2/28/2016

THEO VAN DOESBURG

 
ALFABETHÉO



ALDO CAMINI

De rechtlijnige Theo van Doesburg had, paradoxaal genoeg, vele gezichten en vele namen. Zijn echte naam was Christian Emil Marie Küpper. Onder het pseudoniem Aldo Camini publiceerde hij in De Stijl 'van onder het stof gehaalde' futuristische literaire teksten. Ook een roman verscheen onder dat pseudoniem. Zie verder I.K. Bonset.



ASTMA

Van Doesburg stierf in 1931 op achtenveertigjarige leeftijd in Davos tengevolge van een astma-aanval. Van Doesburgs behoefte aan zuiverheid wordt soms in verband gebracht met zijn astma. 



AUBETTE (CAFE-RESTAURANT TE STRAATSBURG)

Het gebouw dateerde uit de 18de eeuw. Vanaf 1926 werd het tot amusementscomplex omgebouwd. Hans Arp en diens vrouw Sophie Taeuber Arp hadden opdracht gekregen voor wandschilderingen. Bij het project betrokken zij ook Theo van Doesburg, die o.a. de spectaculaire ciné-dancing op de eerste verdieping ontwierp naast meubilair, belettering en spijskaart. Het hele project werd spoedig na de realisatie verminkt en vernield. Recenter is het tot tweemaal toe gerestaureerd, met steeds nauwkeuriger inzichten.



ARCHITECT

Theo van Doesburg was geen architect in de normale zin van het woord. Wel staat zijn werk altijd in relatie tot architectuur. Hij werkte samen met architecten als J.J.P. Oud, Jan Wils, Cornelis Van Eesteren en zelfs Mallet-Stevens. Hij ontwierp tegelvloeren, glasramen, bedacht kleurstellingen, realiseerde baanbrekende maquettes en projecties. Hij bekommerde zich om de rol van de schilderkunst in de architectuur. Uiteindelijk ontwierp hij zijn eigen huis. Voor Van Doesburg was de schilderkunst het immateriële element tegenover de solide architectuur. Hij verkoos desintegratie boven harmonie.



ARITMETISCHE SCHILDERKUNST

Op het einde van zijn korte leven maakte Theo van Doesburg elementaristische, aritmetische schilderijen. Niet het subjectieve componeren maar een wiskundige wetmatigheid bepaalt het werk. In een geëxalteerde brief aan de dichter Anthony Kok getuigde hij van zijn nieuwe inzichten en hun potentieel. Ook in het laatste nummer van De Stijl (1931) verschijnt posthuum een artikel waarin hij een bovenpersoonlijk creëren verdedigt. Mogelijk hadden de aritmetische ontwerpen ook een cinematografische bestemming. Van Doesburg bewonderde immers de abstracte films van Hans Richter en Viking Eggeling. 



ART CONCRET

Deze groep werd in 1930 op initiatief van Van Doesburg opgericht. Het manifest wordt door 5 kunstenaars ondertekend. De groep rivaliseerde agressief met de veel ruimere groep Cercle et carré waartoe oude stijlkompanen Mondriaan en Vantongerloo behoorden. In feite was Art Concret een eenmanszaak met wat schijnvennoten. Concrete kunst is abstracte kunst die direct in de geest wordt bedacht, dus zonder abstractieproces, en die met exacte middelen wordt gerealiseerd.



AXONOMETRIE

Is een vorm van parallelperspectief. Naast maquettes maakte Van Doesburg in samenhang daarmee zulke architecturale tekeningen. Het gaat eerder over architecturale ideeën dan over echte huizen. Zoek niet naar een dakgoot! Kubische elementen schoven uit elkaar of doordrongen elkaar. In 3-d waren het rechthoekige constructies volgens de oorspronkelijke principes van De Stijl. In de 2-d projectie kregen ze echter een diagonaal karakter. Dit zou invloed hebben op het introduceren van de diagonaal in zijn schilderijen. Zie verder contra-composities.



BEELDHOUWER

Eén enkel project van Theo van Doesburg kan tot de categorie van de architecturale beeldhouwkunst en het monument worden gerekend. Het werd bekroond met o.a. Berlage in de jury maar nooit uitgevoerd.



BAUHAUS

Van Doesburg had een complexe en vaak agressieve relatie met het Bauhaus. Zie verder Weimar.



ÇA IRA!

Was een Antwerps Franstalig avant-garde tijdschrift. In 1919 werd Van Doesburg als medewerker uitgenodigd. In 1921 verschijnt een artikel: La Littérature d'Avant-Garde en Hollande. Samen hiermee werd het tweede manifest van De Stijl afgedrukt. Het artikel zelf bevatte vernietigende kritiek op de tachtigers. In 1922 verscheen Une Plastique Nouvelle en Hollande.   



COMMUNIST

Van Doesburg was communist maar verzette zich tegen van staatswege gedirigeerde sociaal-realistische kunst.



