veel inzicht.
's Morgens in bed. Buysses ziel is op hol geslagen. Maud is verloofd en de eerst karikaturale Aunti krijgt plots een sympathiekere rol. Niet echt een happy end, alhoewel.
Ochtendwandeling met Hélène. In steden zijn en beseffen dat zovele plaatsen onbezocht zijn. Hoe zou het met de dromen zijn die nooit ons bewustzijn bereikten. Waar liggen die op een hoop? Gotische buildings, renaissance buildings, Venetiaanse loggia's op de dertiende en de veertiende verdieping, romaanse waterketels. Taxi's fotograferen. Stappend lukraak foto's maken tussen de voetgangers.
Laatste ontbijt in Martinique. Leen, Sonja en Myriam nemen yoghurt met fruit en granen. Ik alweer een croissant met ei en ham.
Myriam: 'Nu kan ik mij New York voorstellen.’
Een zwarte limousine brengt ons naar JFK.
Inchecken. De zwarte mevrouw heeft moeite om mijn naam uit te spreken, maakt er een spelletje van, herhaalt hem met alsmaar luidere klanken en andere accenten. Ze heeft aanleg om buschauffeur te worden op weg naar de Cloisters. Gospel-checkin.
Controle. Myriam moet haar pennenmes afgeven, vergat het in haar valies te steken. Geen pardon, 't verdwijnt in een lade op slot.
De wachtzaal bevalt me, ik ben verliefd op de rijen zetels, hun metalen lijn en hun kleurtjes. Ik lees het einde van De roman van de schaatsenrijder. Het regent herinneringen. In Portugal viel de Atlantische Oceaan met bakken uit de hemel. Wij in de voetsporen van Het jaar van de dood van Ricardo Reis. In dat boek regen, niets dan regen. Myriam: Saramago, schreef die ook niet De stad der blinden?
Vlucht naar Washington. Helder weer. Aardrijkskunde: kusten, eilanden, landtongen, rivieren. Akkergeometrie. De curven en de scherpe lijnen van wegen. Myriam wil slapen. Landing. Ze vindt het een onrustige vlucht. 'Volgende keer met een autobus.' Ze biedt mij de witte stok aan. Veerle: 'Val met haar niet van de trap.' Tot Myriam: 'Hij is wel van goeie wil maar soms wat onhandig.' 'Dat heb ik nog niet gemerkt. Dirk is mijn vriend.' Ik: 'Kom, op weg naar de beek van Pede.'
Benjamin Franklin pedagoog: ‘GEOGRAFY, by reading with Maps, and being required to point out the Places where the greatest Actions were done, to give their old en new Names, with the Bounds, Situation, Extent of the Countries concern’d, &c.’
Washington. Vlucht 750. Op de display: New Haven, Nantucket Island, Sakonnet Point, Providence.
We vliegen terug op de jet-stream.
19.08 uur. Het ruikt naar eten. Ik ga wijn drinken: Kingfish Chardonnay Shiraz. Hélène drinkt blikje Welch's Apple- Granberry. Slaapje.
Tegen acht uur is het zo goed als donker. Het vallen van de avond was prachtig. Blauwgrijze velden met purperen band. Goethe daalt de hemelse Brocken af. Hoe mooi zouden de klankvelden, de geurvelden, de tastvelden zijn bij het vallen van de avond?
Op weg van Washington naar Brussel. Iedereen slaapt. Hélène is wakker, stoot mij aan, doet mij door het raampje kijken. Stille reizigers in de nacht. Het lampje aan de vleugel, de maan, de spiegeling van de waaklampjes. Het licht op de vleugel van de Boeing 777, onderaan rood, bovenaan wit. In de diepte ontstaat, terwijl het wolkendek zichtbaar wordt, schijnbaar de dag. Vuurtorens. Varende boten op weg naar één of ander Ullapool. Boven de vleugel die zwart is, schijnt het hemelgrauw lichtend. Ik schrijf in het duister, benieuwd wat daar later nog van te lezen zal zijn. Onder de maan het wolkendek een Atlantisch oerwoud. 68 km per uur achterwind. Tzara: 'De vissers keren weer met alle sterren van de zee'. In de diepte reist het maanlicht mee.
Meteorologisch schaatsen.
Mythologie:
De voormensen woonden in de luchtlagen. Er was turbulentie en handgemeen. De vrouw viel in een gat en ze zonk in het ongeordende water. Duizend vogels ijverden om haar te redden. Zij hielden samenspraak op de golven. Vliegen had geen zin, er moest gedoken worden. Alle vogels knikten ‘ja’ op de golfjes. De duikvogel bereikte de bodem en plukte beetje bij beetje de aarde die de vrouw kon dragen. Toen de duikvogel weer tot leven kwam baarde de vrouw uit zichzelf het nageslacht van echte mensen.
Mythologie:
Zij die hamburger aten en cola dronken werden zwaar maar zij die kinderlijk speelden werden ijl en stegen op tot sterrenbeelden.
