2/07/2009

VERTALING

GEDICHT VOOR MIJN JAS

1.

Regen, slijk en zout
kropen in mijn jas

de geur van meisjes
de stank van steden

oude jas
vol vertrouwde levenslucht

kom
we gaan weer reizen.

2.

Laat ons weer binnengaan
in 't Pelagiaanse land

het lichaam van onze vroege liefde

blij op de rotsen klimmen
bewegen met de meeuwen

zomaar in extase
't hoofd naar 't Noorden
in het arctisch licht.

3.

En de wind komt ons tegemoet
de koude ochtendwind

een boek in zijn ene hand
een brok kwarts in de andere
een meeuw op zijn schouder

ons groetend als een broer
die terug is uit verre landen

moeilijker gebied

ons groetend in het Gaelic
(de drie zinnen die hij kent)

ons verfrissend
met wat regen

gedistilleerd
bij zijn zus in 't Westen.

4.

Wandelend langs de kust
het verleden in gedachten

altijd anders grijpend
om het beter te vatten

en om door te dringen voorbij de schijn
in de geheime kracht

Pelagiaanse orgie
doorstotend tot het uiterste!

5.

Oud sjamanenvel, luister
nu wij zo verder gaan

dit gedicht is voor jou
ik prik het op je voering

zo dat de één de ander vindt
door alle weer en wind

en reizend met voldoening.

Kenneth White

(Poem to My Coat uit The Bird Path,
vertaling Dirk Verhaegen)


.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Blogarchief