CONTRA-COMPOSITIES

Op een bepaald moment verliet Van Doesburg het strikte horizontaal-vertikaal en introduceerde hij de diagonaal in zijn werk. Twee roden, twee gelen en twee blauwen zorgden verder voor een dissonant effect. Contra-composities hebben een anti-statisch karakter, ogen dramatisch en botsen met overwegend orthogonale architectuur.



CONTRA-CONSTRUCTIES

Dit zijn axonometrische tekeningen met zwevende en doordringende vlakken. Zij onderscheiden zich van de axonometriën die uit kubische elementen bestaan. Het zijn uiterst geïdealiseerde architecturale denkoefeningen.



DADA

Onder het pseudoniem I.K. Bonset schreef Van Doesburg dadaïstische gedichten. Met zijn vrouw Nelly en Kurt Schwitters organiseerde hij een dadaïstische veldtocht door Nederland. Hiervoor ontwierp hij een typografisch opmerkelijke affiche. Naast De Stijl gaf Van Doesburg ook het dadaïstische tijdschrift Mécano uit. Zie ook X-beelden.



DE STIJL

Ook bekend als Nieuwe Beelding of Néo-Plasticisme. Theo van Doesburg was de centrale figuur van de in 1917 opgerichte groep De Stijl. De Stijl was tegelijk het propagandistische tijdschrift van de in werkelijkheid lang niet zo hechte groep. Van Doesburg bleef de hoofdredacteur tot zijn dood in 1930. Postuum verscheen een laatste nummer als huldebetoon. De Stijl beoogde een abstracte, universele beeldtaal. Individuele expressie werd uitgesloten.   



DOES

(Voor de intimi...)



DOORBEELDEN

Vroege abstracten vertrokken van figuratieve motieven: landschappen, figuren, stillevens. De stappen van figuratie naar abstractie werden vaak in reeks getoond. Zulk proces kreeg de naam doorbeelden. Vooral in de late jaren '10 is dit principe aanwezig terwijl latere werken direct uit de verbeelding ontstaan. Concrete kunst maakt een einde aan het doorbeelden en wordt direct in de geest bedacht.



EESTEREN (CORNELIS VAN)

Samen met Van Eesteren maakte Van Doesburg zeer experimentele architecturale ontwerpen (axonometriën,  maquettes). Zij werden in Parijs tentoongesteld en hadden zeer grote invloed op de ontwikkeling van de moderne architectuur. Het is de periode van het elementarisme. Deze experimenten zouden beïnvloed zijn door Einsteins tijd-ruimtelijke inzichten.



ELEMENTARISME

Van Doesburg ervaart de oorspronkelijke stijlprincipes als te statisch en tot dogma vervallen. Het elementarisme erkent nu de factoren tijd en ruimte als de meest elementaire van de Nieuwe Beelding. Ook de dissonant wordt ingevoerd, in de vorm van telkens twee gelen, roden en blauwen. Deze eigengereide verbetering van de Nieuwe Beelding zorgt voor een breuk met Mondriaan.



FORME UNIVERSELLE

In de context van de aritmetische compositie spreekt Van Doesburg over forme universelle. Ook de piramide is een forme universelle.



GLAS-IN-LOOD

Van Doesburg ontwierp glasramen voor huizen van o.a. Oud en Wils.



HEKWERK

Van Doesburg verbreedt Mondriaans zwarte hekwerk; een andere keer laat hij het weg zodat de kleurvelden elkaar raken. In sommige Contra-Composities wordt het onafhankelijk van de kleurvelden of krijgt het een draai van 45°.



ITTEN

Van Doesburg ambiëerde om leraar aan het Bauhaus te worden. Zijn radicale ideeën zouden ongetwijfeld in botsing komen met deze van Itten. Van Doesburg organiseerde daarom op eigen houtje lessen over De Stijl en de Nieuwe Beelding. Deze lessen hadden enorme invloed op het verdere Bauhaus. Zie ook Weimar.



JAFFÉ

Schreef een belangrijke monografie over Van Doesburg. Evert Van Straeten, Sjarel Ex en Serge Lemoine zijn andere belangrijke auteurs. 



KATHOLIEK

Op het einde van zijn leven bekeerde Van Doesburg zich tot de katholieke godsdienst. Een vroeg gedicht getuigt van een religieuze kijk op het kunstenaarsschap: 'De Kunst wordt religie. 'De Kunstenaar, de priester, die den wereldwil uitbeeldt, in vormen, kleuren, woorden, klanken, de Priester, aan wien Wij het nieuwe leven danken.'



KLANKBEELDEN

In zijn klankbeelden toont I.K. Bonset alias Van Doesburg de instrumentale zijde van het woordmateriaal. De klankwaarde wordt typografisch zichtbaar gemaakt. Door de klemtoon op de analyse van het woordmateriaal onderscheiden deze experimenten zich van Van Ostaijens expressionisme. 



LEIDEN

Leiden was het redactie-adres van De Stijl.