De airhostess biedt water aan. Ik lees in César Aira's An Episode in the Life of a Landscape Painter . We vliegen onder Ierland. Het grauwblauwe niets en een lichtje aan de strakke vleugel: James Whistler. Symphony in blue and gray. De rechtervleugel raakt de P van Plymouth.
Kleine ijskristallen op het raampje: het hemelse alfabet van het noordelijke halfrond. Kepler. De zeshoeken van het niets. Aira over Rugendas: 'There were to many sides; the cube had extra faces.' Of over Manfred Mohr?
'The mountains filed so slowly past that the mind amused itself devising constructivist games to replace them.'
'A green field, suddenly smothered by a buzzing cloud, and, a moment later, nothing. Could a painting capture that? No. An action painting, perhaps.'
Pollock in de pampas, op zoek naar de zeven plagen van Egypte.
'They were in a lunar ocean, rimmed around with hills.'
Erger dan lawaai: 'The ground was still bare and there was no indication that there would be grass ahead, or in any direction. The heat and the stillness of the air intensified, if that was possible.'
'The horses mane was standing on end, like the dorsal fin of a swordfish.'
'The circumstances were abnormal in the extreme.'
'... he turned his head, hearing the call of madness ...'
'... like a satellite in thrall to a dangerous star.'
Een schilder door de bliksem getroffen. Paulus op weg naar Damascus of verdwaald in de pampas. Ruiter van Marino Marini. Mirakel. Prometheus. Franklin de vliegeraar.
Ik ben een schrijver, een overschrijver, een dief , een geïnspireerde letterdief.
(November 1978:
Nu zit ik op de tiende verdieping. Het uitzicht is wat interessanter dan vorig keer, er is zelfs een terras dat jammer genoeg vol blikjes en andere viezigheid ligt. En veel mensen zouden hier liever naar beneden springen dan het mooi te vinden. Maar dat gebouw in art deco-stijl hier voor mij, Hotel Edison, dat is toch speciaal, trapsgewijze versmallend, enorm groot en rijk versierd. Gegevens: aan de basis 34 ramen, 21 verdiepingen hoog. Ik heb mijn stoel buiten geïnstalleerd. Een geraas van auto’s, loeiende sirenes, getoet en lichtrefleksen van alle kanten.
Hotel Edison, er zijn er veel hogere, maar dit is toch een indrukwekkend geval, een toren van Babel.
Ja, ik denk hier ook aan brand. Zoveel mogelijk in mijn valies, dan zit daar het voornaamste in.
Ik besloot mijn tijd niet te verliezen en ik nam de autobus tot aan Empire State Building. Die is zeer mooi onderhouden, zeker niet grauw. Ik besloot naar boven te gaan. De top was van beneden niet te zien. Binnen grote gangen en souvenirwinkeltjes. Voor de tickets moet men eerst naar beneden gaan, een vreemde gang van zaken als je zo hoog moet. Eeen stukje van het ticket mag je behouden als souvenir. De eerste lift stijgt een minuut lang. Dan moet je overstappen in een andere lift en die stijgt nog een vijftiental seconden. Boven was het zeer mooi, maar nogal frisjes. Het zicht was beperkt tot 15 mijl, er was mist, maar de zon scheen en dat was een prachtig tafereel. Vooral Queensboro Bridge en sommige buildings waren zeer mooi in het zonlicht. Overal vlogen helicopters en vliegtuigen.
… en ik ging te voet naar het MOMA … Russische Avant-Garde … Er was een Malevitch met onregelmatig vlak, bijna vierkant, wit op wit!
Langzaam wordt het zwart onder ons: de oceaan. Het opstijgen was zeer mooi: miljoenen lichtjes, rechtlijnig hier en daar, maar meestal in slingers en kruisen als prachtige juwelen.
Mijn horloge staat reeds op West-Europese tijd: het is nu vijf uur.
Licht op zee. Een boot? Een eiland? Heel in de verte gaat een licht aan en uit, dat moet een vuurtoren zijn.
Wat zag ik allemaal: rook uit de roosters op straat, waterketels op de daken, airco-apparaten buiten aan de vensters, politiemannen te paard, paardekoetsen met toeristen, snelle taxi’s (geel, zoals de regenjassen van onze politiemannen, soms met dambordstroken), joggers in de rechte straten, joggers in Central Park, clochards slapend op het voetpad, karretjes met warme kastanjes en broodjes, een zwarte die een soort ketelmuziek ten gehore geeft, een prdiker die ik niet kon verstaan omdat ik hem vanop de bus zag, eekhoorntjes, een grote reklame kop koffie waar echte rook uit kwam, griekse zuilen op de tiende verdieping, frontons op de vijftiende verdieping, een keurige mijnheer met schoenen zonder kousen die zijn krant loopt te lezen, zwarten met zilveren broeken, witte zonnebrillen en transistorradio’s.
