8/20/2018
8/06/2018
JAWLENSKY
De lievelingskleuren van Jawlensky
Begin jaren zeventig, in de tijd van de algemene bouwhausse, heerste in Wiesbaden de kaalslag. Dorpen van rond de eeuwwisseling werden gesloopt en betonnen meergezinswoningen kwamen in de plaats. In een van deze gebouwen werd de stilte in de gangen van de ingewikkelde doolhof iedere keer onderbroken. Een oudere vrouw, mevrouw Schaak-Matje, waggelde met een blauwgroene flikkering over het gezicht de trappen af. Ze kraste met duister-schorre rokersstem, belde woest bij de buren en zwenkte met een fles in de hand, wijn, cognac, whisky, rum, als het maar alcoholisch was. Bezopen leek ze goedmoedig. Dat veranderde echter wanneer haar de geschiedenis van haar erfenis voor de geest kwam. Dan zwol ze op in onverwachte woede als een aanvalsklare cobra, wiens doel de dodelijke beet is. Ze vertelde op giftige toon de geschiedenis van haar gereduceerde erfenis. Het feit dat ze in dit gemeenschappelijke woonblok moest leven, was uitsluitend de schuld van haar tante. Had haar tantetje maar een vonkje fatsoen gehad, de erfenis bijeen te houden, dan woonde zij niet hier, aldus mevrouw Schaak-Matje.
Tantetje werd op zeventienjarige leeftijd de verloofde van nonkel, waarmee ze later een gelukkig, zij het kinderloos huwelijk had. De man zou wel graag kunstenaar geworden zijn, maar het ontbrak hem aan talent en moed. Hij had een goed oog voor echte kunstenaars en ondersteunde ze zo goed als hij kon. Het meest vertrouwd was hij met de schilder Alexej Jawlensky, met wie hij een vertrouwelijke vriendschap onderhield. De nonkel kocht van zijn vriend af en toe een olieverfschilderij in gloedvolle kleuren, waarbij zij beiden een zekere voorliefde vertoonden voor de kleuren blauw en groen.
Het gebeurde meermaals dat de schilder verleid werd tot een kosteloze vakantie in de vooralpen, waarbij als wederdienst de helft van de tijdens het verblijf ontstane schilderijen bezit werd van de nonkel. Ze vulden wanden, gangen en zolders en maakten tantetje, die zich, zoals zij het noemde, aan dat bonte geklieder niet warmen kon, radeloos.
De schilder stierf, de nonkel stierf, tantetje overleefde. Ze werd mummie-mager en zichtbaar zonderling. In plaats van aan haar, haar nicht, te denken, zo vertelde mevrouw Schaak-Matje, viel ze als 82-jarige voor de flair van een 36-jarige gymnasiumdocent. Tantetje overleefde door „vertroostingen”, zoals ze dat noemde. Voor een nacht met een mummie, zo zou de docent zich hebben uitgedrukt, was een schilderij van Jawlensky een correcte prijs. Voor haar dood moest tantetje in het geheel meer dan vijftig „vertroostingen” ontvangen hebben en de trooster evenzovele Jawlensky’s van haar in ontvangst hebben gekregen. Als de vraag kwam, met hoeveel Jawlensky’s de docent zich uiteindelijk versliep, sloeg mevrouw Schaak-Matje steeds van woede alcoholische voorraad naar binnen. Het was een bodemloze onbeschaamdheid, de totale erfenis, op twee onder de vloer ontdekte schilderijen na, verbrast te hebben. Het walgelijkste was, dat tantetje, aangesproken op haar onwaardige activiteit, zich in geen geval de nachtelijke diensten van de docent ontzeggen kon.
Eigenaardig, mevrouw Schaak-Matje scheen zich over tantetjes gereduceerde nalatenschap niet te verheugen, terwijl het nog altijd een begerenswaardig vermogen vertegenwoordigde. Haar woede over tantetjes verkwiste nalatenschap had groeven van teleurstelling in haar gezicht gekerfd. Het scheen alsof de lievelingskleuren van Jawlensky zich op haar toornige gezicht hadden uitgesmeerd: ze had zich groen en blauw geërgerd.