MALLET-STEVENS

Deze Franse architect leerde Van Doesburg en Van Eesteren kennen op een tentoonstelling rond De Stijl in Parijs. Hij bewondert hun werk en integreert hun invloed in eigen werk. Van Doesburg levert een bescheiden bijdrage aan een villa in Hyères: Kleurcompositie voor bloemenkamer.



MEUDON

In 1928 ontwierp Van Doesburg voor zichzelf en zijn echtgenote Nelly een atelierwoning. Het werd een sober wit gebouw met slechts enkele kleuraccenten in geel-rood-blauw. Het ligt in de Parijse voorstad Meudon en werd voltooid in 1930. Vandaag is het bezit van de Nederlandse Staat en het wordt verhuurd aan kunstenaars. 



MEUBELS

Voor Café Aubette in Straatsburg ontwierp Van Doesburg Thonet-achtige stoelen. Eind jaren '20 ontwierp Van Doesburg voor zijn eigen atelierwoning een stalen buisstoel.



MONDRIAAN

Mondriaan was hoofdzakelijk schilder, die zeer consequent evolueerde. Zijn vroege abstractie was bepalend bij het ontstaan van De Stijl. Theo Van Doesburg evolueerde daarentegen eerder sprongsgewijs tot contradictorisch. Zijn formuleringen klinken dogmatisch terwijl hij tegelijk zijn vorige standpunten voortdurend vernietigt of overwint. Naast schilder was hij ook typograaf, criticus, leraar, letterkundige, performer, architecturaal ontwerper. Het conflict tussen Mondriaan en Van Doesburg kan niet uitsluitend betrekking hebben gehad op het introduceren van de diagonaal. Mondriaan was een beschouwelijke idealistische utopist, Van Doesburg was een rusteloze activist in het heden.  



MÉCANO

Naast De Stijl bedacht Van Doesburg ook het dada-tijdschrift Mécano waarvan vier nummers verschenen. De vormgeving is dadaïstisch met constructivistische allure.



NELLY VAN DOESBURG

Was Theo's derde vrouw. Hiervoor brak zij met haar familie. Zij was pianiste die modernistische muziek speelde en zij nam actief deel aan de dadaïstische tournees.  



OUD (J.J.P.)

Was een baanbrekend Nederlands architect. Het vakantiehuis De Vonk kreeg door Van Doesburg ontworpen tegelvloeren. 



PETRONELLA

zie Nelly



PSEUDONIEMEN

Theo Van Doesburg zelf was op zich reeds een schuilnaam. Die verwees naar zijn natuurlijke vader. I.K. Bonset en Aldo Camini waren andere schuilnamen.



QUERIDO: !-,-?-:„  ‟-()˙˙



RICHTER (HANS)

Vanaf 1921 is de dadaïst Hans Richter een medewerker van De Stijl. De abstracte film van Richter bood nieuwe perspectieven binnen de beeldende kunst.



SCHWITTERS

Met Kurt Schwitters organiseerde Van Doesburg dadaïstische soirees. Zij publiceerden ook het dadaïstische sprookje Die Scheuche X, een typografisch pareltje. Van Doesburg maakte ook collages à la Schwitters en Schwitters collages en assemblages à la De Stijl.



SCHILDER

In de eerste jaren van De Stijl kende Theo Van Doesburg de schilderkunst de belangrijkste rol toe. Vanaf 1920 gaat hij zich, na eerdere samenwerking met architecten, uitgesproken met architecturale problemen bezighouden. De architecturale activiteiten beïnvloeden zijn schilderwerk. Op het einde van zijn korte leven keert hij, ontgoocheld door de praktische moeilijkheden, opnieuw naar de schilderkunst. 



STIJLCURSUS

Zie Weimar en Itten.



SIMULTANE CONTRA-COMPOSITIE

Dit schilderij uit  1929/30 oogt als een kaduke Mondriaan waarbij zwart hekwerk en vlakken scheef uit elkaar vallen. Destructie was een steeds weerkerend aspect bij Van Doesburg.



SURREALISME

Van Doesburg schreef voor het tijdschrift Groot-Nederland een zeer uitvoerig artikel over het surrealisme in de Franse letterkunde. Hij apprecieerde in het surrealisme een zeker laboratoriumkarakter. Het lijkt verbazingwekkend maar illustreert tegelijk zijn veelzijdigheid.



THEORIE

Theo van Doesburg was een sterk theoreticus en vooral een vlijmscherp polemist. Hij gaf voordrachten, schreef artikelen en meerdere manifesten. De lijst artikelen is indrukwekkend. Grundbegriffe der neuen gestalteten Kunst  verscheen in 1925 als deel van de serie Bauhausbücher.



TYPOGRAFIE

zie letters



TIJDSCHRIFTEN

Van Doesburg was medeoprichter en tot zijn dood hoofdredacteur van het in 1917 gestichte tijdschrift De Stijl. Daarnaast werkte hij ook mee aan andere tijdschriften. Tijdschriften waren het internet van de avant-garde. Vormgeving en illustratie waren over de taalbarrières het internationale visuele Esperanto. Zie ook Mécano.  