Vannacht eventjes geslapen- of gezwijmeld. Ik had het maar koud. Toen ik het schuifgordijntje weer omhoog schoof was het al licht aan het worden. Beneden ons waren dichte wolkenbanken te zien, soms als omgeploegde velden. Nu zijn de wolken ijler en de rode gloed van de opgaande zon kleurt de enorme straalmotoren. Het is weer een grote activiteit: oranjesap wordt geserveerd en daarna volgt het ontbijt: een piepklein broodje met jam en een cake. Het is 8.52 uur en er wordt afgeroepen dat we over Ierland en de stad Cork vliegen. Binnen een uur ongeveer landen we in Brussel . Ierland is nu één grote schapenwol.)
Reizen in tijd en ruimte. Reizen met google. Slechts de sjamaan kon hoger vliegen, slechts de sjamaan kon dieper dalen.
We landen om 7 uur. We krijgen een foldertje.
Mexicaanse griep, Wees waakzaam!Komt u uit een land waar gevallen Gemeld werden van de Mexikaanse griep? Wees dan waakzaam indien u de volgende Griepsymptomen vertoont binnen de 7 dagen Na uw terugkeer:
- Koorts - Pijnlijke spieren en/of gewrichten, - Hoesten - Diarree, brakenBlijf thuis en verwittig uw huisarts en bring hem op de hoogte van uw reis. Meer informatie op: www.influenza.be0/99-777Neen, ja van ‘t stappen, ja, nee,nee.
Bus tot Antwerpse Keyzerlei, tram tot Mortsel. Het huis het onze.De laatste lootjes.
Vrijdag 15 mei. Tweede geval van Mexikaanse griep. 'Van een domino-effect is nog geen sprake', aldus viroloog Marc van Ranst.
Zondag op de middag naar het Museum voor Schone kunsten te Antwerpen. Goya, Redon, Ensor. De titels liggen voor het grijpen. Een manier om te vliegen. Vliegende dwaasheid. Punctuele dwaasheid. Duidelijke dwaasheid. Bekende dwaasheid. Belachelijke dwaasheid. Ongeordende dwaasheid.
Het bassin van Eglesias. Bespiegeling. De eb en de vloed. Het ritme van de wereld. De wereld zien. De wereld betasten. Het was ooit onze kennismaking met Myriam, de uitstap met het wilde clubje anarchisten, zij het zonnetje met de guitige ogen. Op het kopergroene wier liggen nu reeds enkele kleurige herfstbladeren.
Jetlag kan een week duren.
Gisteren in het restaurantje in de Paleizenstraat. Twee tafels verder een collegiale tête-à-tête tussen wat ik vermoed twee wiskundigen. De ene een karikaturaal denktype, hoog voorhoofd, scherp gezicht, lang haar, bril, hevig gesticulerend, het glas bier net niet omstotend, en kwaad argumenterend, de mond getuit van verontwaardiging. De andere minzaam luisterend, instemmend knikkend, de lamsribbetjes peuzelend, de boontjes proevend, de croquetjes knabbelend, het pintje genietend. Dat moet de etnowiskundige zijn - een vermoeden. Waarover praten zij? Over de zoveelste dimensie en haar diagonale paden? Over de zeshoeken van het niets? Of over Fifty miles of tomorrow . En ik denk aan Tutsizangen, aan weefsels uit Ghana en aan de sjamaan die de maan stal. Bij mijn koffie zat ik nog verder te lezen in het boekje over Rugendas. Ik heb inmiddels door dat ik dik in de fictie zit, fictie die ons evenwel dichter bij de realiteit kan brengen. ‘The field sketches dating from that time lend credence to the myth. They have an air of impossible distance about them. For the legend to be true, Rugendas would have to fly through the air, like an Immortal, from the known to the unknown. Wich is what he was doing all the time, mentally. But for him it was normal, everyday activity, a mere background for incredible events, anecdotes or episodes.’ De slaap overviel mij tussen al de etende klanten en het geroezemoes. Het boekje gleed uit mijn handen. Jetlag.
Maandagavond. Een warm bad en vroeg slapen. Hélène in bed met Persigs Zen en de kunst van het motoronderhoud. Ze wil het opnieuw lezen. Een kreet. Luister! Hier staat het, de uitleg voor Chautauqua:
‘een ouderwetse reeks populaire praatjes die de bedoeling hebben te stichten en te vermaken, de geest te scherpen en cultuur en inzicht te brengen aan oren en gedachten van de luisteraar.’
‘… zoals de met tenten rondreizende Chautauquashows die vroeger door Amerika trokken, …’
‘Het mag misschien zo zijn dat de stroom van het nationale besef zich nu sneller voortbeweegt en breeder is, maar hij schijnt veel minder diep te stromen. De oude kanalen kunnen hem niet meer bevatten en in het nieuwe schijnt het spoor van vernieling en verwoesting langs zijn oevers steeds groter te worden.’
Mythologie:
Omdat het mei was konden de kleinkinderen niet schaatsen op het ijs. Daarom speelden zij met een lege coca-cola-light-petfles die ze tot ongeveer 1/4 vulden met water en dreft. Door de stop staken zij een ventiel. Zij plaatsten de fles omgekeerd in een leeg vuilnisemmertje. Met behulp van een voetpomp schoten zij aldus de maan aan de hemel.
Regels geschreven bij het zwembad: een plons en alles uitgewist.