anoniem document, opgenomen in:
Helga Lukowsky: Jawlenskys Abendsonne, der Maler und die Künstlerin Lisa Kümmel
Ulrike Helmer Verlag ISBN 3-89741-050-8
Begin jaren zeventig, in de tijd van de algemene bouwhausse, heerste in Wiesbaden de kaalslag. Dorpen van rond de eeuwwisseling werden gesloopt en betonnen meergezinswoningen kwamen in de plaats. In een van deze gebouwen werd de stilte in de gangen van de ingewikkelde doolhof iedere keer onderbroken. Een oudere vrouw, mevrouw Schaak-Matje, waggelde met een blauwgroene flikkering over het gezicht de trappen af. Ze kraste met duister-schorre rokersstem, belde woest bij de buren en zwenkte met een fles in de hand, wijn, cognac, whisky, rum, als het maar alcoholisch was. Bezopen leek ze goedmoedig. Dat veranderde echter wanneer haar de geschiedenis van haar erfenis voor de geest kwam. Dan zwol ze op in onverwachte woede als een aanvalsklare cobra, wiens doel de dodelijke beet is. Ze vertelde op giftige toon de geschiedenis van haar gereduceerde erfenis. Het feit dat ze in dit gemeenschappelijke woonblok moest leven, was uitsluitend de schuld van haar tante. Had haar tantetje maar een vonkje fatsoen gehad, de erfenis bijeen te houden, dan woonde zij niet hier, aldus mevrouw Schaak-Matje.
Tantetje werd op zeventienjarige leeftijd de verloofde van nonkel, waarmee ze later een gelukkig, zij het kinderloos huwelijk had. De man zou wel graag kunstenaar geworden zijn, maar het ontbrak hem aan talent en moed. Hij had een goed oog voor echte kunstenaars en ondersteunde ze zo goed als hij kon. Het meest vertrouwd was hij met de schilder Alexej Jawlensky, met wie hij een vertrouwelijke vriendschap onderhield. De nonkel kocht van zijn vriend af en toe een olieverfschilderij in gloedvolle kleuren, waarbij zij beiden een zekere voorliefde vertoonden voor de kleuren blauw en groen.
Het gebeurde meermaals dat de schilder verleid werd tot een kosteloze vakantie in de vooralpen, waarbij als wederdienst de helft van de tijdens het verblijf ontstane schilderijen bezit werd van de nonkel. Ze vulden wanden, gangen en zolders en maakten tantetje, die zich, zoals zij het noemde, aan dat bonte geklieder niet warmen kon, radeloos.
De schilder stierf, de nonkel stierf, tantetje overleefde. Ze werd mummie-mager en zichtbaar zonderling. In plaats van aan haar, haar nicht, te denken, zo vertelde mevrouw Schaak-Matje, viel ze als 82-jarige voor de flair van een 36-jarige gymnasiumdocent. Tantetje overleefde door „vertroostingen”, zoals ze dat noemde. Voor een nacht met een mummie, zo zou de docent zich hebben uitgedrukt, was een schilderij van Jawlensky een correcte prijs. Voor haar dood moest tantetje in het geheel meer dan vijftig „vertroostingen” ontvangen hebben en de trooster evenzovele Jawlensky’s van haar in ontvangst hebben gekregen. Als de vraag kwam, met hoeveel Jawlensky’s de docent zich uiteindelijk versliep, sloeg mevrouw Schaak-Matje steeds van woede alcoholische voorraad naar binnen. Het was een bodemloze onbeschaamdheid, de totale erfenis, op twee onder de vloer ontdekte schilderijen na, verbrast te hebben. Het walgelijkste was, dat tantetje, aangesproken op haar onwaardige activiteit, zich in geen geval de nachtelijke diensten van de docent ontzeggen kon.
Eigenaardig, mevrouw Schaak-Matje scheen zich over tantetjes gereduceerde nalatenschap niet te verheugen, terwijl het nog altijd een begerenswaardig vermogen vertegenwoordigde. Haar woede over tantetjes verkwiste nalatenschap had groeven van teleurstelling in haar gezicht gekerfd. Het scheen alsof de lievelingskleuren van Jawlensky zich op haar toornige gezicht hadden uitgesmeerd: ze had zich groen en blauw geërgerd.
anoniem document, opgenomen in:
Helga Lukowsky: Jawlenskys Abendsonne, der Maler und die Künstlerin Lisa Kümmel
Ulrike Helmer Verlag ISBN 3-89741-050-8
GEDICHT
UILENHOEK
Veldsteen, in ruwe lagen
Wijs gestapeld tot herleven.
Het zonlicht zoekt. Zinnig, lichtzinnig.
Herinnering aan verlangen
Woont in de voegen.
Rimpeling, bewogen spiegeling:
Sprankelend spel van geven en nemen.
De lelies luisteren met open monden.
In de notelaar leven Perzen en Hellenen.
Zijn vruchten vertrouwd met aarden schalen:
Jade en nachtblauw, vurig verkleuren.
Het discrete welkom van verdwaalde stoelen.
Zwervers met rust: en in hun hoofden
Nog de bossen, de dreven, retabels, kantelen.
De talige dans van bijen. Hun delicate leven.
De kleurenpracht van bloemen en kasten.
De kruiden tot spiraal geordend
En wild de hop rond zijn spaken.
Als de tijd stilstaat wordt de toekomst geboren.
En met de dichter woont de mens
Ook nu weer dichterlijk op aarde.