UNIVERSITEITSHAL

Begin jaren '20 laat Cornelis van Eesteren Van Doesburg meewerken aan een architecturaal project voor een Amsterdams universiteitscomplex. De betrekking tussen ruimte en tijd krijgt in die periode Van Doesburgs uitdrukkelijke belangstelling. Het bleef bij plannen.  



VANTONGERLOO (GEORGES)

Was een vroeg lid van De Stijl. Hij verwierf door ruil Van Doesburgs Compositie in herfstkleuren en bekritiseerde er het te naturalistische kleurgebruik van. Wanneer Van Doesburg in België lezingen over de Nieuwe Beelding hield logeerde hij bij Vantongerloo die als tweetalige ook rechtstreeks voor het deels Franstalige publiek vertaalde.



WEIMAR

Van Doesburg leefde van 1921-1923 in Weimar. Weimar was de stad van Goethe en van het vroege Bauhaus. Van Doesburg ambieerde om er te doceren maar Gropius vond zijn Stijlprincipes te dogmatisch en vreesde een conflict met de romantisch-esoterische Johannes Itten. Als reactie organiseerde Van Doesburg in een naburig appartement een onafhankelijke stijlcursus die half clandestien door Bauhausstudenten gevolgd werd en waar hij het nog romantisch-ambachtelijke Bauhaus belachelijk maakte. Naar eigen zeggen strooide hij er het vergif van de nieuwe geest rond. De invloed op het latere Bauhaus in Dessau is enorm geweest. Een belangrijk theoretisch werk van Van Doesburg werd uitgegeven in de serie Bauhausbücher.



X-BEELDEN

Onder het pseudoniem I.K. Bonset publiceert Van Doesburg in De Stijl typografische gedichten. Vermomd als piloot gaf hij voordrachten. De mystificatie was jaren lang een absoluut geheim, ook voor zijn directe vrienden. Van Doesburg besprak als criticus het werk van I.K. Bonset. Het pseudoniem is mogelijk een anagram van 'ik ben zot'. Zie ook Klankbeelden.



ZARA (TRISTAN)

De dadaïst Tristan Zara gaf een conferentie getiteld Dada à Paris tijdens een onder auspiciën van Mécano door Van Doesburg georganiseerde dada-avond in Weimar.





Dirk Verhaegen

februari 2016

Theo van Doesburg: Aritmetische tekening










 





















ALBERT RUBENS

-->
DEN HEECK - CENTRUM VOOR CONSTRUCTIVISME EN CONCRETE KUNST



ALBERT RUBENS: VRIJ SPEL, STRENG GESPEELD



Begin jaren ‘70 bezocht ik Albert Rubens in de context van een schoolopdracht. Ik was student en zes jaar jonger. Het werk van Albert Rubens kende ik van ‘Le Disque Rouge, centre d’art construit’, een Brusselse galerie die zich onder de bezielde leiding van Jean-Marie Labeeu resoluut voor constructieve kunst inzette en waar ik zeer veel over de vloer kwam. Zelf was ik ook reeds enkele jaren actief in die richting. Ik herinner mij dat Rubens tijdens dat bezoek over zijn eigen werken vertelde dat hij ze liefst rechtstreeks op de witte muren van een modern interieur wou schilderen, dus niet op doek. Maar, voegde hij er aan toe, je weet hoe de mensen zijn: als het niet op doek is, dan vinden ze het geen kunst. Albert voerde mij met de auto –een 2PK- naar zijn atelier, ruim en toen reeds boordevol krachtige zwart-witte werken. Voor een gesprek waren er voldoende aanknopingspunten. Toen enkele Italiaanse constructivisten ter sprake kwamen -die waren in le Disque Rouge zeer goed vertegenwoordigd- zei Albert vol begeestering: ‘De Italianen, die denken in de ruimte!’ Dat is mij bijgebleven. Wellicht is Albert ook een soort Italiaan, een beetje Alberti.

Alberti bracht in de vroegrenaissance een uitgesproken mathematische geest in de schilderkunst. Perspectief was een mathematisch stelsel om illusieruimte te creëren én om het beeldveld compositorisch te organiseren. Dat alles diende echter om verhalen te vertellen. Om het met Alberti te formuleren: er was behoefte aan een Minerva die wat beter in het vlees zat. Bij Albert Rubens is de mollige Minerva dan toch ingeruild voor een veel ascetischer spel van  dimensies en hun onderlinge relaties. Is het dan louter wiskunde?

