DIALOOG 1:
ene hij: 'Hou jij van modern theater?'
andere hij: 'Nee.'
ene hij: 'Ik bedoel Becket, Ionesco, Pinter?'
andere hij: 'Nee.'
ene hij: 'Maar ken je het wel echt?'
andere hij: 'Nee.'
ene hij: 'Wil je het leren kennen?'
andere hij: 'Nee.'
ene hij: 'Ik bedoel, mocht zich de gelegenheid voordoen...'
andere hij: 'Nee.'
stilte
andere hij: 'Nog vragen?'
ene hij: 'Nee.'
DIALOOG 2
(In het park bij een bronzen beeld, Eva en de slang voorstellend.)
jongetje: 'Wie ligt hier begraven?'
oudere zus: 'Adam en Eva.'
jongetje: 'Bwèèk, een slang!'
oudere zus: 'O maar je hoeft niet bang te zijn. Het was een brave slang. Zij beet niet.'
DIALOOG 3
Hij: 'Heb jij ook een roman geschreven, buiten mijn weten?'
Zij: 'Neen, je weet toch dat ik geen schrijfster ben, jij bent de intellectueel.'
Hij: 'Kom, kom, jij weet toch ook veel?'
Zij: 'Neen, ik ben iemand die in de marge een en ander probeert op te steken. Ik koop af en toe een romannetje.'
Hij: 'Ja, waarom romans schrijven als je ze zo in de winkel kan kopen!'
Zij: 'Voilà!'
Hij: 'Maar je hebt toch enige wijsheid, je bent toch een soort Boeddha...?'
Zij: 'Ik ben veel te opvliegend.'
Hij: 'Een opvliegende Boeddha dan.'
(Dirk Verhaegen, uit de oude doos)