4/30/2011

Han Yu

De bloesems vallen

Wie heeft de jonge lentekleuren gestolen?
Brengt iemand de vervlogen tijd weer terug?
Alle bloesems kennen hun lot,
Opnieuw te vallen op de grond.
Ze schamen zich niet, vertrapt te worden,
duizelig pronkend te belanden in het vuil der aarde.
Maar toch is een hemelbries ter hulp gekomen,
Heeft ze snel bij 't zinken op de luchtige schouder genomen-
Ze vallen, ze vallen in een andere tuin.
Hier mogen we ze niet meer verwachten.

Han Yu
(vert. Dirk Verhaegen)

4/29/2011

DU FU

Ik

Ik ben de zwerver tussen de grote stromen
Ik ben de gekke wandelaar van het verlangen,
Ik ben de nutteloze dichter, eenzaam, verloren in de zieke wereld,
Ik ben ver van huis een eenzame wolk aan de blauwe hemel,
Ik ben slechts de maan de nacht lang,
Ik ben de vreemde die thuis wil sterven,
Ik ben een grijsaard, maar ik ga onder als de zon,
Ik ben de honderdjarige boom, getroffen door de najaarsstorm,
mijn hart is wilder dan de herfst,
Ik ben het oude paard, sedert de oudste tijden waren jullie ontroerd door oude paarden,
Jullie gaven ze verder hun voer - behalve mij.

Du Fu (8e eeuw)
(vert. Dirk Verhaegen)

4/17/2011

DIRK VERHAEGEN







Dirk Verhaegen (1950) Lives in Antwerp; One-man shows in Belgium, Canada, Germany, Switzerland; group shows in Austria, Belgium, Brazil, Canada, France, Germany, Hungary, Italy, Luxembourg, The Netherlands, Romania, Switzerland, United Kingdom, USA; Public collections in Canada and Belgium. 'It is above all my intention to make poetic works with extremely rational means and to be as simple as possible without being silly.'

3/04/2011

VOYAGE ZEN

'L'idée du voyage zen, ou, disons, du voyage méditatif (tabi: voyager sans but et sans raison), était de "se laisser aller avec les feuilles et le vent", de dériver, sans attaches (hoge). Cela impliquait de vivre dans le fuga (fu: le vent; ga: le beau), c'est-à-dire avec le sens de la beauté éphémère. Cela impliquait de "porter dans son coeur le mouvement du ciel" (yu, ou asobi), tout en jouissant du monde, en étant capable de le considérer comme intéressant, beau et radieux.'

Kenneth White, Les cygnes sauvages, Bernard Grasset, Paris 1990 (ISBN 2-246-44101-3)

2/15/2011

LI PO

TEN ZUIDEN VAN DE JANGTSEKIANG, LENTE IN GEDACHTEN

Hoe dikwijls nog zie ik de lente weer groen,
Of gele vogels onvermoeibaar zingend?

De weg huiswaarts eindigt aan de hemelrand.
Hier voorbij de rivier, mijn oude haren wit,

Mijn hart reeds hoog in noordelijke wolkenwegen,
Ben ik schaduw in de maanverlichte bergen van het zuiden.

Mijn leven een vlam verspilde overvloed, mijn oude
Velden en tuinen in onkruid zoek, waar

Ga ik heen? Het is oudjaar, en ik ben hier
Zingend vaarwel na vaarwel bij de hemelpoort.

Li Po (8e eeuw)
vert. Dirk Verhaegen

Blogarchief