Een vroege tentoonstelling van Rubens bij galerie Jeanne Buytaert kreeg in de kleine catalogus een citaat van Max Bense mee: ‘Kunst wordt ook door intelligente wezens gemaakt. Dat wordt makkelijk vergeten.’ Max Bense was een Duitse filosoof die de scheiding tussen het artistieke en het wetenschappelijke wou opheffen. Bense kan ons zeer goed van pas komen om licht te werpen op Albert Rubens, bijvoorbeeld met nog een ander citaat: ‘Wiskundige fenomenen zijn niet noodzakelijk mooi, maar (…) zij zijn het bij gelegenheid. Daar waar mathematische constructies voortkomen uit de wereld van het noodzakelijke, onttrekken esthetische constructies zich daaraan.’ Wel zag Bense die werelden niet strikt gescheiden, hij zag ze naar elkaar toegroeien. Nog een ander citaat van Bense: ‘In eerste instantie is kunst geen kennis maar creatie. Maar de creatie leidt wel tot kennis.’ En met Marin Mersenne zegt hij: ‘Comprendre, c’est fabriquer.’ Lustige kennis, vrolijke wetenschap.

Veel vroege werken van Albert Rubens laten zich op het eerste zicht lezen als simpele balk- en trapvormen, een soort geïdealiseerde architectuur. De vormen lijken verwant aan minimalisme terwijl men zich kan afvragen of ze niet figuratief zijn. Snel wordt duidelijk dat zij niet eenduidig te lezen zijn, zij doen beroep op onze actieve waarneming. Zij zijn niet figuratief maar toch representeren zij iets: zij representeren enerzijds de idee architectuur en zij representeren anderzijds waarnemingsfenomenen. Maar het is geen minimal art, het is geen op art en het zijn ook geen didactische plaatjes. In de buurt - maar net niet.

Vanaf 1967 is de kubus, geprojecteerd in cavalière perspectief, als uitgangspunt nadrukkelijk aanwezig in Rubens werk. Zijn maximale zuiverheid bestaat slechts in de geest. In tegenstelling tot de lijn en het punt is een kubus niet echt elementair. Het is reeds een hoger niveau van configuratie. Bense parafraserend kunnen we zeggen dat de mathematische figuur op zich geen kunst is en slechts kunst wordt in bepaalde omstandigheden: op dat doek, met die ingreep, op dat formaat, in die serie, in dat oeuvre… De gewone werkelijkheid wordt medewerkelijkheid, wordt esthetische toestand, wordt kunst. De kubus als uitgangspunt blijft niet altijd herkenbaar. Hij wordt een vertrekpunt, een houvast of een slotakkoord.

In 1983 stelde Rubens tentoon in het Antwerpse ICC. Hij toonde toen o.a. een indrukwekkende reeks doeken met schuine lijnen. Zij lijken willekeurig als we de beelden afzonderlijk bekijken, maar als we de beeldenreeks in serie zien, ontdekken we een procesmatig verloop. Vergeleken bij de simpele balken en blokken van eerder werk lijken ze in de buurt van het chaotische te komen. Slechts aandachtige lectuur kan orde, wetmatigheid en verloop ontdekken. Het zijn uitdagingen aan ons bevattingsvermogen. De werken ogen tegelijk als twee-dimensionele grafische tekens. Met het schrift hebben de lijnen schijnbaar de ductus gemeen terwijl ze in feite uiterst langgerekte parallellogrammen of trapeziums zijn, die kruisend en schuin zowel de derde dimensie als beweging en tijd evoceren.

Wanneer we de artistieke productie van Albert Rubens in haar totaliteit bekijken vallen voortdurende spanningsvelden en wisselwerkingen op: tussen dimensies, tussen ideëel en materieel, tussen orde en chaos, tussen vorm en procedé. De kubus is geen gevangenis, hij is een potentieel. Ook al zijn de mogelijkheden eindig, zij zijn het dan toch in het astronomische. Er zijn een creatief brein en een artistieke wil nodig om zich daarin te oriënteren. Rubens is nooit de onderdaan van het mathematische.

In de wiskunde bestaat perfectie, idealiteit. Maar daarom is dat nog geen artistiek ideaal. Artistieke kwaliteiten kunnen eerder schuilen in afwijkingen, in dat heen en weer tussen ideëel en reëel. We zien grillige vlakken, scheef, scherp, convex en concaaf. Overlappingen sturen ons in de war. De wiskundige idealiteit lijkt ‘ontaard’. De symmetrie verstopt zich achter de hoek. In die zin kan het ons toch een beetje aan het schimmenspel van Plato’s grot doen denken. Het zijn verminkte afschaduwingen, fragmenten, verstoringen en in zekere zin karikaturen van de perfectie. Maar toch is er tegelijk de orde, de architectonische geest, die alom aanwezig blijft en heerst. Rubens kunst is een vitale, wakkere kunst, opgewassen tegen de complexe wereld waarin wij leven.

Alle kunstwerken kunnen als tekens geïnterpreteerd worden. Rubens werken lijken wel eens op signalisatie of beeldmerken, maar zij hebben geen praktisch nut, zij behoren niet tot de wereld van het utilitaire. Zij zijn ook niet strikt gecodeerd. Onze lectuur mag zich ook niet beperken tot het achterhalen van het systeem: er is zoveel meer te ontdekken met ogen en hersenen. Miljoenen jaren evolutie én onze huidige technologische wereld geven ons het vermogen om een in wezen stomme wereld tot geest te verheffen. Met zijn vrije spel, dat hij uiterst streng speelt, levert Albert Rubens daaraan een bewonderenswaardige bijdrage.    