Dirk Verhaegen (zomer 2018)
Veldsteen, in ruwe lagen
Wijs gestapeld tot herleven.
Het zonlicht zoekt. Zinnig, lichtzinnig.
Herinnering aan verlangen
Woont in de voegen.
Rimpeling, bewogen spiegeling:
Sprankelend spel van geven en nemen.
De lelies luisteren met open monden.
In de notelaar leven Perzen en Hellenen.
Zijn vruchten vertrouwd met aarden schalen:
Jade en nachtblauw, vurig verkleuren.
Het discrete welkom van verdwaalde stoelen.
Zwervers met rust: en in hun hoofden
Nog de bossen, de dreven, retabels, kantelen.
De talige dans van bijen. Hun delicate leven.
De kleurenpracht van bloemen en kasten.
De kruiden tot spiraal geordend
En wild de hop rond zijn spaken.
Als de tijd stilstaat wordt de toekomst geboren.
En met de dichter woont de mens
Ook nu weer dichterlijk op aarde.
Dirk Verhaegen (zomer 2018)
7/27/2018
7/13/2018
7/06/2018
7/04/2018
KUNSTRAUM BUCHBERG AM KAMP
(afb. van boven naar onder: (1) Michael Beutler, (2) Dan Graham, (3) Heimo Zobernig, (4) Hartmut Böhm, (4) Thomas Kaminsky, (6) Gary Woodley, (7) Dora Maurer. Het werk van Beutler behoort tot de tentoonstelling "Yesterday, Today, Today", een gemeenschappelijk project van Kunstraum Buchberg en mumok (Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig Wien). De overige werken behoren tot de permanente ruimtelijke installaties in Schloss Buchberg.
7/01/2018
6/01/2018
KENNETH WHITE
HEGEL EN ZHANG SANFENG
Hegel beval, als ik mij goed herinner, als eerste "belangrijke" taak voor de ochtend aan (ik veronderstel dat hij toestond dat men zonder wroeging tevoren eerst een goed kakje mocht doen) de ochtendkranten te lezen - om vertrouwd te blijven met de wereldevenementen in een toestand van mentaal realisme. Dit nu lijkt mij het toppunt van vervreemding. Tegenover het historische ontwaken van Herr Hegel, verkies ik veruit de attitude van de Eeuwig Ingeslapene Zhang Sanfeng:
Slapend op een oorkussen van steen
De kalender, de seizoenen vergeten
Komt de chi in de buik
Dan wordt de spirituele natuur werkelijkheid.
De chi stijgt in de mysterieuze leegte.
Elke zucht, elk in- en uitademen, natuurlijk en licht
Niet verward niet gescheiden
Kalme mens, zo lijk ik lui, slapend heel de dag,
Maar ik slaap zonder slapen,
Ik beoefen de ware Chan
Met andere woorden, ik verkies de Tai Chi (het absolute principe) boven het dagblad.
Het is Zhang Sanfeng die de reeks oefeningen bedacht (die we kennen onder de naam Tai Chi Chuan) waarvan de praktijk ons bij de Tai Chi brengt. Zhang Sanfeng was magistraat in het Chong San district (ambt dat hij opgaf om kluizenaar te worden in de bergen), toen hij op een dag, thuis in stilte gezeten, geruis hoorde onder het venster. Hij keek buiten en zag een slang in gevecht met een kraanvogel. Hun bewegingen fascineerden hem. Hij noteerde ze zo goed als mogelijk en dat bracht hem bij verwante bewegingen: de wolken aan de hemel, de loop van het water, de bomen in de wind. Hij codificeerde die bewegingen in een systeem van oefeningen. Wat verklaart waarom ik,
vanochtend op weg naar de aanlegsteigers, een parking voorbij liep waar een man De kraanvogel die zijn vleugels spreidt beoefende; enkele stappen verder deed er een andere De slang die schuifelt - terwijl op een pier, afgetekend tegen de ochtendhemel, een groep arbeiders De handen bewegen als wolken, Goudhaan op één poot, Schrijlings op de tijger tot in de bergen uitvoerde. Alle andere beschouwingen daargelaten ("deze oefeningen bezorgen diegene die ze beoefent gezondheid, geluk en lang leven"), is dat oneindig aangenamer om te bekijken dan een sigarenrokende vierkante kop achter De kaakslag van de dag, zelfs al is die kop, wat niet altijd het geval is, de olympische kop van Hegel.