Dirk Verhaegen

februari 2016














  


12/08/2015

EXPO LIES DIERCKX



galerie de wandelgangen - bibliotheek Nevele/Landegem - 12/11 tot 31/12/2015
LIES DIERCKX

Lies Dierckx werd geboren in Berchem in 1968 en groeide op in Mortsel. Zij studeerde aan het RIKSO en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Haar afstudeerproject situeerde zich in de regionen van de artisanale papierkunst en daarmee begaf zij zich op de grens tussen toegepast en vrij. Tot op heden is Lies een grafische ontwerpster met een mondiale actieradius. Sedert enkele jaren treedt zij echter ook steeds duidelijker naar buiten met vrij werk dat we als lyrisch-abstract kunnen omschrijven. Het is de tegenpool van de koele, geometrische abstractie, het is het spontane, vrije gebaar dat hier onze aandacht vraagt.

De individuele creativiteit van Lies Dierckx kan gezien worden als een tegenhanger voor haar vaak stresserende beroepsactiviteiten. Creativiteit werkt best in een ontspannen veld, is verwant aan spel. Dat uitsluitend zo te zien zou echter erg beperkend zijn want dan stellen we haar werk gelijk met eender welke ontspanning en dan zouden we meteen ook de creativiteit ontkennen van haar professionele grafische ontwerpen. We zouden dan veronderstellen dat vrije kunst geen inspanning vergt en dat grafisch design geen arbeidsvreugde kent. Ook de verwerking van trauma's kan als een motor gezien worden die de kunstenares voortbeweegt. Daarmee wil alweer niet gezegd zijn dat haar werk louter therapeutisch zou zijn. Haar werk overstijgt het private, brengt het strikt persoonlijke op een universeler plan. Wie de vrijheid van de hier tentoongestelde werken kan waarderen mag echter ook weten dat zij de lay-out van deze tentoonstelling benaderde zoals een professionele grafisch ontwerpster, compleet met computersimulaties en al. In haar toegepast grafisch werk is metrische ordening en geometrisch perspectief hoofdzaak. In haar vrij werk domineert een eerder ecologische ruimte waar texturen veel belangrijker zijn. Het is de dialectische spanning tussen vrij en functioneel die haar werk zeer interessant maakt. Maar creativiteit is meer. Creativiteit heeft naast een psychologische dimensie ook een historische dimensie. Het is niet onbelangrijk wanneer iets gemaakt wordt, ook al wil ik de laatste zijn om van de kunst een paardenkoers te maken. De dominerende witheid en de tegenstelling tussen zwart en wit kunnen in een rijk artistiek landschap geplaatst worden. De impressionisten en hun voorlopers waren kampioenen in het schilderen van witte sneeuw die nooit wit was. James Whistler schilderde witte meisjes in witte interieurs en noemde deze schilderijen 'Symfonie in wit' met toegevoegd nummer. De abstractie kondigde zich aan. In 1918 schilderde Kazimir Malevich, nadat hij enkele jaren eerder een zwart vierkant had geschilderd, een wit vierkant, wit op wit. Rond dezelfde tijd losten zijn witte vlakken zich op in de achtergrond. Figuren vervaagden en werden energievelden, vibraties, echo's. Eind jaren '50 tot het midden van de jaren '60 herleefde het wit in de ZERO-groep. Deze werken oogden zeer neutraal, er was geen sprake van emotionele expressie. Het nuchtere onderzoekwas een reactie op het  extreem emotionele abstracte expressionisme dat na de tweede wereldoorlog furore maakte. Het kunstwerk was nu aan het woord, niet de kunstenaar. In de late jaren '60 ontstond de fundamentele schilderkunst. Robert Ryman analyseerde al de mogelijkheden van het schilderen -verf, drager, penseelvoering- alsof het atelier een laboratorium was. Zoals het in een onderzoek past schakelde hij een bepaalde factor uit -de kleur- om de rest des te sterker te beklemtonen. Rymans werk is analytisch terwijl er toch een transcenderende werking van uitgaat. Niet voor niets werd zijn werk gebruikt voor de hoes van een CD met muziek voor Zen-meditatie. We keren naar Lies terug. De schilderijen van Lies zijn niet uitsluitend wit, we zien ook de tegenstelling zwart-wit. Ook dat kunnen we in een historisch landschap plaatsen. Ik vernoemde het abstracte expressionisme waarvan Jackson Pollock de bekendste naam is. Voor onze kunstenares  vinden we echter meer aanknopingspunten bij Franz Kline, bij Robert Motherwell en bij de Fransman Pierre Soulages. Kline en Motherwell hanteren het zwart-wit met vele nuancen. Soulages laat in het dramatische zwart de hoop oplichten, oa door in de natte zwarte verf met een kam te arceren. Tot vandaag heeft de lyrische abstractie respectabele beoefenaars: Patricia Murawski schildert met haar hoofdharen op heavy-metal ritme terwijl het resultaat oogt als werk van een zen-meester uit vervlogen tijden. Zij actualiseert op die manier een lange traditie en manifesteert zich daarmee vandaag op museaal niveau. Er bestaat dus ook vandaag kunst met wortels in het abstracte expressionisme. Lies zal zich wat onwennig voelen als ik haar werk belicht aan de hand van al deze namen. Laat het duidelijk zijn: ook al heeft haar werk op de een of andere manier met genoemde kunstenaars te maken, zij is geen van deze, zij is Lies Dierckx, het is te zeggen een onverwisselbare persoonlijkheid. 

Lies haar medium is de schilderkunst. De materie vraagt aandacht. Lies handelt in de materie, toont picturale materie. Zij gebruikt de traditionele middelen van de schilderkunst op een onorthodoxe wijze. Niet alle verf is kunstenaarsverf, enige koppige barbarij is haar niet vreemd. In sommige werken ligt de witheid boven op een kladschilderij uit de kringloopwinkel, zoals in de winter de sneeuwvacht de bosgrond of de rommel bedekt. Toevalligheden integreert zij, een resterend oog kijkt ons aan in de verflaag en soms wacht de oude titel kant en klaar. Lies haar werkwijze is improviserend, intuïtief. Haar creativiteit valt samen met de activiteit van het schilderen. Zij luistert naar de onverwachte gebeurtenis, het eenmalige dat nooit meer na te bootsen is. We zouden kunnen zeggen dat het materiaal ook een beetje creatief is en dat Lies dat meeneemt. Haar vormentaal heeft met modulaties te maken, informele gehelen zoals we die uit de natuur kennen. Zij laat het materiaal zelf spreken, de vormen zijn vaak eerder ontstaan dan gemaakt. Zij legt echte staalboeken aan met dergelijke experimenten. Maar haar werk is geen laboratoriumwerk. De poëtische vlucht heeft meteen de bovenhand. Collageachtige ingrepen met papierflarden herinneren aan haar eerste liefde: de papierkunst. Schilderen is ook denken met het lichaam. Het werk van Lies Dierckx is niet uitsluitend esthetisch, het is ook kinesthetisch.

Het werk van Lies heeft een introspectief karakter. De vormen zijn confronterend zoals een landschap confronterend kan zijn. Artistieke tekens zijn een open wereld. We nemen de wereld waar, we nemen het kunstwerk waar, we vergelijken, we haten of beminnen, we kennen betekenis toe. Niet alleen de kunstenaar is creatief. Ook wij worden uitgenodigd om creatief te zijn in het interpreteren en om deel te nemen aan het scheppen. Als we de moed hebben kunnen we met haar doordringen in de witte uitersten en hun genezende kracht.

Eind achttiende eeuw, begin negentiende eeuw worstelden de kunstenaars met een groot probleem. Hoe kon een schilderij met een landschap qua betekenis opgewassen zijn tegen religieuze, mythologische en historische voorstellingen? Om hen niet tot de mindere te maken bedachten zij dat landschappen ook geschiedenis konden zijn. Zij schilderden b.v. de geologische geschiedenis van de aarde. Of zij projecteerden hun romantische gevoelens in het landschap. Of zij schilderden het sublieme: die esthetische categorie die het ontzag en de angst voor het ons overstijgende wou evoceren. Vulkanen, bergen, afgronden, stormen en onweer. Drama. De problemen van de landschapschilders waren verwant met deze van de abstracte kunst. Als de herkenbare voorstelling wegvalt, waar is dan de betekenis? Is het niet enkel decoratie? En hoe communiceren zulke schilderijen? Kandinsky -zowat de vader van de lyrische abstractie- moest zijn spontane schilderijen argumenteren met theorie, door de spirituele betekenis van abstracte vormen en kleuren te verdedigen en door overeenkomsten met muziek te zoeken. De abstracte expressionisten zochten het in de psychoanalyse, in de mythologie en in oosterse filosofie. Lies schildert abstract. Het is heel natuurlijk dat veel mensen toch landschappen menen te zien in vlekken en vegen: bergen, meren, grotten. Het zou echter een goede oefening zijn indien men, in plaats van landschappen in abstractie, abstractie in landschappen zou zien: verhoudingen, contrasten, evenwicht, dynamiek, transformatie. Lies schildert mentale landschappen, innerlijke ruimten. Zij schildert drama, zij schildert verscheurdheid, schade, zij schildert ook bevrijding, opleving, genezing, zachtheid, sereniteit. Op wereldkaarten werd het nog niet verkende met wit aangeduid. Lies verkent een mentale geografie, de witte wereld waar dichters en mystici over spreken. Zij beleeft haar schilderijen, zij is in haar schilderijen, zij neemt al schilderend deel aan het gebeuren. Bij Lies zijn de tekens duidelijk existentieel geladen. Door kunst te maken uit de kunst verheft zij deze psychologische creativiteit boven het strikt individuele en nodigt zij ons uit om voorbij angsten en twijfels een bestemming te vinden, voldaanheid en troost.