Kenneth White
Le visage du vent d'est: Errances asiatiques
Espaces libres Albin Michel
ISBN 978-2-226-17835-0
(vert. Dirk Verhaegen)
Hegel beval, als ik mij goed herinner, als eerste "belangrijke" taak voor de ochtend aan (ik veronderstel dat hij toestond dat men zonder wroeging tevoren eerst een goed kakje mocht doen) de ochtendkranten te lezen - om vertrouwd te blijven met de wereldevenementen in een toestand van mentaal realisme. Dit nu lijkt mij het toppunt van vervreemding. Tegenover het historische ontwaken van Herr Hegel, verkies ik veruit de attitude van de Eeuwig Ingeslapene Zhang Sanfeng:
Slapend op een oorkussen van steen
De kalender, de seizoenen vergeten
Komt de chi in de buik
Dan wordt de spirituele natuur werkelijkheid.
De chi stijgt in de mysterieuze leegte.
Elke zucht, elk in- en uitademen, natuurlijk en licht
Niet verward niet gescheiden
Kalme mens, zo lijk ik lui, slapend heel de dag,
Maar ik slaap zonder slapen,
Ik beoefen de ware Chan
Met andere woorden, ik verkies de Tai Chi (het absolute principe) boven het dagblad.
Het is Zhang Sanfeng die de reeks oefeningen bedacht (die we kennen onder de naam Tai Chi Chuan) waarvan de praktijk ons bij de Tai Chi brengt. Zhang Sanfeng was magistraat in het Chong San district (ambt dat hij opgaf om kluizenaar te worden in de bergen), toen hij op een dag, thuis in stilte gezeten, geruis hoorde onder het venster. Hij keek buiten en zag een slang in gevecht met een kraanvogel. Hun bewegingen fascineerden hem. Hij noteerde ze zo goed als mogelijk en dat bracht hem bij verwante bewegingen: de wolken aan de hemel, de loop van het water, de bomen in de wind. Hij codificeerde die bewegingen in een systeem van oefeningen. Wat verklaart waarom ik,
vanochtend op weg naar de aanlegsteigers, een parking voorbij liep waar een man De kraanvogel die zijn vleugels spreidt beoefende; enkele stappen verder deed er een andere De slang die schuifelt - terwijl op een pier, afgetekend tegen de ochtendhemel, een groep arbeiders De handen bewegen als wolken, Goudhaan op één poot, Schrijlings op de tijger tot in de bergen uitvoerde. Alle andere beschouwingen daargelaten ("deze oefeningen bezorgen diegene die ze beoefent gezondheid, geluk en lang leven"), is dat oneindig aangenamer om te bekijken dan een sigarenrokende vierkante kop achter De kaakslag van de dag, zelfs al is die kop, wat niet altijd het geval is, de olympische kop van Hegel.
Kenneth White
Le visage du vent d'est: Errances asiatiques
Espaces libres Albin Michel
ISBN 978-2-226-17835-0
(vert. Dirk Verhaegen)
5/13/2018
5/12/2018
5/05/2018
2/14/2018
2/06/2018
EXPO HINGENE
afb. onder: Dirk Verhaegen: Diagonalen in achthoeken, (1978-1983)
afb. onder: Dirk Verhaegen: Transactie 733, (2014-16)
Abonneren op:
Posts (Atom)
Blogarchief
-
►
2025
(19)
- ► augustus 2025 (1)
- ► april 2025 (1)
- ► februari 2025 (1)
- ► januari 2025 (1)
-
►
2024
(17)
- ► december 2024 (1)
- ► november 2024 (1)
- ► oktober 2024 (1)
-
►
2023
(20)
- ► december 2023 (1)
- ► augustus 2023 (2)
- ► april 2023 (1)
-
►
2022
(24)
- ► december 2022 (1)
- ► augustus 2022 (1)
- ► maart 2022 (1)
-
►
2021
(20)
- ► april 2021 (1)
-
►
2020
(29)
- ► oktober 2020 (1)
-
►
2019
(25)
- ► oktober 2019 (1)
-
►
2018
(30)
- ► oktober 2018 (1)
-
►
2017
(26)
- ► november 2017 (1)
- ► september 2017 (1)
- ► augustus 2017 (1)
-
►
2016
(26)
- ► december 2016 (1)
- ► november 2016 (1)
-
►
2015
(44)
- ► november 2015 (1)
- ► oktober 2015 (1)
- ► januari 2015 (1)
-
►
2014
(46)
- ► december 2014 (1)
- ► november 2014 (1)
- ► oktober 2014 (4)
-
►
2013
(51)
- ► december 2013 (1)
- ► november 2013 (11)
- ► augustus 2013 (1)
- ► april 2013 (1)
-
►
2012
(71)
- ► september 2012 (11)
- ► april 2012 (14)
-
►
2010
(87)
- ► december 2010 (11)
- ► november 2010 (11)
- ► oktober 2010 (14)
- ► september 2010 (7)
-
►
2009
(96)
- ► september 2009 (10)
- ► augustus 2009 (13)



