Dirk Verhaegen
herfst 2015








      


11/25/2015

MINI EXPO





































 
TUPLE TANGO



In his didactic notes, Paul Klee makes a distinction between free and rigid lines. He compares the free lines to a stroll and the rigid ones to a planned business appointment. He also distinguishes between active and passive lines, where the active ones have an agile character that shows their progress.



My own work since the early seventies until today often features active, structurally rigid lines. However, in contrast to Paul Klee, the romantic, I tend to show only the empty coatracks onto which he would hang his magical imagination. Such a reduction may look a bit meagre and void of fantasy, but it is a conscious stand, nevertheless. My work also aims to be poetic, be it in a way related to a rational, scientific outlook. I do hope that the viewer experiences the inspiration - indeed, the freedom! - that I feel in my own artistic production.



All my work is systematically constructed. Logical systems determine the development of a work or series. The image itself can be ordered structurally, metrically: circumference, diagonals, medians, grids … The eye can connect the points on an objective scale via numbers: an angular, spiral movement, a western direction of reading, or to and fro ‘like an ox pulling the plough’. Even such series of numbers can be ordered in various ways.



TUPLE TANGO is based on a design from an extensive series of ‘transactions’ (transaction 813’). The 64 intersections of a square grid are named in an angular spiral movement via this ordered list (tuple):



   1,2,3,4,5,6,7,8,8,7,6,5,4,3,2,1,1,2,3,4,5,6,7,8,8,7,6,5,4,3,2,1,1,2,3,4,5,6,7,8,8,7,6,5,4,3,2,1,1,2,3,4,5,67,8,8,7,6,5,4,3,2,1



The points of corresponding numbers are linked according to the order of the spiral movement. This results in eight zigzag lines, which can be shown in a single image. It gives rise to a whimsical network. They can also be shown separately as a series or a powerpoint presentation. The zigzag lines can also function as couples in which one partner receives the line gauge as a grid unit. The couple can develop simultaneously or with jumps and starts: a capricious dance. With two thick zigzag lines, one can cover the other as a void, which only leaves scattered fragments.



Digital and artisanal applications alternate. They influence one another. Their deficiencies and qualities come to light. There is no thought without matter or technicality. Practice thinks, fertilizes, and limits.



There are many forms of art. Skillful, inventive, meaningful coordination of sensory signals, however practically useless, remains a major constant. Absence of practical use leaves room for spiritual use. In my case it affords an opportunity for reflection on impressions and analysis, on mental and sensory beauty, on order and chaos, on simplicity and complexity, on industry and rigidity, on borders and crossing them.


Dirk Verhaegen

10/27/2015

EXPO LIES DIECKX






































Lies Dierckx (°1968) studeerde grafische vormgeving aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Als afstudeerproject verkende zij met artisanale papierkunst het spanningsveld tussen vrij en toegepast. Haar werk getuigde in die tijd van een sobere, minimalistisch gekanaliseerde lyriek. Sedert een aantal jaren treedt Lies naar buiten met lyrisch abstracte werken. Zij heeft een improviserende, intuïtieve werkwijze. Haar creativiteit valt samen met de activiteit van het schilderen. De subtiele kwaliteiten van materiaal en techniek komen niet uit een artistiek labo maar uit het leven: het zijn menselijke tekens. De lichtheid is geen ontkenning van tragiek en drama, het is een lichtheid die nooit lichtzinnig wordt. Zij beweegt zich ijl, voorzichtig, aarzelend, vaak op de rand van het niets. Het niets niet als afwezigheid of gemis, maar als een bestemming en een voldaanheid. Creativiteit is hier vooral authenticiteit.
(D. V.)



9/20/2015

MARIO BENEDETTI (1920-2009)

FLES IN ZEE

De zee is toeval
Vicente Huidobro

Ik doe deze zes regels in mijn fles voor de zee
met de geheime bedoeling dat op een dag
zij aanspoelt op een haast verlaten strand
een kind haar vindt en openmaakt
en er in plaats van dichtregels steentjes uithaalt
en scheepsbeschuit en vuurpijlen en schelpen

Mario Benedetti
Uruguay
(vertaling Kathinka van Dorp)

uit:
De zee, de zee
Gedichten uit de hele wereld
Van Gennep-Novib-Ncos 1998
ISBN 90-5515-518-7

9/11/2015

EXPO galerie EL (Welle, B)






















GREET BILLET

DIRK VERHAEGEN

JOHN VAN OERS

opening zondag 13 september vanaf 15u

drieselken  40  9473  welle  +32 (0)53 664382
e-mail: info@galerie-el.be   www.galerie-el.be

Blogarchief